Gerijpt in de woestijn

“Bode die zijn weg bereidde, stem die riep in de woestijn” (ZJ 131). “Kwam van, Godswege een man in ons bestaan” (ZJ 112). Dit zijn de twee adventsliederen in het liedboek Zingt Jubilate, die gewijd zijn aan Johannes de Doper. Samen met de profeet Jesaja en met Maria, de aanstaande moeder van Jezus, is hij een spilfiguur in de Advent.

Lucas geeft een precieze lokalisering in tijd en ruimte van het optreden van Johannes de Doper. Dit was in het jaar 27/28 (28/29?). Johannes was toen minstens 32 jaar oud. Hij predikte gedurende een vrij korte periode van ongeveer twee jaar in de woestijn van Judea (Mt. 3,1) en hij doopte in de Jordaan (Mc. 1,4v). God werkt ‘concreet’, op een bepaalde plaats en een bepaalde manier, in concrete mensen.

Al hadden de ouders van Johannes sterke banden met de tempel, hij zelf zoekt en vindt het in de woestijn. De woestijn hoort tot een topervaring van Israël sinds het verblijf aldaar van veertig jaar. Elias, een van de grote profeten, trok doorheen de woestijn. Als bannelingen moeten ze doorheen de woestijn op weg naar Babylon. Ze hoopten vandaar opnieuw te kunnen terugkeren naar hun land. Zij hoopten op de vervulling van de het woord van Jesaja dat de Heer in de woestijn een weg bereidt voor zijn volk. Ten tijde van Johannes leefden er de gemeenschap van Qumrân en de groep van de Essenen. Johannes had er misschien banden mee, maar zijn boeteprediking is vrij van de sektarische en apocalyptische trekken die zo kenmerkend zijn voor Qumrân.

Woestijn van zand, woestijn van leegte

Tot op vandaag zijn mensen aangesproken door de woestijn. De veelschrijver Eric-Emmanuel Schmitt, auteur van spirituele boeken, beleefde in de Sahara een nacht, die hem een mystieke ervaring bezorgde. Deze woestijnervaring bracht hem tot geloof. (La Nuit de feu, 2016). In de woestijn kan je verdwalen en omkomen.

De woestijn staat voor een plek van stilte, eenzaamheid ook wel van leegte. In het Meetjesland ligt het landelijke dorpje Sint Jan-in-Eremo. Het kwam wellicht aan zijn naam omwille van de terreinen met turfwinning.

Tot in 2016 waren de monastieke gemeenschappen van Jeruzalem aanwezig in Sint Gilles-Brussel. Ze zijn gesticht door Pierre-Marie Delfieux, die ooit een twee jaar durende sabattijd had doorgebracht in de Sahara. Die ervaring leerde hem heel veel: "De natuurlijke woestijn die je nu ziet, is prachtig. Maar de woestijn van de steden is dramatisch. Er leven ontzettend veel mensen naast elkaar, letterlijk én figuurlijk. Vaak in anonimiteit en eenzaamheid. Er is lawaai, plaatsgebrek, armoede en verpaupering. Mensen vallen er uit de boot." Pierre-Marie Delfieux wilde in de stadswoestijn opnieuw een bron van levend water laten opwellen. En zo is hij van start gegaan met een biddende gemeenschap monniken. Later zijn er ook monialen bijgekomen. Hij zocht naar plaatsen met een lage drempel, waar iedere mens zich kan komen laven aan de bron. Er zijn monastieke gemeenschappen van Jeruzalem in Parijs, Firenze, Keulen, Straatsburg en Montréal. op de Mont Saint Michel.

Eremum sapere necesse est. Het is nuttig om de woestijn te smaken. Zo leren ons de woestijnvaders, deze kluizenaars die vooral sinds de vierde eeuw in Egypte de woestijn introkken. De meest bekende onder hen is Antonius abt.

De boodschap van Johannes

Johannes is niet in de woestijn gebleven. Hij is van daar teruggekeerd met een boodschap voor Israël. Hij sticht geen nieuwe beweging. Hij wil vurigheid in Israël, Hij spoort zijn toehoorders aan het doopsel van bekering te ontvangen.

„Schuld bekennen, ons bekeren, kiezen voor een nieuw bestaan?

En gedoopt worden in water om herboren heen te gaan?“(ZJ 131).

Zijn boodschap bevat drie elementen. Zijn prediking cirkelde rond drie gegevens: oordeelsprediking, oproep tot boete en bekering, ethische vermaningen.

Hij komt voor als een strenge figuur met zijn ascetische levensstijl. Hij is zelfs wat angstaanjagend met zijn uitspraken over Gods oordeel.

Hij roept op tot bekering en ommekeer.

Dat wij ons omkeren,

verlaten ons domein,

beleven ’t woord des Heren

en niet weerbarstig zijn.”

(ZJ 112).

Wij zitten zo vast al zien we wel in dat een nieuwe levenshouding en een andere levensstijl nodig zijn in onze zorg om onszelf en ons gemeenschappelijk huis.

Helemaal opnieuw beginnen,

niet meer zondigen voortaan.

Anders leven, anders denken,

maar kunnen we die droom wel aan?”

(ZJ 131)

Ja, hebben mannen en vrouwen hierop geantwoord. Madeleine Debrel (1904-1964) is een van deze. Ze kende een bewogen leven in Parijs. Ze was een tijd lang atheïste .Ze was verpleegkundige en maatschappelijk werkster. Zij bekeert zich als twintigjarige tot het katholicisme. In 1933 gaat ze met twee jonge vrouwen in gemeenschap leven in Ivry-sur-Seine, een communistisch bolwerk aan de rand van Parijs, waar zij sociaal werk doen. Daar, tussen de communisten, ontwikkelde ze een praktische theologie en schreef teksten met een mystieke diepte (Piet Raes en Ann-Sophie Noreille, Betoverd door God, het leven en werk van Madeleine Debrêl). Zich bekeren was voor Madeleine minder een mea culpa slaan dan een leven leiden onder de betovering van God. Centraal staat het besef dat geloof een geschenk is, wat de nodige openheid vereist. Wie voor die schat niet openstaat; ontvangt ze nooit (Tertio 26 nov. 2016).

Op 8 december worden in Oran (Algerije) 19 martelaren zalig verklaard, gedood tussen 1994 en1996. Onder hen bisschop Claverie, Pater Charles Deckers en zeven monniken van Tibherine.

Wat moeten we doen?

Johannes vermaant zijn toehoorders om ‘waardige vruchten van bekering voort te brengen’, d.w.z. overeenkomstig Gods verordeningen te leven. De eschatologische oproep tot bekering vraagt om concrete ethische toepassingen. Johannes laat zich hierbij vooral inspireren door de profeet Jesaja. De zgn. standenprediking van Lc. 3,10-14 biedt wellicht nog een voorbeeld hiervan. We horen deze op de derde adventszondag. Hij antwoordt er op de vraag: “Doper, wat moeten wij doen tot hij komt? Hij antwoordt hen:

“In hoop en vrees doet boete, gelooft in zijn verbond.

Deelt met elkander het brood van alledag

opdat in u de ander Gods heil aanschouwen mag

Deelt met elkander het brood van deze dag” (ZJ 112)

Johannes had tevens de moed om koning Herodes terecht te wijzen wegens zijn onwettig samenleven met zijn schoonzus Herodias (Mc. 6,18; Lc. 3,19). Dit lag helemaal in de lijn van het optreden van oude Godsmannen en profeten (vgl. 1 Sam. 13,11-14; 2 Sam. 12,1-14; 1 Kon. 14,6-16; 16,29-22,40; Jer. 3,6-13; 21,1-10; 22,13-19). Kortom, de Doper heeft in zijn prediking af en toe ook praktische richtlijnen gegeven en actuele misstanden gekritiseerd, maar de aankondiging van het oordeel blijft het hoofdthema (Adelbert Denaux, Johannes de Doper in zijn historische context, Vlaanderen 3 /1990).

Uitgedut

Johannes wekt zijn volk uit de slaap en hij doet dit tot op vandaag in de hedendaagse profeten. “Word wakker”; is een oproep van de Nederlandse journalist Anton de Wit. “Want ja, de kerk staat op een kruispunt, maar dat is niet zo gek, want de kerkelijke geschiedenis is een vreemde kronkelweg met vele kruispunten. De kerk is in crisis, verkeert altijd in crisis.” Crisis is niet enkel negatief, “Het is zeven en schiften.” “De traditie moet voortdurend in crisis gaan.”

“Dat vergt van onze zijde alertheid, scherpzinnigheid. Vandaar dat mijn boektitel een korte, klaroenstootachtige oproep is geworden: Uitgedut! Het is tijd om wakker te worden, want wij hebben zitten dutten. Zo lang is het christendom een vanzelfsprekende grootheid geweest in ons deel vna de wereld, maar uit die behaaglijke sluimerdroom zullen we moeten ontwaken. Ik zeg ‘we’, en ik bedoel jij en ik, wij allemaal, of we nu katholiek zijn of protestant of anders of ongelovig. De secularisering is niet alleen een crisis van het christendom, maar een crisis van onze hele samenleving”(Anton de Wit, Uitgedut! Hoe het christendom wakker wordt geschud in het tijdperk Franciscus).

Een kerk, die zelf zondig is en voortdurend aan hervorming toe is, blijft uitnodigen tot bekering en gelovig leven, tot verbondenheid met God. De apostel Paulus reikt ons al een schitterende wens toe voor 2019 , waaraan we vandaag en morgen al verder mogen werken.

Paulus bidt voor ons bij God: “Ik bid dat uw liefde blijft groeien door inzicht en fijngevoeligheid zodat u kunt onderscheiden waar het op aankomt. Dan zult u op de dag van Christus zuiver en onberispelijk zijn, vol van de vruchten van gerechtigheid, die u dankt aan Jezus Christus, tot lof en eer van God” (Fil. 1, 9-11)

Dat wij mogen groeien tot een gevoelige en fijne liefde, dat wij mensen mogen zijn, gevoelig voor de aanwezigheid van God die Liefde is en die ons tot concrete liefde oproept. Kunnen en willen wij zoals Johannes en Paulus Jezus aanwijzen?