Graaf die berg af C (2012)

Het evangelie van vandaag lijkt wel de “Wie is wie” van de oudheid. Het staat vol met prominente namen van VIP’s die de evangelist Lucas allemaal opsomt: keizer Tiberius, zijn landvoogd Pontius Pilatus, de gouverneurs Herodes, Filippus, Trachonitis en Lysanias en de hogepriesters Annas en Kajafas.

En dan, midden onder al die beroemdheden duikt er iemand op die in dat voorname gezelschap helemaal niets verloren heeft, iemand die er helemaal niet bij past.

Johannes de Doper, die onbehouwen rebel, waarvan ge alles kunt zeggen, behalve dat hij een diplomaat zou geweest zijn.

Terwijl de hoge pieten, op macht belust en jaloers voor alles en nog wat, het voor het zeggen hadden in het maatschappelijke en godsdienstige leven, was Johannes ergens aan de rand van de woestijn bezig met, in naam van God, - zo beweerde hij toch, - de mensen op hun nummer te zetten.

Hij verscheen daarbij als een halve gare. Matteüs vertelt over hem dat hij een kleed droeg van kameelhaar, wellicht uit een tweedehandswinkel.

Hij at sprinkhanen en wilde honing: geen gevaar voor dioxine; misschien gezond, maar toch excentriek. En de aanzienlijke religieuze leiders schold hij uit voor “adderengebroed”, wat ongeveer klinkt als ons woordje “crapuul” of erger nog “mestkevers”.

Johannes was een man met een rechte gang, die vol vuur datgene verkondigde wat zijn eigen innerlijke overtuiging was. En dat kostte hem uiteindelijk ook letterlijk zijn kop. Ten koste van zijn eigen leven klaagt hij het verkeerde gedrag van de mensen aan – te beginnen bij de clan van de machthebbers op politiek en religieus vlak.

Daarbij zei hij dat ze zich moesten bekeren, anders gaan leven, bij voorkeur zo vlug mogelijk. Dat zijn zeer gewaagde uitlatingen.

Stel u voor dat ik vandaag zo gekleed, als een punker, voor u zou verschijnen en u op die manier zou uitschelden. Dat zou nog eens nieuws zijn om rond te vertellen. Dat zou snel in het parochieblad staan of in de gazet.

Het zijn niet altijd de groten der aarde die aandacht vragen voor God, en de mensen willen wakker schudden.

Zij moeten, uit hoofde van hun hoge functie en om hun positie te behouden, diplomatisch hun woorden wikken en wegen en mogen niet zeggen wat gezegd moet worden.

Dikwijls spreekt God heel duidelijk door onverwachte mensen, niet belust op carrière, door mensen die, net als Johannes de Doper, misschien wel voor gek versleten worden.

Zo’n “onverwachte mens, zo’n zonderlinge man” was Johannes de Doper: een rare kwast met een profetische boodschap, misschien wel voor elk van ons in deze adventstijd. Hij zegt ons: “Bereidt de weg van de Heer. Graaft de heuvels af en maak de ruwe wegen effen.”

Dat zijn wel grote en indrukwekkende woorden: wegen recht trekken, bergen en heuvels afgraven. Meer iets voor een aannemer met bulldozers en ander groot materiaal. In een Frans religieus tijdschrift stelde een theoloog voor om niet te spreken van Johannes de Doper maar van “Jean le Bulldozer”, in het Nederlands het best te vertalen als Jan de Bulldozer of Bob De Bouwer.

Maar toch een duidelijke boodschap voor elk van ons. Wanneer heuvels worden afgegraven, dan zijn die niet langer een belemmering om elkaar te zien en bij elkaar te komen.

In zoveel relaties van man en vrouw staat een berg van wantrouwen en eigenliefde in de weg, zodat ze elkaar niet meer kunnen zien, letterlijk en figuurlijk. Man en vrouw, graaf die berg af.

Ook tussen ouders en kinderen is er soms een betonnen barricade van onbegrip en achterdocht. Trek ze omver in deze tijd van voorbereiding op Kerstdag, het feest van de vrede.

Waar mensen samenwerken heerst soms een klimaat van verdachtmaking en misprijzen voor andermans werk: graaf die heuvel van misverstand en lichtgeraaktheid af zodat je elkaar weer vindt, ontmoet, steunt, bemoedigt en graag ziet: op gelijk niveau, op ooghoogte.   Tussen haakjes: deze sfeer voelden we duidelijk vorige week op de wintermarkt van onze parochie: mekaar weer vinden, ontmoeten, steunen, bemoedigen en graag zien en op gelijk niveau…

Dikwijls staat er een torenhoge berg van eigenliefde en zelfgenoegzaamheid tussen mensen die in dezelfde stad of buurt wonen, waardoor ze de noden en de problemen van hun medemensen niet meer zien. Antwerpen is daar niet vreemd aan. Breek die hoge berg toch af en maak in je hart plaats voor solidariteit en welzijnszorg.

En ook tussen God en sommige mensen staat er een hoge berg van ongeloof. De adventstijd is het moment om die berg af te graven zodat je weer oog krijgt voor wat God je te zeggen en te bieden heeft.

Johannes zal ons vandaag terug aan iets doen herinneren: Zijn persoon toont ons een andere, veel diepere dimensie van datgene wat advent eigenlijk betekent en bedoelt. Advent is meer dan de bezorgdheid om een mooi feest te hebben. Advent is de voorbereidingstijd op de komst van dat kind dat de wereld zal verbazen. En die advent eindigt niet gewoon maar omdat alle vier kaarsen op de adventskrans branden of omdat de lichtjes van de kerstboom branden. Neen, heel ons leven, zowel het uwe als het mijne, is als een steeds voortdurende advent. Een periode van verwachting en van voorbereiding op wat komen gaat

Johannes is de voorloper en een prediker van de omkeer, alhoewel hij van diegene waarvoor hij de weg bereidt, slechts een vaag vermoeden heeft. Noch lang nadat hij Jezus heeft gedoopt blijft hij onzeker en hij laat, vanuit de gevangenis, zijn leerlingen bij Jezus navraag doen: „Zijt gij het die komen zal, of moeten we nog op een ander wachten?”

Er zijn christenen die, op dag en uur nauwkeurig, kunnen zeggen waar ze Jezus hebben ontmoet. Sinds dat moment was voor hen alles duidelijk. Bij Johannes was dat niet het geval. Zoals de meesten van ons is ook hij een zoeker, iemand die in het halfduister tast, iemand die zich vragen stelt. Misschien vind ik hem daarom zo sympathiek en voel ik me bijna met hem verwant.

Ook Deo, die we vorige week begraven hebben, was zo iemand die duidelijk zei: “ik weet het niet, maar ik blijf wel zoeken naar alle tekenen die Hij en jullie mij geven”.

Dat zoeken en verwachten en niet opgeven, dat is de boodschap van Johannes de Doper: een rare vogel met een deugddoende boodschap in deze tijd voor Kerstmis.

Hadden we maar meer zulke rare vogels en Deo’s in onze tijd!

Naar een tekst van G. Buyse en Frank There