weg uit onvruchtbaarheid

Vierde zondag van de Advent

 

In de laatste week van de Advent staan Maria en Elisabeth centraal, Maria de moeder van Jezus en Elisabeth de moeder van Johannes de Doper. Voor ze allebei moeder werden, waren het twee eenvoudige, doodgewone, onbeduidende vrouwen, waar niemand van de mensen iets bijzonders van verwachtte.

Elisabeth was zelfs blijkbaar onvruchtbaar, want zelfs op haar oude dag had ze nog geen kinderen. Geen kinderen hebben binnen de Joodse traditie was een schande in de ogen van het volk en voor een kinderloze vrouw was het een blaam en een groot verdriet. Ze betekende in de ogen van de mensen van haar tijd en cultuur bijna niets. En toch... die blijkbaar "onbeduidende" vrouw wordt de moeder van Johannes de Doper, de wegbereider van de Messias.

God werkt blijkbaar toch niet via de groten der aarde, maar via doodgewone, op het eerste gezicht "onbeduidende" mensen.

Dat is ook zo bij  Maria, ook zij is een doodgewoon, eenvoudig meisje, totaal onopvallend. Ook zij is geboren uit een moeder en vader die blijkbaar onvruchtbaar waren, want ook zij hadden op latere leeftijd nog geen kinderen. Ze verkeerden in dezelfde cultureel-maatschappelijke 'onbeduidende' situatie als Elisabeth.. En toch wordt uit hen op latere leeftijd Maria geboren, uit wie Jezus geboren zal worden.

Het lijkt miraculeus. Maar ik denk dat de boodschap elders ligt. God wil iets nieuws met de mensen, iets totaal nieuws! Met Elisabeth en Maria zet God niet de joodse geloofstraditie klakkeloos voort. God heeft de joden de 10 geboden gegeven, maar na meer dan 1000 jaar hebben ze bij het volk hun kracht verloren, ze zijn in de praktijk onvruchtbaar geworden. De leiders van het volk, de machtigen hebben er zoveel aan gesleuteld, geherinterpreteerd dat ze  onvruchtbaar geworden zijn. Met die grotendeels onvruchtbaar geworden religieuze traditie kan God niet verder. Uit die onvruchtbaarheid moet iets nieuws komen. Vandaar dat God vanuit die onvruchtbaarheid van Elisabeth en de onvruchtbaarheid van de ouders van Maria Jezus geboren laat worden en Johannes de Doper, de wegbereider van Jezus. Met hen begint iets nieuws. Daarom ook dat wanneer die twee  -voor de buitenwereld- 'onbeduidende' vrouwen mekaar ontmoeten , het kind in de schoot van Elisabeth (want Elisabeth is enkele maanden langer zwanger dan Maria), dat  het kind in de schoot van Elisabeth opspringt van vreugde om het nieuwe dat komen zal.

Hier zijn niet de machtigen der aarde bij Gods plan betrokken, maar  -in de ogen van hun tijd- kleine, eenvoudige mensen.

 

Jezus zal ook niet in Jeruzalem geboren worden, niet in het centrum van de politieke en religieuze macht, maar in Bethlehem.  Bethlehem was aanvankelijk een onbeduidende kleine nederzetting van herders, de 'minderen' op de sociale ladder van die tijd. Het was in diezelfde onbeduidende plaats dat een eenvoudige, rossige herdersjongen achter de schapen aan liep. Die jongen wordt Gods Koning David. In dat "onbeduidende" kleine plaatsje Bethlehem (= huis van het brood) ziet Jezus het levenslicht.

Gods Rijk groeit niet uit de machtigen van de aarde, maar uit zogenaamde kleine "onbeduidende" mensen  en plaatsen die voor Gods visioen met de mens en de wereld willen openstaan.

 

Met dank aan Doctor Egbert Rooze, potestantse predikant, voor de nieuwe inzichten.