1e zondag in de advent (2006)

Het woord waakzaam is typisch voor het Nieuwe Testament. Twaalf keer komt het erin voor. In het oude Testament komt dit woord zelfs niet voor. Het is iets typisch voor Jezus, en zijn leerlingen nemen het over.

Waarom moeten we ‘waakzaam’ zijn? Waarom begint het nieuwe kerkelijke jaar met dit woord. Waarvoor is dat goed en noodzakelijk?

Ik denk even luidop, samen met jullie. Is het jullie niet opgevallen dat wij de laatste maanden zoveel bezig zijn met de opwarming van de aarde? Twee jaar geleden werd dit nog met klem ontkent. En nu we het ene record na het andere breken, nu her en der natuurrampen voorkomen die abnormaal zijn, blijkt de mensheid plots wakker geschud. Geleerden waarschuwen ons, dat als we niet waakzaam zijn, dat we dan recht op onze zelfvernietiging afstevenen.

De hemelse heerscharen zullen in verwarring geraken, zegt het evangelie, dus moet je wel waakzaam zijn om aan al die dingen te kunnen ontkomen die zich gaan voltrekken. Het is vijf voor twaalf.

Tot en met vrijdag zijn we negen dagen aan een stuk, elke avond samen gekomen voor een noveen, om te waken bij het leven. Om te bidden voor onze zieken. En weet je dat dit samen bidden en waken zoveel deugd gedaan heeft aan onze parochie, aan zoveel mensen en aan het geloof. De steun het meeleven, het zich gedragen weten door elkaar. Het was voelbaar tot in alle toppen van je vezels. Dat getuigen zo velen onder jullie. Zo waakzaam in het leven staan om te kunnen ontkomen aan al die dingen die ons te wachten staan. Dat wil zeggen, dat we niet bezwijken, dat we de moed niet laten zakken, dat we trouw blijven en in het leven blijven geloven. Laat je hoofd niet hangen, maar heft uw hoofden omhoog, want uw verlossing komt nabij. Klaar zijn om weerbaar in het leven te staan. Klaar zijn om pijn en lijden bij de medemens te verlichten. Klaar zijn om te verschijnen voor het aangezicht van de Mensenzoon en stand te houden.

Nu Paus Benedictus in Turkije is, maakte ik nog volgende bedenking: Waarom zijn wij zoveel bezig met de Islam. Waarom waken wij zo angstvallig over een vreemde cultuur en een voor ons vreemde godsdienst. Waarom moeien wij ons daar zoveel mee. Waarom maakt men zoveel wetten om al het ongewone en vreemde te verbieden? Religieuze symbolen komen blijkbaar heel bedreigend over. Waarom zijn velen zo bang?

Moeten we niet wat dringend waakzamer zijn over onze eigen godsdienst, over ons eigen geloof. Hoe is het daarmee gesteld? Op veel plaatsen ronduit bedroevend. Is het niet zo dat onze geest afgestompt is geraakt door een roes van materiële dronkenschap en verslaving. Afgestompt ook door de zorgen van het leven. Een steenrijke heer, werd gevraagd, waarom wil je nog rijker worden? Hij antwoordde, ik ben bang van het leven. Is het niet zo dat de wereld zo bedreigend overkomt, omdat we zelf niet stevig in onze schoenen staan? We weten niet wat we willen en we kunnen geen keuzes maken. We verzekeren ons kapot, tegen al wat met ons zou kunnen gebeuren. We moeten dringend waakzamer worden. ‘Het gebed’ en het ‘geloof’ maakt ons stil en waakzaam.

Het is vijf voor twaalf.

Een nieuw liturgisch en kerkelijk jaar kan maar goed beginnen door onze waakzaamheid aan te scherpen. Ook nu moeten we onze hoofden oprichten, want onze Verlosser komt nabij. Hij wil opnieuw geboren worden in de stal van ons hart. Hij wil opnieuw met ons op weg gaan. Hij is op zoek naar super waakzame mensen voor deze tijd. Je hoeft niets te vrezen. De term ‘ Vrees niet’, of ‘wees niet bang’, komt bijna driehonderd keer voor in de Bijbel. Het is gegeven aan hen die al hun vertrouwen op de Heer stellen.

Wil je ook behoren tot die waakzamen? Maak dan nu je keuze! En laten we samen zoeken hoe we dat op de beste manier kunnen waarmaken in onze parochiegemeenschap. Want het is vijf voor twaalf.