1e zondag van de Advent C (2012)

Verleden week hoorden we in het Evangelie: “Mijn koningschap is niet van deze wereld.” En: “Hiertoe werd Ik geboren … om getuigenis af te leggen van de waarheid. Alwie uit de waarheid is luistert naar mijn stem.”

Vandaag wordt ons een tafereel geschilderd in apocalyptische beeldspraak, het slotspektakel van het wereldtoneel in een catastrofaal einde: “Er zullen tekenen zijn aan zon, maan en sterren en op de aarde zullen volkeren in angst verkeren, radeloos door het gebulder van de onstuimige zee. De mensen zullen het besterven van schrik, in spanning om wat de wereld gaat overkomen. … de hemelse heerscharen zullen in verwarring geraken. Dan zullen zij de Mensenzoon zien komen op een wolk, met macht en grote heerlijkheid.”

Is dit tenslotte het koningschap van Christus? Is dit de eindoverwinning, de apotheose, als alle machten en krachten, heerschappijen en koningstronen, regeringen en politici, ideologieën en religies, kennis en kunde, als alle koningen, kleine en groten hun macht en invloed in rook zien opgaan, hun kennis als niets waard moeten erkennen, hun status en eer omgekeerd zien worden in hun schade en schande? Is dit het uiteindelijke koningschap van Christus? De overwinning van Christus heeft niets te maken met aardse macht.

Deze apocalyptische taal kan ons gemakkelijk op het verkeerde been zetten. Dan blijven we steken in beeldspraak uit het Oude Testament, waar deze manier van spreken ook vandaan komt. Dan denken we aan God die de zee splijt en zijn volk komt redden. In het Oude Testament daalt er vuur uit de hemel om Sodom te verwoesten en scheurt de aarde om de boosdoeners te verzwelgen. Van tijd tot tijd toont God even zijn sterke arm, dan worden legers verslagen met een handjevol mensen en storten wereldrijken in elkaar. Het is de droom van de kleine mens die zich zo klein weet tegenover al die grote en sterke machten daar boven hem. De droom van de machteloze die op God durft te vertrouwen en ziet hoe die wereldrijken op den duur geen stand houden, omdat zij zich niet storen aan Gods bedoelingen, aan Gods wetten en Gods plannen. Maar hoe waar dat ook is, en hoeveel recht van spreken het Oude Testament ook heeft, we lopen gevaar op het verkeerde been te belanden, als een letterlijke vertaling hetgeen is waar wij ons op richten.

“Weest daarom altijd waakzaam en bidt dat ge in staat moogt zijn te ontkomen aan al die dingen die zich gaan voltrekken, en dat ge stand moogt houden voor het aangezicht van de Mensenzoon.”

Jezus geeft een advies; Hij zegt “Bidt”. Hij zegt niet: Sla een noodrantsoen in, met water en kaarsjes en rijst en nog wat spullen. Het kan allemaal verstandig zijn, maar daarin zit jouw redding niet. Hij geeft een heel ander advies. Wij moeten sterk worden, maar niet met wapens, geweld of hoe dan ook. Hij zegt: “Bidt dat ge in staat moogt zijn te ontkomen aan al die dingen die zich gaan voltrekken, en dat ge stand moogt houden voor het aangezicht van de Mensenzoon.”

Hoe ontkom je aan al die dingen die de wereld zullen overkomen? Door niet je toevlucht te zoeken in geld en goed, in bezit of verzekering. Hij zal zeggen, vlucht weg, keer niet terug naar de stad om nog iets te redden van wat je hebt. Ben je op het dak, ga niet terug naar binnen om je bezit mee te nemen. Zoek het niet in de zekerheden van deze wereld en deze aarde, maar bidt. We moeten bidden om stand te kunnen houden voor het aangezicht van de Mensenzoon.

Vandaag krijgen we een goed advies voor deze Advent-tijd. Los van de tijd van deze wereld, waarin voortdurend wordt gesproken over de crisis, schulden en reddingsoperaties, allemaal bedoeld om deze wereld, met haar structuren in stand te houden. We worden bang gemaakt met een Maja kalender die afloopt. De paus heeft al meegedeeld dat de wereld niet vergaat op 21 december 2012. Wij krijgen een ander advies: Gebruik deze Advent-tijd om meer te bidden. Maak gebruik van de zondagsvieringen en de vieringen door de week. Maak gebruik van de tijd die je hebt om thuis ook te bidden. Vraag om kracht om staande te blijven. Staande waarin?

Daarover spreekt Paulus in de tweede lezing: 'Broeders en zusters, moge de Heer u overvloedig doen toenemen in liefde voor elkaar en voor alle mensen zoals ook mijn liefde uitgaat naar u. Hij sterke uw hart, zodat gij onberispelijk zijt en heilig voor het aanschijn van God onze Vader bij de komst van onze Heer Jezus met al zijn heiligen.' Moge de Heer u overvloedig doen toenemen in liefde voor elkaar en voor alle mensen. Daar moet ons gebed op gericht zijn, dat wij sterker worden in de liefde, sterker in het geloof, sterker in ons vertrouwen, sterker in de wijsheid van het Evangelie, sterker in zorg en omzien naar elkaar. Het gaat om een heel andere kracht dan de kracht waar de wereld op vertrouwt. Sterk in geduld om het uit te houden, sterk in trouw aan elkaar, sterk in het overwinnen van je eigen onhebbelijkheden; Hij zegt: “Bidt, opdat ge stand moogt houden voor het aangezicht van de Mensenzoon.”

Wij moeten mensen zijn die bouwen aan de andere stad. Terwijl de wereld bouwt aan haar eigen stad, zoals aan als de toren van Babel. Terwijl de wereld bouwt aan haar eigen koninkrijk, nodigt Jezus ons uit mee te bouwen aan Gods Rijk van vrede en gerechtigheid. De Advent is begonnen. Laten we serieus werk maken van deze tijd. Bidt. Hij zelf nodigt ons ertoe uit. Amen.