Vasten (B)

'Gij zoekt Jezus de Nazarener die gekruisigd is'. Onze Paasnacht heeft iets ontgoochelends. We willen Hem toch vinden. We willen Hem zien, Hem terugzien.

De nacht en de feestdag gaan voorbij en we krijgen niets te zien. Maar is alles nog zoals voorheen? Of is integendeel niet alles veranderd?

We zijn zoals 'Maria Magdalena, Maria, de moeder van Jakobus en Salome'. We kopen 'welriekende kruiden om Hem te gaan balsemen'. Hoe mooi maar hoe verkeerd. Wat een liefde, maar wat een vergissing tegelijk! We zijn opgegaan naar Pasen. We hebben ons veertig dagen lang voorbereid. De Paasnacht zelf bezorgt ons echter nog de totale verrassing. Niets zal nog zijn als vroeger. Jezus is werkelijk gestorven. We zien Hem nooit meer terug. Maar 'zoals aan zijn leerlingen en aan Petrus', zo zal Hij ook aan ons af en toe verschijnen. Als de Verrezene, als de Verheerlijkte, als Hij die ons zendt om te getuigen, dat Hij verrezen is en dat niets meer als vroeger kán zijn.

De verrijzenis wordt als in een flits verhaald. Vooraleer we ooggetuigen zouden kunnen zijn is alles al gebeurd. De Paasnacht leert ons wat Paulus iets later begrepen heeft. Als niets meer kan zijn als vroeger, dan ook het doopsel niet. Voor de Joden betekende het tot nog toe bekering en zuivering. Het water was daarvan het teken. Nu wordt de zin ervan ongelooflijk veel radicaler. Het is nog bekering en zuivering. Maar die zijn totaal en radicaal. Het doopsel in Christus is dood en verrijzenis. Niets van het oude is nog de moeite waard. Ook de meest 'welriekende kruiden' dienen tot niets meer. Het is een verkeerde koop. We zitten er mee en met onze verbijstering.

Ons land is opgerezen uit de wateren van de schepping, door het water van de Rode Zee zijn we getrokken, met zuiver water zijn we besprenkeld en van alle ballingschappen teruggekeerd, door het nieuwe doopsel zijn we herboren tot nieuw leven.

Het is het nieuwe leven van de Christus. Dat 'heeft alleen met God van doen'. De tijd na Pasen zal het ons langzaam doen beseffen. Laten we in de komende weken leren in Christus vaster te geloven, door Christus zuiverder te leven, van Christus sterker te getuigen. Hij zal ons af en toe verschijnen. Iedereen die Hem zoekt zal Hem vinden.