Hosanna, Hoera (2009)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 205 niet laden
We hoorden een mooi verhaal: over de boom die omgehakt werd en uiteindelijk een viool werd. En de vioolspeler die er een mooi geluid uit kon laten klinken.

Nu moeten we nog begrijpen waarom dit verhaal vandaag verteld is. Het verhaal is een vergelijking. Die boom kun je ergens mee vergelijken. Beter gezegd: je kunt die boom vergelijken met iemand. Iemand die stierf. Iemand die stierf, maar een nieuw leven begin. En dan bedoel ik natuurlijk Jezus. Jezus is gestorven maar kreeg een nieuw leven bij God de Vader in de hemel.

Jezus stierf niet omdat Hij oud was. Hij stierf als slachtoffer van haat en geweld. Hij aanvaardde deze dood aan het kruis omdat Hij op deze wijze het kwaad en geweld wilde laten ophouden. Want wraak houdt ruzie en geweld in stand. En dat wilde Jezus niet. Hij wilde de liefde laten winnen. Daarom bad Hij voor zijn vijanden toen Hij aan het kruis geslagen werd. Toen de soldaten Hem aan het kruis sloegen bad Hij: "Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen". Hij vergaf aan het kruis nog een moordenaar die spijt had van zijn slechte daden. Die moordenaar had de doodstraf gekregen en hing aan een ander kruis. En die vroeg aan Jezus: "Wilt U aan me denken als U in het koninkrijk van God komt?" En Jezus antwoordde: "Vandaag nog zul je met Me zijn in het paradijs".
Jezus gaf zijn leven uit liefde voor ons.

Daarmee gaf Hij een voorbeeld. De grootste , de eerste en belangrijkste wet van Jezus is: "Bemin God boven alles en de naaste als jezelf". Wat je wil dat anderen voor jou doen, doe dat ook voor hen. Het is eigenlijk al een soort natuurwet: in de natuur leeft niets voor zichzelf. Alles leeft voor anderen: het water verdampt tot een wolk. De wolk regent uit om de aarde te doordrenken. De planten zuigen het water weer op om te groeien en te bloeien. De planten geven hun vruchten weer om op te eten. En ze geven zaad waaruit weer nieuw leven kan ontspringen. Het overschot van de regen vult de rivieren. DE rivieren stromen weer uit in de zee. En de zee verdampt weer tot regenwolken. Zo bestaat alles in een kringloop van geven en ontvangen.
Een spreekwoord zegt: "Wie geeft wat hij heeft, is waard dat hij leeft".
Jezus zelf zei op het Laatste Avondmaal: "Geen grotere liefde kan iemand hebben dan hij die zijn leven geeft voor zijn vrienden".
Jezus zelf heeft het gedaan: Hij heeft zijn leven voor ons gegeven.

"Voor jou doe ik alles" zal een jongen tegen een meisje zeggen op wie hij verliefd is. Als mensen van elkaar houden doen ze alles voor elkaar. En dat is goed.
"Voor u doe ik alles" zal een soldaat tegen zijn officier zeggen. En dat is gevaarlijk, want de officier kan misbruik maken van die macht.
" Voor geld doe ik alles" zeggen mensen wel eens. En dat is natuurlijk helemaal niet goed. Voor geld zijn mensen zelfs bereid een moord te plegen.
We moeten wel bereid zijn alles voor een ander te doen, maar alleen volgens de wil van God. Alleen uit naastenliefde.

In het evangelie zien we dat mensen alles voor Jezus doen. Twee leerlingen gaan in zijn opdracht naar het dorp om een ezeltje te halen. Omdat Jezus het zegt doen ze het.
De mensen vragen hun: "Wat doen jullie daar, om zomaar dat ezeltje los te maken". Ze dachten vast dat ze het ezeltje wilden stelen. Maar als de apostelen zeggen dat het voor Jezus is, dan vinden de mensen het goed. Voor Jezus hebben ze alles over.

De apostelen leggen hun eigen mantels er over heen om Jezus gemakkelijk te laten zitten. En de mensen in de straat legden hun mantels zomaar op de weg vuile stoffige weg. Voor Jezus. Die mocht er zomaar over heen rijden.

En het ezeltje zelf? Waar diende een ezeltje eigenlijk voor?
Om de zware lasten, de bagage en pakken van de mensen te dragen. En dit ezeltje mocht nu Jezus dragen.
Daar kunnen we wat van leren. Om tegen Jezus te zeggen: voor U wil ik alles doen, voor U heb ik alles over.

En dat kun je gemakkelijk zeggen. Maar dat is niet zo gemakkelijk te doen: want Jezus nam de last van de medemens op zich. Wie alles voor Jezus wil doen moet alles voor de ander over hebben. Dat kost tijd, geld, moeite, energie. Dat betekent het lijden van anderen delen, de zonde van anderen verdragen en vergeven, de ander ruimte geven om te leven, alle mensen gelijk behandelen, ook vreemdelingen en onbelangrijke mensen.

Als we net als de ezeltjes bereid zijn de lasten van medemensen te dragen, dan kunnen we Jezus in deze wereld binnendragen. Dan kan Hij koning worden op aarde zoals in de hemel. Voor Jezus doen we alles. Laten we het maar niet te hard roepen, want we zijn maar zulke kleine, zwakke mensen. Jullie weten wel wat die mensen die eerst hosanna riepen enkele dagen later riepen. Laten we het niet te hard roepen, maar het proberen.