Palm- of Passiezondag (2009)

Inleiding

Een woord vooraf aan het evangelie, zodat Jezus het laatste woord heeft.

In het Passieverhaal volgens Marcus zien we hoe Jezus in een steeds grotere, menselijke verlatenheid raakt, totdat Hij aan het kruis Zich door zijn Vader verlaten voelt. Vanaf het ogenblik dat Jezus naar de Olijfberg gaat, wordt de houding van de leerlingen meer en meer negatief. Terwijl Jezus bidt, vallen ze in slaap, tot driemaal toe. Judas verraadt Hem, Petrus verloochent Hem tot driemaal toe, hij vloekt zelfs wanneer hij zegt Hem niet te kennen. Allemaal slaan ze op de vlucht, als ze zien hoe Jezus Zich niet verzet tegen de gevangenname. Ze vluchten allemaal, terwijl de laatste van hen zelfs zijn kleed achter laat om helemaal los te kunnen komen van Jezus, in tegenstelling tot wat er in het begin gebeurde, toen ze alles verlieten om Hem te kunnen volgen.

De Joodse en Romeinse rechters worden voorgesteld als cynische mensen, belust op macht. Jezus hangt zes uur aan het kruis, de eerste drie uur gevuld met spot en hoon, de laatste drie uur in de duisternis die over het land gevallen was. Het enige, laatste woord aan het kruis luidt: "Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?" Maar zelfs deze uitgeschreeuwde klacht wordt met hoongeroep beantwoord. Toen slaakte Jezus een luide kreet, blies zijn laatste adem uit en gaf de geest. Vanaf dát moment begint God te handelen om zijn Zoon te bevestigen.

Het proces van het Joodse Sanhedrin draaide erom dat Jezus had gedreigd de tempel te verwoesten. En wat gebeurt er na zijn dood? Het voorhangsel van de tempel scheurt middendoor. Daarmee begint de tempelverwoesting. Ook ging het proces over zijn aanspraak dat Hij de Messias was, de Zoon van God, de Zoon van de Allerhoogste. Nu, na zijn dood, bij het zien van zijn sterven, belijdt nota bene een heidense Romeinse honderdman: "Waarlijk deze Mens was Zoon van God."
Na deze smadelijke kruisdood wordt het mogelijk Hem te bekennen als de Messias. Het kruis, plaats van absolute machteloosheid, wordt draaipunt van de wereldgeschiedenis. God verbreekt de boeien van de dood. Hij doodt de dood, en verheerlijkt zijn gekruisigde Zoon boven alle schepselen. Álle schepselen, zoals we in de tweede lezing gehoord hebben; ook de schepselen die vervuld zijn van eigenwaan, zullen voor Hem op de knieën vallen. Dat zullen wij straks ook doen als we horen dat Jezus zijn geest geeft.