Overweging Palmzondag (2009)

"Als er nog iemand is die er aan twijfelt dat Amerika een land is waar alles mogelijk is, die zich afvraagt of de droom van onze stichters in onze tijd nog leeft, die aarzelingen heeft over de kracht van onze democratie: Vanavond hebt u uw antwoord gekregen."

Met deze woorden begon Barack Obama vorig jaar de speech die hij hield op de avond dat hij de presidentsverkiezingen van de Verenigde Staten won. U herinnert zich de beelden vast nog wel: een menigte van mensen die zich al uren van te voren had verzameld om de eerste rede te horen van hun nieuwe president en de verkiezingsoverwinning te vieren. Het was een koude novemberavond in Chicago, maar de beelden straalden warmte uit: Er klonk hoop uit de woorden van de president, er straalde blijdschap en verwachting van de gezichten in de massa, en de zwarte dominee Jesse Jackson pinkte een traantje weg: Yes we can .

Zo ongeveer moet het een kleine 2000 jaar geleden ook gegaan zijn, op de dag dat Jezus Jeruzalem binnentrok. Het volk van Israël leeft in nood, onder Romeinse bezetting. En in die omstandigheden duiken er verhalen op over een onbekende man ergens uit het noorden van het land. Er wordt verteld dat hij mensen moed inspreekt, nieuwe hoop geeft, dat waar hij kwam het leven opbloeit. En langzaam aan gaan mensen steeds meer hopen op zijn komst naar Jeruzalem: als hij toch eens koning zou kunnen worden, wat zou het ons dan goed gaan. En natuurlijk gelooft niemand echt dat het zou kunnen, net zoals niemand er nog maar twee jaar geleden serieus rekening mee hield dat een zwarte man president van Amerika zou kunnen worden. Maar toch, gaandeweg groeit de hoop, er ontstaat een beweging om deze man heen, en het aantal supporters neemt toe, bij Obama, en bij Jezus.

En dan ineens het gerucht: hij komt echt! Mensen verzamelen zich langs de wegen om maar niets te missen van Jezus' komst naar Jeruzalem, om te delen in de vreugde van het moment, om later tegen de kleinkinderen te kunnen zeggen: "Ik was erbij, op dat moment waarop onze geschiedenis zich ten goede keerde."

En zo gaat er een golf van verwachting door de inwoners van Jeruzalem, plaveien ze voor hem de weg met hun kleren en met palmtakken, zo kun je de hoop proeven, en hoor je de massa scanderen:

Yes we can !
Hosanna!

En toch is er met deze koning iets geks aan de hand. Dit is niet alleen een nieuwe heerser die zijn overwinning komt vieren. Je ziet het al aan het ezeltje waarop Jezus zit. Niet hoog op een paard, zoals vorsten dat doen, maar op een ezeltje. De omstanders hebben de betekenis vast onmiddellijk begrepen. Had de profeet Zacharia niet al gezongen dat de Messias, de gedroomde nieuwe koning David bescheiden rijdend op een ezeltje Jeruzalem binnen zou trekken?

En dus worden er kleren op de grond gelegd, wordt er gezwaaid met palmtakken, symbolen voor de vreugde van het koninkrijk van God en roepen de mensen "Hosanna!"

Met die uitroep is nog iets aan de hand. Wij lezen het meestal als een vreugdekreet, maar het is eigenlijk een gebed. Letterlijk vertaald betekent het "Breng toch hulp!" De hoop van de inwoners van Jeruzalem is omgeven door zorgen, door nood. In het onrecht van de bezetting door de Romeinen: Hosanna, Breng toch hulp! In een tijd waarin ook in het geloof fundamentalisten aan alle kanten in opkomst lijken: Hosanna, breng toch hulp! In een tijd waarin armoede heerst, en mensen door de economische malaise bang zijn voor hun toekomst: Hosanna, breng toch hulp! In een tijd waarin mensen zich afsluiten voor elkaar en lijken terug te trekken in hun eigen fort, in hun eigen gelijk, in hun eigen eenzaamheid: Hosanna, breng toch hulp!

En ineens gaat het niet meer om Koninklijke pracht en praal, of over de vraag of jouw politieke club er met de winst vandoor gaat. Ineens gaat het over de vraag in wie deze mensen langs de kant, en wij achter hen aan, ons vertrouwen leggen, op wie wij durven te hopen.

Met hun vreugde en hoop, en met hun gebed "Hosanna", geven ze richting aan hun eigen leven, vertrouwen zij zich toe aan iemand in wie zij de Messias herkennen, de mens van God die onze wereld zal omvormen tot de wereld zoals God haar bedoeld heeft.

Over die Messias heeft de profeet Jesaja geschreven, we hebben zijn droom gehoord in de eerste lezing: "God de Eeuwige gaf mij een vaardige tong, waarmee ik de moedeloze kan opbeuren. Elke ochtend wekt Hij mijn oor, zodat het toegerust is om aandachtig te luisteren."

Ja, zo stel ik me een Messias voor: Iemand die luistert, echt luistert naar wat er leeft in mensen. Zoals de Eeuwige zelf het zei toen hij vanuit die brandende doornstruik tot Mozes sprak: "Ik heb de ellende van mijn volk in Egypte gezien, ik heb hun jammerklachten gehoord, ik weet hoe ze lijden." (Ex 3,7). En iemand die in zijn woorden de hoop laat doorklinken, zodat mensen nieuwe moed vinden.

Maar net als je lekker wil wegdromen van zo'n Messias, gaat Jesaja verder: "God, de Eeuwige, heeft mijn oren geopend en ik heb geen verzet geboden, ik ben niet teruggedeinsd. Ik heb mijn rug blootgesteld aan mijn folteraars, wie mij de baard uittrokken, bood ik mijn wangen aan. Ik heb mijn gezicht niet verborgen toen ze mij beschimpten en bespuwden."

En ineens slaat de sfeer om. Wie Messias wil zijn, moet rekenen op verzet, op geweld. De komende week zullen we vierend meemaken hoe dat bij Jezus gegaan is. Zijn laatste avondmaal, zijn lijden en dood. En Pasen, zijn verrijzenis, voor ons een reden om mensen van hoop te blijven, tot over de grenzen van de dood heen.
Als u straks naar huis gaat, kunt u palmtakje meenemen, en dat naar oud gebruik achter een kruisbeeld steken of ergens anders in huis een plaats geven. Dat takje blijft herinneren aan het enthousiasme van Palmzondag, aan ons geloof dat deze mens ons door zijn leven, sterven en verrijzen steeds opnieuw de deur naar Gods Rijk voor ons openzet. En het takje is een uitnodiging om ons aan te sluiten bij de menigte die zong en bad: "Hosanna, breng toch hulp!"