Palmzondag (2009)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 419 niet laden

Bergen heuvels ontmoeten elkaar.

"Bergen en heuvels ontmoeten elkaar" - zei de rijke zakenman. En hij vertelde mij hoe hem als beginnend ondernemer door de bedrijfsleider van een groot hotel hier in de stad eens een loer was gedraaid. Maar: Bergen en heuvels ontmoeten elkaar ... Vele jaren én vele miljoenen later bezocht de zakenman in kwestie op een avond een restaurant in het Gooi. De gérant ervan bleek de voormalige bedrijfsleider van dat hotel te zijn. "Ach, meneer huppeldepup, wat vind ik dat nou leuk ..." had onze zakenman gezegd. "Ik heb wat te vieren, we drinken een mooie wijn vanavond, alleen ... zou ik het fijn vinden als Ú persoonlijk mijn glas af en toe zou willen bijvullen." Zoete wraak.

Bergen en heuvels ontmoeten elkaar, oftewel: We zitten allemaal in hetzelfde schuitje op deze aarde. En alles heeft met alles te maken. Als je hier drukt, dan gaat er dáár iets omhoog. Je daden, goed of kwaad, oprecht of vals of iets ertussenin, ze blijven niet zonder gevolgen, de effecten ervan slaan op jouzelf terug - en dat kan dus wel eens hard aankomen eventueel. Bergen en heuvels ontmoeten elkaar: Je moet omhoog en altijd ook weer omlaag en omgekeerd. De helling naar beneden wordt op een gegeven moment ook weer een helling omhoog.

Jezus' lijdensverhaal, dierbare gasten en parochianen van deze Vredeskerk; Jezus' lijdensverhaal is er de volmaakt illustratie van: dat bergen en heuvels elkaar ontmoeten. Een mens gaat ten onder. En wij zijn erbij, we zien het gebeuren.

Je hebt er niets mee te maken, maar je raakt er toevallig bij betrokken zoals het dienstmeisje of zoals Simon van Cyrene, "een voorbijganger die net de stad binnenkwam."

Of je bent een hooggeplaatste, je bent hogepriester of landvoogd, en je moet er wat mee, met "het probleem Jezus", want die man heeft zich onmogelijk gemaakt. Hij is niet te handhaven. Een rotte appel die zo snel mogelijk uit de mand moet worden verwijderd, want anders tast hij álle andere appelen aan, dan raakt de hele maatschappelijke orde ontrégeld, dan wordt het van kwaad tot erger en dan zijn de problemen níet te overzien. Dus je moet je verantwoordelijkheid nemen, vind je. Die vent moet moven. We moeten van Hem af.

Of je bent Zijn vriend, Zijn medestander, Zijn volgeling. Je bent van Hem onder de indruk geraakt en je hebt je door Hem laten meenemen, in Zijn verhaal. Maar nu neemt dat verhaal toch wel een heel bepáálde wending. Je krijgt het er benauwd van. Je doet het in je broek, zoals Petrus. De grond wordt je beslist te heet onder de voeten. Maar je hebt wél koude handen. Je knijpt 'm. Je bent een lafaard.

Of je hoort bij "het volk", lekker veilig op de tribune of op de televisie. Over alles een mening, en niet zo'n beetje ook. Gruwelijke meningen zijn het. Maar zélf natuurlijk helemaal buiten schot blijven, opgaan in de menigte. Voor hen is Jezus een stukje amusement. Bedenk wel: Er was toen nog geen televisie. Dus géén schietfilms en geen thrillers. Maar we zien zo graag bloed. Lekker griezelen - op veilige afstand.

Iedereen neemt een plek in, een positie, iedereen kiest, bewust of onbewust, een "gedragslijn" ten opzichte van Jezus van Nazareth die als Barbertje moet hangen. "In het leven van ieder mens wordt het Goede Vrijdag" zei mijn voorganger hier, pastor Niek Reuzenaar, bij de uitvaart van Jo Niewint, een oud-penningmeester van de parochie. In het leven van ieder mens wordt het Goede Vrijdag en vandaag is Jezus aan de beurt en alle mensen die er bij zijn, ook wij waarschijnlijk, ga daar maar van uit, want zelfs Petrus, de rots, beeft en splijt; - we dénken dat we er niets mee te maken hebben, dat het ons niet áángaat, dat wijzelf er níet aangaan, dat jij de dans ontspringt.

"Toen lieten allen hem in de steek en vluchtten weg". Neem die jongeman, "die alleen een linnen kleed aanhad". "Toen ook hij werd vastgegrepen, liet hij het kleed in hun handen achter en vluchtte naakt weg." Zo staat er. En ik denk: Die jongeman "staat voor" de hele mensheid die getuige is van wat er met Jezus gebeurt. De mensheid staat in z'n hemd, nee, minder: De mensheid staat in z'n nakie. Adam terug van weggeweest. En hij vlucht.

Het hart van alles, van het hele gebeuren, is Jezus. Hij gaat te gronde, maar Hij is tegelijk de enige die werkelijk staande blijft, die rustig blijft - al wérd hij ook ónrustig en angstig en al vóelde Hij zich dodelijk bedroefd in de olijfgaard Getsemane. Alleen Jezus blijft als mens overeind. Alleen Hij houdt, in zekere zin, "het hoofd koel". Alleen Hij blijft geloven. Alleen Hij blijft vertrouwen. En hoe!

"Ik verzeker jullie: ik zal niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken tot de dag komt dat ik er opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van God."

"Nadat ik uit de dood ben opgewekt, zal ik jullie voorgaan naar Galilea."

"U zult de Mensenzoon aan de rechterhand van de Machtige zien zitten en Hem zien komen op de wolken van de hemel."

Veelgeliefden, heeft Jezus dat allemaal precies zó gezegd tegen Zijn leerlingen en ten overstaan van Pilatus de landvoogd? We kunnen het ons nauwelijks voorstellen. Heeft de gemeenschap van Jezus Christus zoals die na Zijn dood opnieuw bijeenkwam, heeft die gemeenschap of heeft niet meer specifiek de evangelist, die het verhaal van Jezus' leven en van Zijn woorden voor ons opschreef; heeft die gemeenschap en héeft die evangelist de zaken niet een beetje bijgekleurd en geretoucheerd en ontdaan van ál te pijnlijke herinneringen aan Zijn, aan Jezus' ondergang?

Ik denk het niet. Nee, ik ben ervan overtuigd, dat het wezen van Jezus' levenshouding, óók tijdens Zijn proces en kruisgang, in de bewaarde, opgetekende woorden is overgeleverd. Dat Jezus' leerlingen na Zijn dood opnieuw zijn bijeengekomen, dat de Kerk is ontstaan, we kunnen dat, veelgeliefden, alleen maar begrijpen op grond van een onbegrijpelijke kracht van godswege die Jezus moet hebben bezield bij Zijn lijden en sterven; een kracht zó sterk dat geen graf Hem kon vasthouden. Dat graf barstte open zoals de knoppen van de bomen op de eerste lentedag.

Bergen en heuvels ontmoeten elkaar: Pilatus, de hogepriesters, Petrus, de leerlingen, het dienstmeisje, de poedelnaakte jongeman en de hele rattaplan is ten onder gegaan en we spreken nog slechts over hen vanwege hun slachtoffer Jezus die tot op deze dag voor ons springlevend is in het Evangelie, in het Sacrament des Altaars en vooral in Zijn Liefde die wij van dag tot mogen ervaren, Zijn Liefde die voor ons is als het brood waarvan wij mogen leven, Zijn Liefde waarin wij mogen staan, de onderlinge Liefde die wij mogen delen. Laten wij ons daaraan, laten wij ons aan Hem vasthouden en óptrekken. Altijd. Overal. Amen