Als er geen weg terug is (2006)

In de Bijbel en ook later in de geschiedenis van het christendom hebben altijd twee geloofsmodellen tegenover elkaar gestaan. Er is het Exodusmodel en het tempelmodel. Het Exodusmodel gaat terug op de grondervaring van de Uittocht uit slavernij. Ook alle later geloven volgens dit model heeft te maken met een uitweg naar bevrijding. God wordt in dit model gezien als een niet plaats gebonden, meetrekkende God. God verschijnt als verbonden met de geschiedenis van volkeren. De cultus, de rol van de priester en de heilige plaats zijn ondergeschikt aan het dagelijkse leven, het ethische engagement, de oproep van de profeet, enz.

Heel anders is het tempelmodel. Hier primeert het brengen van offers op een vaste, heilige plaats. God is verbonden met die plaats en wordt ervaren als de heilige die nabij komt dankzij de rituelen. Het leven is meer stabiel en geordend volgens de seizoenen en de ermee verbonden grote feesten. Omdat God als veraf wordt beleefd is de rol van de priester heel belangrijk, want hij overbrugt de afstand door de cultus en door de mensen te wijzen op hun plichten.

Deze twee modellen zijn abstracties en bestaan nooit zuiver in de realiteit, maar het onderscheid kan helpen om scherper te zien. Je vind ze terug in de Bijbel, maar ook in het latere jodendom en in het christendom. De Romeinse liturgie voorgegaan door een bisschop verschilt in zijn ritueel verloop en inhoud grondig van een religieuze samenkomst onder leiding van een catechist ergens in het Amazonewoud. Misschien schuilt hier ook het grootste onderscheid tussen basisgemeenschappen en de meer traditionele parochies. Zelfs in wat ze gemeenschappelijk hebben zoals sommige sacramenten zullen ze bij het vieren andere accenten leggen en voel je weer het onderscheid tussen het uittrekken, de mondiale zorg en anderzijds de bevestiging en de heiliging van de plaats waar men woont.

In het NT valt het op dat Jezus zichzelf helemaal heeft geplaatst in de lijn van het Exodusmodel en dus moest Hij onvermijdelijk in botsing komen met de aanhangers van het tempelmodel. Immers de God van Jezus is niet veraf en aan een plaats (de tempel) gebonden maar heel nabij in het hart van de mensen en wel vooral in de ‘armen van Jahwe'. Niet de Thora is het zout der aarde, zegt Jezus, maar jullie armen. Jezus gedraagt zich niet als een priester, maar heeft alle trekken van een profeet die oproept tot gerechtigheid.

Een botsing was dus onvermijdelijk. Voor beide partijen stond heel veel op het spel. Ik denk daarom dat Jezus heel bewust de confrontatie heeft gezocht en wel op een moment dat veel pelgrims in Jeruzalem waren en veel armen en randmensen zich in de stad bevonden. Zowel de tempelreiniging als de intocht wijzen op de hoop die Hij had gelegd in de geest van zovele. Er was voor Jezus geen weg terug. Moedig heeft Hij de uitdaging opgenomen en zichzelf geofferd om zo de zaak van God te redden.

Maar wat niemand kon weten of vermoeden gebeurde. God zelf bevestigde dit leven door het niet ten onder te laten gaan, maar het op te nemen in zijn eeuwige liefde. De verrijzenis is het antwoord van God. Het is het goddelijke perspectief dat menselijk logisch gezien onmogelijk is.

Misschien zullen wij in deze Goede Week een beetje zoals de leerlingen Jezus van op afstand aarzelend volgen. Misschien eerder bang en nieuwsgierig dan overtuigd en moedig. Toch is het vieren van deze laatste dagen geen vrijblijvende zaak, maar zullen we plots moeten merken dat een weg terug onmogelijk is.