Tegenstellingen (2003)

In elke grote stad staat er wel eentje, zo'n beeld met een kerel op een steigerend paard. Meestal heeft ie ook nog een lans, een zwaard of een geweer in de hand. Machthebbers laten zich zo graag afbeelden: hoog te paard, verheven boven het gewone volk en bij leven lieten ze zich begeleiden door zoveel mogelijk soldaten en indrukwekkend wapentuig. Macht en geweld wordt er aangeboden en dat wordt altijd ook nog eens massaal toegejuicht. Dat je van zo'n hoogte met een geweldige klap naar beneden kunt vallen daar denkt bij zo'n parade niemand aan.

Maar als je een heel ander bewind wil binnendragen, geen macht en geweld, maar vrede, verdraagzaamheid, eenvoud, bescheidenheid, stille gods- en menslievendheid, hoe doe je dat? Dan kom je binnen bijvoorbeeld op een ezelsveulen in plaats van op een paard en je omgeeft je met wat eenvoudige vissers of zo en dan roepen de omstanders die intussen weten wat ze met macht en geweld hebben binnengehaald, dan roepen ze: "Help ons" of "Hosanna", want dat is hetzelfde. Ze roepen niet te hard en zwaaien niet met vlaggen, maar met palmtakjes, want je weet maar nooit hoe die bazen zullen reageren.

Die tegenstelling van eertijds, die twee werelden, zijn er nog steeds en daarover gaan de verhalen van vandaag op Palmzondag. Die verhalen zijn van lang geleden om de werkelijkheid van nu nog dichterbij te halen en vooral om opnieuw een keuze te maken. Wie hier blijft heeft die keuze al gemaakt en is niet bang om nog eens te luisteren en te vernemen naar wat er met de geweldloze kan gebeuren. Maar die hoog te paard zaten zijn vergeten en naar beneden gevallen, die op die ezel is nog steeds levend onder vreedzame mensen.

Naar dat verhaal gaan we vandaag luisteren.

Marcus 11,1-10

Toen Jezus en zijn leerlingen dicht bij Jeruzalem waren, bij Betfage en Betanië; tegen de Olijfberg aan, stuurde Hij twee van zijn leerlingen eropuit met de opdracht: 'Ga naar het dorp daar vlak voor je. Meteen als je er binnenkomt, zul je een veulen vinden dat vastgebonden staat en waarop nog geen mens gezeten heeft. Maak het los en neem het mee. ? Als iemand tegen jullie zegt: "Wat doen jullie daar?" zeg dan: "De Heer heeft het nodig; Hij stuurt het meteen weer terug."' Ze gingen weg en vonden een veulen, vastgebonden bij een deur, buiten aan de straat, en ze maakten het los. Sommige omstanders zeiden tegen hen: `Wat doen jullie daar, waarom maken jullie dat ezelsveulen los?' Ze antwoordden hun zoals Jezus gezegd had. En ze lieten hen hun gang gaan. Ze namen het veulen mee naar Jezus, wierpen er hun kleren overheen, en Hij ging erop zitten. Velen spreidden hun kleren uit op de weg, anderen deden hetzelfde met twijgen die ze op het veld gesneden hadden. ??Zowel de mensen die voorop gingen als die volgden, schreeuwden: `Hosanna! Gezegend Hij die komt in de Naam van de Heer. Gezegend het koninkrijk dat komen gaat, van onze vader David, Hosanna in de hoogste hemel!'