Trouw (2009)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden
Trouw moet van binnenuit komen. Je kunt ze niet vastleggen in regels of afspraken. Trouw vraagt een volledige inzet, een zeker uithoudingsvermogen, maar vooral overgave.
Dat is niet gemakkelijk. In feite gaan wij, als het erop aan komt, elkaar nogal eens afvallen. Durven wij elkaar recht in de ogen te zien wanneer het moeilijk wordt? Zijn veranderingen uitdagingen, of redenen om af te haken? -- Zeker, een oordeel is in concrete omstandigheden moeilijk, zo niet onmogelijk. Er horen altijd vragen bij-.- Maar toch...
In elk geval: trouw is niet iets abstracts. Trouw aan anderen, aan mezelf, aan wat en in wie ik geloof leren wij door schade en schande. Ze moet groeien en rijpen, ten koste van veel en vaak onbegrepen pijn. Levenslang: twijfelen, niet durven, toch blijven; onttakeld worden, en toch een zin zien in ons leven en streven.

Dat komt bij me op bij het luisteren naar de eerste lezing. De profeet Jeremia is daar aan het woord. Zeven jaar heeft hij ondergedoken gezeten. Zijn opdracht lijkt te mislukken, slaat niet aan, teistert hemzelf met twijfel en onttakeling. Zijn band met God echter is wel aangevochten, maar niet verbroken. Hij ontdekt dat uiteindelijk zijn verbonden-zijn is gegroeid en gerijpt, zuiverder is geworden. Zo iemand - en er zijn méér van zulke mensen, ook vandaag -, zo iemand kan en mag in uitzichtloze omstandigheden iets zeggen. Zo iemand kan - nota bene tijdens het beleg van Jeruzalem: de verwoesting staat voor de deur -, zo iemand kan spreken over het verbond van God met zijn volk.
Jeremia spreekt over een neiuw verbond: 'Ik zal hun God zijn, en zij zullen mijn volk zijn'. Die woorden, dagelijks beleden door iedere vrome jood, moeten van binnenuit komen, van harte. Iedereen is zelf verantwoordelijk, moet zelf 'ja' zeggen en doen. Het zijn bevrijdende woorden: doorbraak binnen een verstard en uitgehold volk. Maar ook moeilijke woorden, want trouw is in het geding. Maar geen ondoenlijkiets, dat nieuwe verbond; Jeremia heeft aan den lijve niet alleen de pijn, maar ook geluk ondervonden. God is trouw. En daarom kan ook Jeremia, kan een mens trouw zijn.

Dit brengt ons als vanzelf naar het evangelie. De evangelist Johannes, die zo verheven en weloverwogen spreekt, laat ons hier een Jezus zien die verzucht: 'Nu is mijn ziel verscheurd. Wat moet ik zeggen? "Vader, red Mij uit dit uur"? Maar daarom juist ben Ik tot dit uur gekomen'. Wat in de andere evangelies gebeurt
in de hof van Olijven, speelt zich bij Johannes af op het tempelplein, midden tussen mensen, zelfs vreemdelingen, die aan Jezus trekken. Dat brengt de verscheurdheid dichterbij, maakt de verwarring invoelbaar. Jezus zegt: Met angst en beven zie Ik de naaste toekomst tegemoet. Wat moet Ik zeggen? Ik ben verscheurd. Maar als Ik me nu terugtrek, is alles verloren, wordt mijn leven zinloos. Ik moet trouw blijven'.

Ook wie van harte, van binnenuit trouw is, weet niet wat de toekomst zal brengen. Die toekomst moet in het leven vorm krijgen en kost kruim. Maar - ik zeg het stamelend - ook is ze het enige houvast en maakt ze duidelijk wie jij bent en wie God is. Ik besef, - dit is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Maar we hoeven het niet op eigen kracht te doen, kunnen we achteraf zeggen. Trouw zijn tot het uiterste heeft te maken met duurzaamheid, met leven dat grenzen overschrijdt. Denken we aan Jezus' woorden over de graankorrel, over het je niet vastklampen aan wat je hebt en over het volgen van Jezus Messias. En toch... trouw tot het uiterste. We hoeven heus niet te vergeten, dat Jezus' trouw tot het uiterste niet los staat van zich leeg voelen, van ontredderd zijn, van verscheurd zijn. Herkennen en erkennen wij iets daarvan in onszelf? Ieder van ons kan dit het best voor zichzelf invullen. Mogen wij dan ook althans proberen het uitzicht te ontdekken dat Jezus biedt en zelf is: Pasen.