Als hij sterft, brengt hij veel vrucht voor (2009)

"Als wij dan eten van dit brood, verkondigen wij de dood des Heren."  Door deze acclamatie na de consecratie beamen wij het leven van Jezus, zijn lijden, zijn dood en zijn verheerlijking.

Op het altaar ligt brood.  In het brood zijn de gemalen graankorrels.  Ze hebben een lange weg afgelegd.  Brood, gebakken uit meel; meel gemalen van korrels; korrels gedorst na het zaaien, kiemen, groeien, oogsten en binden in schoven.  Brood geconsacreerd tot lichaam van de levende Christus, voor mensen gestorven, voor ons uit de dood opgestaan.

Graan is een van de oudste gewassen, geteeld op meerdere plaatsen.  Het is niet in alle culturen bekend.  In Jezus' tijd was tarwe de meest vertrouwde graansoort.  Ze aten vaak de korrels nadat ze deze uit de aren met de hand hadden open gewreven.

Jezus gebruikt op palmzondag het beeld van de gestorven graankorrel (ZJ. 921). Laat het bijbels beeld van het gestorven graan binnendringen zoals dat van het geknakte riet dat niet is afgeschreven.  Een graankorrel bevat zoals elk zaad energie.  Het is een teken van toekomst.  Niet alles wat aan de aarde wordt toevertrouwd, brengt vrucht voort.  Steen, metaal en hout groeien niet. 

Jezus gebruikt in zijn toespraak op Palmzondag de graankorrel als beeld van zijn leven.  Zijn lijden staat voor de deur.  Hij moet zijn tocht gaan.  Hij mag niet vluchten.  Hij doet het ook niet, al veronderstelt de ene of andere commentaar dat de aanwezige Grieken hem hierbij hadden kunnen helpen.  Op Palmzondag zijn enkele Grieken in zijn omgeving.  Dit kan wijzen op het uitdeinen van zijn invloed.  Johannes beklemtoont van bij het begin de universele betekenis van Jezus.  Het heil is niet beperkt tot de Joden, al komt het uit hun volk.  Jezus spreekt met een Samaritaanse, hij werkt in het Overjordaanse.  Hij laat Grieken in zijn omgeving treden.  Dit zijn facetten van het aanbreken van het uur van zijn verheerlijking.

Joden stonden afkerig tegen de hellenistische invloed.  Jezus heeft onder zijn leerlingen toch mensen met Griekse namen.  Philippus betekent paardenliefhebber.  Hij fungeert als bemiddelaar.  Samen met Andreas maakt hij de wens van de Grieken bekend om Jezus te ontmoeten.  Of dit effectief lukte, kunnen we uit de tekst niet opmaken.  "Het voorval leert ons alvast dat wij bereid moeten zijn om vragen en wensen  te beluisteren, vanwaar die ook mogen komen.  Wij mogen deze aan de Heer voorleggen, de enige die zij ten volle kan bevredigen.  Inderdaad, het is belangrijk te weten dat de beden die tot ons gericht worden bij de Heer terecht komen.  Naar hem moeten wij elkeen verwijzen die in nood is.  Zo kan elkeen van ons een open straat zijn naar Jezus toe" (Paus Benedictus, catechese over Philippus 06.09.06).

Enkele dagen voor het overlijden van Johannes Paulus II leidde kardinaal Ratzinger de kruisweg in het Colloseum.  Hij nam als leidmotief Joh. 12, 24 en bracht een eucharistische interpretatie van de kruisweg.  .

"De Heer interpreteert heel zijn aardse weg als de weg van de graankorrel, die enkel door de dood heen tot vruchtbaarheid leidt.  Hij interpreteert zijn aardse leven, zijn sterven en verrijzen in de richting van de Eucharistie, waarin heel zijn mysterie samengevat blijkt te zijn.  Omdat Hij zijn sterven heeft voltrokken als een daad van overgave, van liefde, daarom is zijn lichaam omgevormd en opgenomen in het nieuwe leven van de verrijzenis.  Daarom is Hij, het vleesgeworden Woord, nu ons voedsel voor het werkelijke, het eeuwige leven.  Het eeuwige Woord - de scheppende kracht van het Leven - is uit de hemel neergedaald en zo werkelijk "manna" geworden, brood, dat zich meedeelt aan de mens in geloof en Sacrament.  Zo wordt de Kruisweg een weg die in het eucharistisch mysterie binnen leidt: de volksvroomheid en de sacramentele vroomheid van de Kerk verbinden zich en doordringen elkaar.  Het bidden van de Kruisweg wordt zo begrepen als een weg naar de innerlijke, geestelijke communie, zonder welke de sacramentele communie leeg zou blijven." 

In de Kruisweg zien wij een God "die zelf met de mensen mee-lijdt, wiens liefde niet onbewogen blijft in verheven verte, maar naar ons afdaalt, tot in de dood aan het kruis.  Daarmee keren we weer terug naar Jezus' woord over de graankorrel, dat Hij zelf vertaalt in de grondformule van het christelijk bestaan: "Wie zijn leven bemint, verliest het; maar wie zijn leven in deze wereld gering acht, zal het ten eeuwige leven bewaren" (Joh. 12, 25)."

Jezus brengt ons bij dat ‘Kruisweg' betekent ‘de weg van het zichzelf verliezen', de weg van de liefde.  "Deze weg is Hij ons voorgegaan, deze weg wil de Kruisweg ons leren te gaan.  Daarmee zijn we weer beland bij de gestorven graankorrel - bij de heilige Eucharistie, waarin voor altijd de vrucht van Jezus' sterven en verrijzen onder ons tegenwoordig komt.  In haar gaat Hij met ons mee zoals eens met de leerlingen van Emmaüs, en wordt  Hij steeds weer opnieuw onze tijdgenoot" (J. Ratzinger, kruisweg 2005, Interkerk. nl).

De Gekruisigde en Verrezen Heer zal bij ons zijn wanneer wij aan de aarde worden toevertrouwd.  Wij hopen dat Jezus dan opnieuw tot ons zegt dat niemand van ons voor zichzelf alleen heeft geleefd en voor zich alleen is gestorven (ZJ 928).