Een graankorrel die sterft, brengt veel vrucht voor

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Iedereen verlangt er ooit wel eens naar Jezus te zien. De Grieken waren de eerste uit de niet-joodse wereld die ernaar verlangden Jezus te zien. Zij staan daar als de vertegenwoordigers van alle heidenen na hen die Jezus willen zien: een ontelbare menigte uit alle volken en talen. Sint Paulus wilde sterven om Jezus te zien, de martelaren offerden hun leven in de zekerheid Jezus te zullen zien. 'Ik zie de hemel open en de Mensenzoon aan de rechterhand van God', getuigt de eerste martelaar Sint Stefanus. Om Jezus te zien trokken honderden kluizenaars naar de woestijn.

Ook wij zouden Jezus graag zien. Het is toch zo pover wat wij over Hem weten uit boeken, die tweeduizend jaar oud zijn. Wij zouden heel graag Jezus zelf eens ontmoeten, Hem ontdekken als de zin van ons leven. Wij verwachten dan dat Hij onze levensgezel zal worden in goede en kwade dagen. Wij hopen Hem voor altijd te zien aan de overzijde van het graf.

Op deze eeuwenoude verzuchting ‘wij zouden graag Jezus zien' geeft het evangelie vandaag een antwoord.

Dit zien van Jezus is alleen mogelijk in gemeenschap met zijn lijden en dood. Hij die met Jezus zijn levensweg wil gaan, zal Jezus zeker kunnen zien. Een ongelovige, een buitenstaander kan Jezus niet zien. De persoonlijkheid van Jezus ontsluit zich alleen voor de ogen van het geloof.

Luisteren we naar de parabel van de stervende graankorrel. Die mogelijkheden die verborgen liggen in de graankorrel kunnen slechts worden vrijgemaakt door de ontbinding. De graankorrel moet eerst in de aarde gelegd worden en sterven. Dan pas kan hij rijke vrucht opleveren.

Jezus past deze levenswet bewust toe op zichzelf. Door zijn lijden en sterven wil Hij nieuw leven mogelijk maken, dat honderdvoudige vrucht zal dragen in zijn leerlingen. Deze levenswet geldt ook voor elke leerling van Jezus. Als wij, evenals Jezus, voedzaam willen worden als brood, zullen wij bereid moeten zijn ons leven te geven voor anderen. De een moet sterven voor de ander.

Uit de dood kan nieuw leven geboren worden. Kijk maar in de natuur naar de planten en de dieren. Voor de mens geldt dit nog veel meer, zeker voor de christenmens. De ervaring leert het ons elke dag. Wij onvangen liefde naarmate anderen zich wegschenken aan ons. Wij ontvangen leven naarmate anderen het leven niet voor zichzelf willen houden. Wij ervaren geluk en vreugde naarmate anderen ons vreugde geven.

Ik denk aan ouders die voor het vierde kind ‘ja' zeggen, ook als zij weten dat daardoor hun vrijheid en hun comfort kleiner worden. Ik denk aan priesters en kloosterlingen die omwille van het evangelie afstand doen van een eigen gezin om zich meer in dienst te kunnen stellen van de armen en de kleinen. Ik denk aan zoveel mensen die hun vrije tijd opofferen om zich volledig in te zetten voor het welzijn van de anderen. Zij hebben het programma van Jezus' leven overgenomen. Van de Heer zelf hebben zij geleerd zichzelf prijs te geven opdat anderen zouden leven.

Zeker, deze levenswet van sterven-voor-anderen is een harde werkelijkheid. Wij kunnen die alleen aanvaarden vanuit ons geloof in de Heer Jezus. Sint Paulus spreekt hier van de ‘dwaasheid van het kruis'. Heilige mensen hadden veel tijd nodig om zich deze levenshouding eigen te maken.

Ook wij kunnen vol goede hoop zijn als wij zo willen leven. Jezus beloofde dat Hij allen tot zich zou trekken als Hij van de aarde verheven zou zijn. De weg die Hij beloofde is een weg van genade. Hoeveel miljoenen mensen hebben sindsdien die weg gekozen! Hoevelen voelden zich aangetrokken door de wijd uitgestrekte handen van Jezus aan het kruis om zijn weg te gaan?
Als wij Jezus liefhebben, zullen wij ook de moed vinden om de weg van de stervende graankorrel in te slaan. De weg van Jezus is immers de enige weg naar het volle leven.