Jezus zien

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
In Jeruzalem was, ter gelegenheid van het joodse paasfeest, altijd weer een internationaal gezelschap bijeen. Zo vermeldt Johannes dat daar ook ‘enige Grieken' waren. Wellicht slaat dit op joden die door de zogenaamde diaspora buiten Israël woonden en met Pasen naar Jeruzalem reisden om aan het feest deel te nemen. Van hen wordt verteld dat zij om een onderhoud vragen met Jezus. In de Griekse tekst staat letterlijk: ‘Wij willen Jezus zien.' Die uitdrukking betekent mijns inziens, zeker in het evangelie van Johannes, meer dan alleen maar de vraag om een gesprek. Jezus reageert trouwens nogal eigenaardig. In plaats van met die Grieken een gesprek aan te gaan, maakt Hij duidelijk wat ze in de komende paasdagen ‘te zien zullen krijgen.

Wat zal er op dit paasfeest in Jeruzalem te zien zijn? Het antwoord is heel eenvoudig: op een heuvel vlak bij de stad zullen drie mannen gekruisigd worden. Dat zal het grote publieke spektakel zijn. Voor een van die drie zal de reden aangegeven zijn: Jezus van Nazaret, koning van de joden. Het oog ziet wat het ziet en de verklaring laat aan duidelijkheid niet te wensen over: hier wordt een politiek misdadiger terechtgesteld.

Jezus' antwoord gaat een heel andere kant op. Hij legt uit wat er werkelijk ‘te zien' zal zijn. Voor dat zien zal dan wel het oog van het geloof nodig zijn. Met dat oog kunnen we pas zien als we eerst met onze oren naar Hem geluisterd hebben. De vraag is welke dood daar gestorven wordt. Daarop gaat Jezus uitgebreid in. Eerst wijst Hij op de gang van zaken in de natuur: een graankorrel moet sterven om vrucht voort te brengen. Daarin kan iedereen Hem nog wel volgen, vermoed ik. Maar dan gaat Hij veel verder: alleen wie zijn leven ver¬liest, zal het in eeuwigheid vinden. Dat zijn uitdagende woorden, waar het gezond verstand niet meer bij kan. Ze gelden bovendien niet alleen voor Hem, maar voor allen die Hem willen dienen en volgen.

Maar Jezus' scherpste uitspraak is wel dat God zelf daar ten volle mee gemoeid is. Jezus noemt zijn aanstaande kruisdood verheerlijking. Vanuit de hemel komt de bevestiging: ‘Die heb Ik al verheerlijkt en ook nu zal Ik Hem verheerlijken.' Dat gaat in tegen alles wat er met het blote oog te zien zal zijn: gruwel en dood. Niemand kan uit wat hij of zij ziet, afleiden dat dit een verheerlijking is. Daarvoor is het openbarende woord van Jezus zelf nodig, dat wij in geloof aannemen. Eenmaal zover, valt er veel te ‘zien'. Onder andere dat Gods liefde voor ons onvoorstelbaar groot is. Want die dood is onze redding. God wil dat zijn Zoon op die plaats is waar onschuldige mensen kunnen terechtkomen. Golgota, dat is de plaats waar kinderen vermoord worden, of hulpeloze vluchtelingen van ellende en ontbering omkomen. Tot hen en tot allen die de ontluistering van de dood in moeten gaan, zegt Jezus: ‘Ik haal je naar Mij toe.'