Het is zover

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Als je met zorg de aangegeven Johannestekst leest is het dui¬delijk dat het over een keerpunt in het leven van Jezus gaat. Hij zegt dat zelf met evenveel woorden: ‘Nu is het uur aangebroken!' Het is alsof alles heeft staan wachten op dit ogenblik. ‘Nu wordt het oordeel over deze wereld uitgesproken, nu is de vorst van deze wereld overwonnen!'

Wat was er gebeurd? Enkele Grieken waren naar de leerling van Jezus, die de meest Griekse naam had - Filippus - gekomen en ze hadden hem gevraagd of ze Jezus konden zien. Ogenschijnlijk een heel eenvoudig en onschuldig verzoek. Er moeten honderden, wellicht duizenden mensen, met hetzelfde verzoek gekomen zijn. Toch meent Raymond E. Brown - de grote Amerikaanse Johannes¬specialist - dat dit Griekse verzoek juist het keerpunt in het leven van Jezus was. Iets wat wij, gezien de tegenwoordige moeilijkheden tus¬sen de verschillende etnische groepen in het Midden-Oosten (en el¬ders!) wellicht beter kunnen begrijpen dan ooit tevoren.

De Grieken waren in de tijd van Jezus - maar ook lang daar-voor en lang daarna - het grote gevaar voor het jodendom. Ze waren geen militaire, politieke of commerciële vijanden. Ze vormden een cultureel gevaar. Ze speelden een beetje de rol die nu westerlingen - en vooral Amerikanen spelen in het Midden-Oosten ten opzichte van de islam.

De aanwezigheid van de Amerikaanse troepen in het Midden-Oosten is naast hun militaire invloed, vooral gevreesd vanwege hun onvermijdelijke culturele invloed. Een hele beschaving staat onder druk en heeft daar grote moeilijkheden mee.

Dat die Grieken kwamen vragen om Jezus te zien waš een geweldige doorbraak. Iets ongehoords, en waarschijnlijk gezien de eerste reacties bij de leerlingen voor hen ook iets ongewensts. Ze waren er in zijn gezelschap aan gewoon geraakt om in het gezel-schap te zijn van mensen, waar ze normaal gezien geen contact mee zouden hebben, zelfs met Samaritanen en Syro-Feniciërs. Maar dit waren Grieken. Filippus weet niet goed wat te doen. Zoals hij dat dan wel meer doet, gaat hij naar Andreas om hem raad te vragen. Vervolgens brengen ze samen de moed op om naar Jezus te gaan. Als Jezus het verzoek van de Grieken hoort, of misschien omdat hij merkt dat Filippus en Andreas besloten hun verzoek door te geven, antwoordt hij: Eindelijk is het dan zover! Het uur is gekomen. Nu zal iedereen mijn glorie zien. Alles gaat nu op zijn plaats vallen.

Hij voegt aan al dat enthousiasme iets anders toe. Hij heeft het over de pijn en moeite die dit alles zal meebrengen. Er moet iets heel ouds doorbroken worden. Het zaad dat tot nu toe genen en le¬ven beschermde en bewaarde moet openbreken en het risico van een nieuw bestaan aangaan om vrucht te kunnen dragen. Het leven waar we tot nu van hielden moet achtergelaten worden om het nieuwe in te kunnen gaan. En Jezus besluit dan op het einde van dit verhaal dat dit iets is dat alles en allen aangaat. Het is op dit punt van Johannes' evangelie dat de hele waarheid over ons menselijk en creatuurlijke leven onthuld begint te worden. We behoren allemaal bij elkaar, of zoals het blad van de Neder¬landse missionaire groepen het al zoveel jaren terecht in haar titel zegt, wij horen BijEEN.

De termen ‘bij elkaar' en ‘bijeen' drukken de werkelijkheid van dit samenzijn niet tot op haar diepste diepte uit. Ze blijven oppervlak¬kig boven de meest fundamentele grond van dit alles hangen.

De grond van dit samenhoren is, dat het in Jezus duidelijk wordt, dat wij allen gelijkelijk gewild en bemind worden, door iemand die hij zelf abba noemt.

Hier schuilt ook juist de grootste moeilijkheid. Het is deze soort gelijkheid waarmee wijzelf zo'n moeite hebben haar te aanvaarden.

Wij zelf hebben moeilijkheden met de ‘Grieken' van onze tijd, met de anderen die zo ‘anders', of op zijn Grieks zo ‘barbaars' schij¬nen te zijn. Denk maar aan onze eigen leefwereld met haar discrimi¬natie en vooroor¬delen, haar racisme en etnische moeilijkheden.

Onze kringetjes zijn nog te vaak te zeer gesloten, ook - en mis¬schien wel juist! - in onze kerkelijke verbanden, waar een centraal westers-gericht bestuur, nog steeds moeite heeft de nieuwkomers van onze tijd, die Jezus willen zien, welkom te heten. En toch zou het allang zover moeten zijn...