5e zondag in de veertigdagentijd B - 2003

"Ik leg mijn wet in hun binnenste, ik grif ze in hun hart. Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn. Dan hoeft niemand een ander nog voor te houden: Leer de Heer kennen. Want iedereen, groot en klein, kent mij dan - godsspraak van de Heer -.

Zusters en broeders, we hoorden een van de mooiste lezingen uit Jeremia. Een profeet die meestal klaagt, maar die ook heel diepe woorden van hoop kan uitspreken, zoals hier. Hij kondigt een nieuw verbond aan, en hij is de enige in het Oude Testament die dat doet. Een nieuw verbond dat niet meer in steen staat gebeiteld zoals de wet van Mozes, maar dat door God zelf direct in de harten van de mensen wordt gegrift. Wij christenen, wij weten dat dit verbond met Jezus in vervulling is gegaan, en dat is in het evangelie van vandaag bijzonder goed te merken.

"Wij willen Jezus spreken", vragen enkele Griekse joden, en daarmee bedoelen ze: 'We willen Hem leren kennen, we willen zijn woord horen en proberen Hem te volgen.' Hun vraag is voor Jezus de aanleiding om heel diep te gaan in wat Hij zegt, en dat is ook heel begrijpelijk: Hij weet dat Hij voor zijn dood staat, en wat doet een mens in zo'n omstandigheden? Dan schrijft hij zijn testament. Dat doet Jezus ook. Geen testament over de verdeling van zijn goederen, want die heeft Hij niet, maar zijn geestelijk testament, de kern van zijn boodschap. En die kern is: 'Keer terug naar uw binnenste, en geef u aan God en aan elkaar.'

Ik weet het, zusters en broeders, zo'n woorden gaan helemaal in tegen onze manier van leven en onze manier van denken. Wij willen vooral grijpen, vasthouden, bezitten, niet alleen dingen, maar ook mensen. 'Fout', zegt Jezus, 'want wie zijn leven absoluut wil veilig stellen, die zal het verliezen.' En dat is een waarheid zo groot als deze kerk, en het is nog logisch ook. Want hoe meer we nodig hebben om ons leven waardevol en de moeite waard te vinden, hoe groter de kans dat we iets van al dat nodige verliezen, hoe kwetsbaarder we dus worden. Daarom zegt Jezus ook: 'Als de graankorrel niet sterft, kan hij geen vrucht voortbrengen.' Sterven aan onszelf, ons egoïsme intomen, de hebberige mens in ons het zwijgen opleggen, en leven voor God en voor elkaar. We horen dat niet graag, en we willen onze eigen antwoorden geven, maar ik denk dat we diep in onszelf beseffen dat onze antwoorden op het leven zeer voorlopig zijn, en dat ze geen stand houden in de moeilijke momenten.

En daarom, zusters en broeders, gaan we ook op zoek naar waarden die ons leven zinvol kunnen maken. Liefde en vriendschap, gezondheid en een gezond milieu, en natuurlijk ook vrede. Jezus zocht die waarden ook, maar Hij gaf er een andere dimensie aan. Hij zei: 'Wat ge ook doet, doe het in de naam van God.' En dat precies doen we niet, of toch niet genoeg. Neem nu liefde, het mooiste wat er tussen mensen kan bestaan, de kern zelf van ons bestaan. En wat zien we? Dat heel veel menselijke liefde uitmondt in achterdocht, wrok, haat, scheiding, zelfs moord en doodslag. Maar wat zei Jezus ook alweer? "Bemin God bovenal, en uw naaste gelijk uzelf." Met andere woorden: Ent uw liefde in God, haak ze vast in Hem, leg ze in zijn handen, en ze zal groeien, want God is liefde, niets anders.

Of neem vrede. 'Vrede zij u', zei Jezus altijd opnieuw na zijn verrijzenis. Vrede is inderdaad een diep menselijk verlangen en een absoluut na te streven goed. Maar in haar puur menselijke vorm wordt ze veelal berekend en onbetrouwbaar, en een dekmantel voor macht en eigenbelang. Dat zien we vandaag maar al te goed. Ik weet niet hoe gij zijt, maar ik kan niet geloven dat er in Irak vrede kan groeien uit raketten en bommen, uit duizenden zinloos vermoorde jonge mensen, uit verminkte lichamen van vrouwen en kinderen op markten en in straten. Ik kan niet geloven in een vrede met de stank van olie en het geritsel van dollars in elk van haar letters. Ik denk dat gij dat ook niet kunt. Ik kan alleen geloven in een vrede die in God is geënt en door God wordt geschraagd. Alleen die vrede is belangloos, is echt vrede.

En Jezus beëindigt zijn testament met de oproep: 'Wil iemand Mij dienen, dan moet hij Mij volgen, ook in mijn lijden.' Zusters en broeders, versta dit niet verkeerd: het kruis zoeken, moeten we echt niet doen, dat komt vanzelf. Mensen kunnen elkaar pijn doen, ouders kunnen kreunen onder het leed van en door hun kinderen, en allen kennen we ziekte en dood. Ieder van ons heeft zijn kruis, maar het draagt lichter als we weten dat God zelf het uiteinde ervan vasthoudt, en als we Jezus horen fluisteren: 'Wanhoop maar niet. Wat Ik heb gekund, kunt gij ook. En Ik zal bij u zijn, want Ik, Ik ben er voor u, altijd en overal.'

Zusters en broeders, Jezus gaf ons een heel mooi en een heel bemoedigend testament, zo mooi en zo bemoedigend dat God zelf er zijn stempel onder zet. 'Ik heb Hem verheerlijkt en zal Hem wederom verheerlijken", zegt zijn stem vanuit de hemel. 'Ga dus maar tussen zijn armen rusten, want daar zijt ge veilig, en daar wordt ge mens. De mens die Ik me altijd al gedroomd heb, van bij het allereerste begin.' Amen.