5e zondag van de veertigdagentijd (2006)

Op mijn zestigste verjaardag,
kreeg ik een boek cadeau met de sprekende titel:
"Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt".
Ik ben me nu bewust dat die verjaardag al weer enkele jaren achter me ligt.
De goede gever had zich dus uitstekend ingeleefd in mijn levensfase.
En u zult dat herkennen:
Als klein kind kon ik me soms eindeloos vervelen. De dagen en de dingen duurden zo lang.
Vacanties waren van die tijden waarin de verveling kon toeslaan
En een notoire plaats van verveling was de kerk: zolang stilzitten en luisteren.....
Kinderen hebben wat dat betreft geen uitzicht.
Naarmate je ouder wordt beleef je de tijd sneller,
een horizon komt steeds meer en steeds sneller binnen je gezichtsveld
en daarmee de vraag: en daarna dan?
Het is de vraag aan God: God hoe zit dat tussen jou en de dood, hoe zit dat tussen jou en het leven?

Het is een thema dat oplichtte in een aantal vragen die u aan God hebt gesteld.
Ik noem er enkele:
-God eigenlijk heb ik maar een vraag: waarom? Waarom maak je mijn leven zo zwaar bij tijd en wijle? Waarom ontneem je mij mijn kind? Waarom moet mijn vrouw ziek worden? Waarom is er zoveel ellende in de wereld?
- Waarom worden wij mensen hier op aarde blootgesteld aan ontelbare verleidingen , misleidingen die maken dat wij het goddelijke in onszelf kwijtraken, negeren of zelfs vergeten?
- waarom zijn wij gemaakt voor de liefde als we toch weer telkens moeten loslaten die ons het meest lief zijn?
- waarom heeft God het zo gemaakt dat alle mensen dood moeten gaan?

God en de dood, heeft God met lijden en dood van doen, laat hij dat toe, zoals zo dikwijls wordt gezegd?
God en het leven, heeft God met het leven van doen?
Vragen die hier binnen deze muren al zo dikwijls hebben geklonken, vragen waarnaar hier binnen deze muren al eeuwenlang naar antwoord wordt gezocht.

Nog onlangs aan het begin van de veertigdagentijd klonken de woorden: "gedenk mens dat je stof bent en tot stof zult wederkeren". Woorden die ons eraan herinneren dat we wezens zijn met ziel en lichaam.
U kent de klassieke uitleg: een scherpe scheiding werd gemaakt tussen lichaam en ziel. Het lichaam is het stoffelijke omhulsel van de ziel en het enige dat je weggooit is de verpakking. Het lichaam vergaat tot stof, maar de mens is anders dan de dieren want hij heeft een onsterfelijke ziel waardoor God dat stoffelijke lichaam heeft begeesterd en bezield. Gaat de mens dood dan verdwijnt zijn lichaam. Zijn ziel gaat, mits hij goed heeft geleefd naar God.

Het was een poging om een uitleg te geven aan de oermenselijke ervaring dat we twee kanten in ons bestaan ervaren:
een stoffelijke, tastbare, die allerlei beperkingen met zich meebrengt
en een geestelijke kant, een kant van verbeelding die ongrijpbaar is en he tastbare overstijgt.
Lichaam en ziel werden dan tegenover elkaar gesteld: sterfelijk tegenover onsterfelijk en God stond uiteraard aan de kant van de ziel. Het lichaam telde als het er op aan kwam niet zo mee: de mens heeft zijn lichaam maar hij ís zijn ziel. Wilde je je het wezenlijke als mens ontwikkelen dan moest je dus dat stoffelijke maar overwinnen, wilde je meer naar God toegroeien dan moest je naar de mate van je heiligheid en heldhaftigheid iets of alles van dat lichamelijke wegstrepen. Met name gold dat voor alle genot en beleving van lust, dat hoorde niet bij de ziel en dus niet bij God dus dat kon je maar beter onderdrukken. Dat gold bijzonder voor genot dat heel uitdrukkelijk als lichamelijk werd gezien: het seksuele genot. Daardoor immers werd de mens naar het dier getrokken, de doodzonde lag onmiddellijk op de loer. Nee, de mens moest zich met meer verheven zaken bezig houden, zich inspannen voor de dingen die niet vergaan, voor later na de dood van het lichaam.

Deze benadering van de mens, deze scheiding van lichaam en ziel doet volgens mij geen recht aan wat al op de eerste bladzijden van de bijbel over God en zijn schepping, over God en de mens wordt gezegd: en Hij zag dat het goed was. Zonder voorbehoud wordt gezegd, Gods oordeel over de schepping, Gods oordeel over de hele mens is: het is goed.

Wij mensen zijn inderdaad wezens met een dubbele bestaanswijze:
ik ben stof, ik ben tastbaar, ik ben mijn lichaam en ik voel me thuis hier op deze wereld, ik ben met al mijn vezels met de natuur om me heen verbonden
maar ik ben ook iemand die geesteskracht is en verbeelding, ik ben ook zo dat ik mijn tastbare en stoffelijke kanten kan overstijgen en achter me kan laten, ik heb ook het vermogen om relaties aan te gaan, diepe verbindingen met andere mensen, ik kan zelfs op zoek gaan naar God, ik ben ook ziel.
God is evenzeer de God van mijn lichaam als de God van mijn ziel
van mijn lichaam niet minder en van mijn ziel niet meer:
hij is mijn God.

Ik ben allebei, mijn lichaam én mijn ziel, ze horen onlosmakelijk bij elkaar. Op een heel unieke wijze vormen mij lichaam en mijn ziel mijn ik, ik ben niets zonder een van die twee.
Als ik sterf dan gaat mijn lichaam te gronde, maar ook mijn verbeelding komt tot een einde. Mijn unieke manier van in de wereld staan, zoals ik alleen dat kon zal dan voorbij zijn.....

Wat is dat dan dood? Wat is dan leven? En is God daarbij betrokken?
Zoals de bijbel daar over spreekt is zowel dood als leven een manier van bestaan van de hele mens. Voor de bijbel is leven en dood niet een toestand waarin je verkeert maar een wijze van zijn.
Als het gaat over de dood dan is niet dat je los bent van je natuurlijke kant, dat je je contacten met mensen kwijt bent geraakt, je laatste adem hebt uitgeblazen, dat ook natuurlijk, maar pas echt dood ben je als je losgeraakt bent van het woord van God dat richting geeft aan ons leven,
want dan raak je los van de bron van alle leven;
echt dood ben je als je puur kiest voor jezelf, de ander niet ziet staan,
aan zijn lot overlaat
zodat die niet tot zijn recht kan komen.

Léven is in de bijbel veel meer dan niet dood zijn.
Leven is het kiezen voor een bepaalde manier van handelen, vooral kiezen voor God in je leven. Het boek van de psalmen begint precies met het beschrijven van wat leven is: gelukkig de mens die vreugde vindt in de aanwijzingen van de Heer, hij zal zijn als een boom geplant aan stromend water, op tijd draagt hij vrucht,
dat betekent dus dat je zorgt voor je naaste, dat je je bekommert om de natuur om je heen, dat je de schepping zorgt en koestert als een goede beheerder.
Leven dat doet een mens die even zorgzaam probeert te zijn als God.
Dan heb je deel aan waarachtig leven, aan leven voor eeuwig, zelfs als je dood bent.

Een eeuwig leven is geen aanduiding van tijd die alsmaar doorgaat
een oneindig lange tijd
het is een beeld dat aansluit bij ervaringen die wij wel kennen
als je iets heel intens meemaakt dan vergeet je alle tijd,
het gaat dus over het niveau van leven, over diepte van leven.
Als je werkelijk met God bent verbonden,
echt in relatie met hem leeft
dan valt de tijd weg.
Dat is niet iets dat pas begint met ons sterven
dat kan beginnen op ieder moment
op ieder moment dat ik me overgeef aan God
en kies voor de weg van het leven.

Maar hoe zal dat dan zijn, Is een van de oeroude vragen van mensen.
Het antwoord van de bijbel is eigenlijk als alle antwoorden als het gaat over God,
Het is allemaal anders, totaal anders dan wij denken.

Laat ik u een kort verhaal vertellen, want een verhaal legt soms meer uit dan een redenering.
Het verhaal van de rups.
Er was eens een rups, een heel diepzinnige. Zij dacht veel na over het leven en over de dood.
Zij sprak er met andere rupsen over:
hoe zal dat zijn als ik er niet meer ben, als ik geen rups meer kan zijn
hier tussen de sappige bladeren, hoe zal dat zijn?
En luisterend en denkend kwam de rups tot de conclusie:
we zullen daar volmaakte rupsen zijn tot in eeuwigheid.
Daar zullen sappige bladeren zijn in overvloed,
in alle kleuren en smaken die een rups zich maar kan voorstellen
daar zal één groot danklied zijn aan God
omdat we rups mogen zijn.......

U begrijpt het al dat kan niet,
het doel van het bestaan van de rups,
het bereiken van zijn volmaaktheid is
dat ze vlinder zal worden
totaal van gedaante zal veranderen
hetzelfde wezen maar totaal anders,
ze moet sterven om te worden wat ze nog niet is
om te worden waartoe ze is bedoeld
niet in de rupsenhemel
maar hier gewoon tussen de sappige bladeren: een nieuwe schepping......

Spreekt Paulus niet in dezelfde soort beelden:
wat in vergankelijke vorm wordt gezaaid, wordt in overgankelijke vorm opgewekt
wat onaanzienlijk en zwak wordt gezaaid, wordt opgewekt met schittering en kracht
een aards lichaam gezaaid, een geestelijk lichaam opgewekt...
En Jezus bedoelt hetzelfde als hij spreekt over ‘alleen wie opnieuw geboren wordt kan het koninkrijk van God zien'.

Wat gebeurt er met mij na mijn dood?
Het is een vraag van een mens die wil vasthouden wat hij heeft,
het is een vraag van rijken,
alleen rijken sterven
omdat hun hele leven vrees is voor verlies.

Bedelaars gaan niet dood
want ze hebben niets te verliezen.
Ik ben rups maar ik moet vlinder worden.
Ik ben aards maar ik moet geestelijk worden
ik moet opnieuw geboren worden
ik moet loslaten en van gedaante veranderen
van een aards mens moet ik een hemels mens worden
een mens die lijkt op God.
In mij moet sterven wat niet God is
dan kan hij in mij gaan leven.

Er is iemand in onze parochie die de komende weken
of dagen gaat sterven.
Telkens als ik op bezoek ben
dan zie ik in haar ogen
door alle pijn en verdriet heen
ook iets doorkomen van kracht en liefde
van diepe vreugde
misschien wel een boodschap van God
en ze zegt het met zoveel woorden
dat ze ondanks alles een intens gevoel van voltooiing beleeft.
Wat gezaaid wordt in zwakte
wordt opgewekt in kracht
nu al, in dit leven.

Deze vrouw aan het einde van haar leven,
ieder van ons heeft het diep in zich
het verlangen naar blijvend geluk, naar voltooiing, liefde voor altijd
en precies daar ligt onze band met God
in hem is er geen tijd en geen eeuwigheid
in contact met hem kunnen we alleen zeggen:
alles is anders
en hij zegt:
zie ik maak alles nieuw.

Hij is er, Hij houdt mij vast,
mij in alle kanten die ik heb,
ik ben in zijn hand
dan is het goed
want zijn naam is:
Hij die trouw blijft.