5e zondag van de veertigdagentijd (2003)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 201 niet laden
Elk jaar krijgen de aanstaande eerste communicanten een rondleiding door de kerk. Jaren geleden stonden ze bij een van de biechtstoelen, en een enthousiast manneke stak zijn vinger op: "Ik weet wat dit is. Dit is een crematiekast!" Hoe hij daar bij kwam, weet ik niet, maar we lagen in een deuk.
In diezelfde dagen stond er in een tijdschrift een artikel met de titel: Naast het altaar hoort de biechtstoel. Wil je Jezus ontmoeten, dan moet je naar het altaar én naar de biechtstoel. Nu gaat het niet letterlijk om de biechtstoel, de biechtstoelen hier in de kerk zijn meer rommelkasten geworden. Bedoeld is: Je kunt Jezus ontmoeten in het sacrament van de eucharistie en in het sacrament van de biecht.
Maar als je eens met mensen praat over deze zaken, dan heeft bij de allermeesten, bij jong en oud, de biecht zonder meer afgedaan. Bij veel ouderen, die de vroegere biechtpraktijk nog gekend hebben, heeft die toch in de meeste gevallen een nare nasmaak achtergelaten. Nooit meer, is bij de meesten de reactie. Dat bij de vernieuwingen in de kerk de biechttraditie is weggeraakt, daar zijn de meesten alleen maar heel blij om. In deze kan de klok niet meer teruggezet worden ook al willen sommige bisschoppen dat wel.
Dat de vroegere biechtpraktijken verdwenen zijn, is goed. Dat het sacrament van vergeving daarmee ook helemaal weg is, daar kun je vraagtekens bij zetten.
Ik denk echter dat er een veel belangrijkere vraag ons moet bezighouden. Die heel fundamentele vraag namelijk: Hoe ontmoeten we Jezus? Hij is toch de bron en de spil van ons christelijke geloof. Hoe zou Jezus zelf willen dat we hem ontmoeten?
Misschien geeft het evangelie van vandaag een antwoord. Het vertelt ons hoe Grieken Jezus willen ontmoeten, Grieken, dat zijn in dit geval joden die in het buitenland wonen, ze zijn voor het paasfeest in Jerusalem en ze hebben blijkbaar over Jezus gehoord en willen hem wel eens spreken. Of ze hem echt gesproken hebben wordt niet duidelijk in het verdere verhaal.
Jezus' reactie komt ons wat vreemd over. Het is zoiets als: Dat ze me willen spreken is een hele eer voor mij, maar mij wacht een hele andere eer, een die veel verder gaat. En dan praat hij over dingen die helemaal niet prettig in de oren klinken. Hij praat over sterven en hij gebruikt het beeld van een graankorrel die in de aarde moet vallen om vruchten voort te brengen, Hij praat over je leven kunnen loslaten om het echt te behouden, want wie het kost wat kost wil vasthouden, die verliest juist het echte leven. En hij voegt eraan toe: wie mij wil dienen, moet mij volgen, waar ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn.
Hier ligt denk ik het voornaamste element van Jezus' ontmoeten. Wil je iemand ontmoeten, dan moet je op dezelfde plaats zijn, anders kun je geen gesprek hebben met elkaar. Maar er komt nog iets bij, iets dat heel belangrijk is, wil je iemand echt ontmoeten dan moet je ook op dezelfde golflengte zitten, want anders is er nog geen sprake van een echte ontmoeting. Dat betekent dat zijn levenshouding ook een stuk de jouwe is. M.a.w. wil je Jezus echt ontmoeten dan moet je in je denken en doen op Hem zijn afgestemd.
Dat wil zeggen: dat je, juist als Hij, veel in je leven moet kunnen loslaten ten gunste van de hogere waarden die Hij ons heeft voorgeleefd. En als je naar zijn woorden en daden kijkt, betekent dit dat je niet voor jezelf moet leven maar voor anderen. Daar ligt het echte leven. Dan leeft hij in ons.
Maar als we niet op diezelfde golflengte zitten, als zijn levenshouding ons niets zegt, als we die niet begrijpen, of niet willen zien omdat we die te moeilijk vinden, dan kunnen we Hem ook niet ontmoeten in de eucharistie en ook niet in het sacrament van vergeving.