5e zondag van de veertigdagentijd B - 2012

Zusters en broeders,

Vorige week vroeg een van mijn kleinkinderen aan mijn vrouw en aan mij of we iets in haar vriendenboek wilden schrijven. Je weet: een vriendenboek en meisjes, kinderen nog, zijn onafscheidelijk. ’s Avonds bladerden we eens in dat boek, op twee bladzijden na was het vol, dus hadden we heel wat lectuur over de liefste knuffel, over wat je graag eet en niet eet, over wat je later wil worden en meer van die dingen. Allemaal geschreven door tien- en elfjarigen. Wat ons het meeste trof was de wens van een jongen dat hij niet meer naar zijn moeder moest gaan, maar altijd bij zijn vader mocht blijven. En een ander kind had als diepste wens dat het weer bij zijn beide ouders kon wonen. Wensen die recht uit het hart kwamen, en die allebei met hetzelfde te maken hadden: een gebroken gezin.

Gebroken relaties: ze horen tot de pijnpunten van onze samenleving. Hoewel er bijna de helft minder huwelijken zijn dan veertig jaar geleden, zijn er vijf keer meer echtscheidingen, en ook de vele relaties buiten het huwelijk zijn vaak evenmin duurzaam.  Wellicht kent ieder van ons in de familie, bij kinderen of kleinkinderen, bij vrienden en kennissen wel zo’n relatie die op de klippen is gelopen. Dat kan om de meest uiteenlopende redenen gebeuren, maar de hoofdreden is dat het verbond dat bij het huwelijk of de relatie werd gesloten alleen nog op uiterlijkheden steunt: een huis, of een zaak, of de kinderen, of nog iets anders. Maar de innerlijke band die bestaat uit liefde, wederzijds respect en trouw, is verbroken, en dus gaan de partners uit elkaar.

Precies over trouw gaat de eerste lezing. God wil een nieuw verbond sluiten met zijn volk. Niet dat Hij het oude verbond wil opzeggen. Wat nieuw is, is dat Hij het in de harten van de mensen wil griffen. Het mag dus niet op uiterlijkheid steunen, want dan heeft het geen fundament en wordt het verbroken, zoals zo dikwijls gebeurd is onder de voorvaderen. Die ontrouw wil God vermijden door de wet in het binnenste van zijn volk te leggen. Dan zal dat volk trouw zijn - godsspraak van de Heer, zo klinkt het er plechtig bij.

Ook bij Jezus overweegt de trouw. Hij weet wat Hem te wachten staat, maar toch wil Hij zijn Vader niet vragen Hem te redden uit dit uur, met andere woorden: te verhinderen dat Hij door lijden en dood heen moet gaan. Hij wil dit niet vragen omdat Hij wil trouw wil zijn aan zichzelf en aan zijn zending. Hij vraagt ook ons dat we trouw zouden zijn, want alleen als we trouw zijn, kunnen we goede vruchten voortbrengen. Zoals die graankorrel die in de aarde valt, en zo veel vruchten voortbrengt. En  Jezus zegt ook: ‘Wie zijn leven bemint, verliest het; maar wie zijn leven in deze wereld haat, zal het ten eeuwigen leven bewaren.’

Moeten wij ons leven dan haten? Een merkwaardige uitspraak is dat, want ‘haten’ past toch niet in Jezus’ boodschap? Haat is immers het tegengestelde van liefde, en liefde is toch de kern van die boodschap? We mogen het woord ‘haten’ hier dus niet letterlijk opvatten. Jezus bedoelt: Wie geen afstand kan doen van alleen maar zichzelf, wie alleen maar rond zichzelf kan draaien, en alleen zijn eigen beste vriend wil zijn, die verliest zijn leven, want hij heeft alleen nog zichzelf, en dat is een heel kleine, en een heel liefdeloze wereld.

Zusters en broeders, laten we vooral niet denken dat het centrum van de wereld door onze navel loopt, maar laten we openstaan voor het verbond dat God ons biedt, en voor de trouw die Jezus ons voorleeft. Als we dat doen, zullen we niet alleen trouw zijn aan onszelf, aan onze medemensen en aan God, maar zullen we ook oog hebben voor onze medemensen in nood. De voorbije weken hebben we ondervonden hoe belangrijk die trouw en die openheid zijn. Ze maakten een golf van solidariteit, van meevoelen, van meetreuren en meebidden mogelijk met mensen die zwaar werden getroffen. Ze maakten het mogelijk de pijn te verwerken, en ze brachten ons als mens dichter bij onszelf en bij onze medemensen, één als we waren in verdriet.

Laat dit ons voornemen zijn: dat we trouw willen zijn. Trouw in geloof en trouw aan elkaar. En ook dat we oog en oor willen hebben voor mensen in nood, dichtbij en veraf. Want allen zijn we kinderen van dezelfde Schepper, die onze liefdevolle Vader en Moeder is. Amen.