Verlossing uit onverwachte hoek (2009)

Net als iedereen van u volg ik momenteel de huidige economische crisis met belangstelling, en net als u, niet zonder een zekere ongerustheid. Het is een duistere zaak. En de deskundigen, die ons er over onderhouden in de media, weten het zelf ook niet. Volgens de een is de crisis pas begonnen en zijn wij er voorlopig nog niet uit, volgens de ander komt het herstel al over enkele maanden, volgens een derde in de loop van 2010, en volgens een vierde komt het nooit meer helemaal goed. We weten het niet. We tasten in het duister.
We weten daarentegen heel goed waarom het zo gekomen is. Omdat er in het verleden fouten zijn gemaakt. En we weten ook welke. Omdat men geloof hechtte aan mensen die ons op het verkeerde spoor hebben gezet. En we weten ook dat er naar waarschuwingen niet werd geluisterd. Er was immers alsmaar groei, en het kon niet op. Maar nu slaat keihard de twijfel toe over de systemen, de waarden waarin wij zo hard geloofden.
Een crisis. Alle oude zekerheden staan opeens op losse schroeven. Maar een crisis kan ook een zuivering zijn, een loutering. Misschien zelfs een periode van bezinning en geestelijke verdieping. Er is in ieder geval al een positief teken: er is nog nooit zoveel gesproken over ethiek in de economie als de laatste maanden. Een crisis kan heilzaam zijn als men er beter, zuiverder uitkomt, dan men er in gegaan is.
Een volk in ballingschap beleeft een duistere tijd. Het twijfelt aan zichzelf, aan zijn waarden, aan zijn bestemming, aan zijn God. Gedeporteerd, in ballingschap in een vreemd, vijandig land. Het is een donkere tijd. En ze weten heel goed waarom het zo gekomen is. Omdat er in het verleden fouten zijn gemaakt. En ze weten ook welke. En ze weten ook dat er naar de waarschuwingen van de profeten niet werd geluisterd. Maar nu slaat de crisis keihard toe. Het volk wordt uit elkaar geslagen. Verlies van onafhankelijkheid. Verlies van vrijheid. Deportatie.
Een ballingschap is een crisis. Alle oude zekerheden staan opeens op losse schroeven. Maar het wordt ook een periode van loutering, bezinning, geestelijke verdieping. Hoelang moet de ballingschap duren? Is dit pas het begin, staan we er nog midden in, of mogen we volgend jaar al het Paasfeest vieren in Jeruzalem? Het wordt uiteindelijk een lange periode. Het volk zelf kan de ommekeer niet bewerkstelligen. Die ommekeer komt van buiten. Er gebeurt iets onverwachts. Een nieuwe veroveringsoorlog. En het is de vorst van Perzië die het volk redding brengt. De bevrijding van Israël komt uit Iran. Wie had dat gedacht ? Dat er voor het uitverkoren volk redding zou komen uit deze wel zeer onverwachte hoek? Het is niet zo goed te begrijpen.
Nicodemus begrijpt het ook niet zo goed. Wat heeft het doormaken van een crisisperiode nu met redding te maken? Waarom telkens zo'n donkere tijd, waar geen einde aan komt. Die lange tocht door de woestijn, die lange periode van ballingschap, die lange veertigdagentijd. Tijd van bezinning, tijd van loutering. Een tunnel. Hoe lang is de tunnel? Er komt maar geen einde aan. Wanneer komt er eindelijk redding? Hoe lang duurt die crisis nog? Wat heeft die slang in de woestijn nu met ons te maken? Als wij gered moeten worden, dan toch zeker niet door iemands kruisdood? Nicodemus kan niet begrijpen dat de redding uit een wel zeer onverwachte hoek gaat komen. Door iemands kruisdood. De Mensenzoon.
Twee weken geleden - weet u het nog ? -, stuurde God een engel uit de hemel om de arm van Abraham, die zijn eigen zoon ging offeren, tegen te houden. Vandaag kondigt Jezus aan dat Zijn Vader de arm van de beul die Hem aan het kruis zal slaan, niet tegen zal houden. De Mensenzoon zàl verheven worden. God geeft Zijn Zoon. Hij staat Hem af. Om de wereld te redden. En redding kan de Mensenzoon pas brengen als Hij het menszijn in zijn totaliteit aanneemt, aanvaardt, met al het schone, het mooie, het positieve dat het menszijn kan brengen, maar ook het diepste lijden. Heel het menszijn in zijn totaliteit, zonder er iets van te weigeren. Inclusief de dood. Dus een medelijdende God. Dus een menslievende God. Een God met een echt menselijk inlevingsvermogen, zoals vorige week nog verkondigd in de evangelielezing: "Jezus wist wat er in de mens stak, en daarom was het niet nodig dat iemand Hem over de mens inlichtte".
Daarom zal Hij ook niet snel oordelen. "God heeft Zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen". Deze God kent de mensheid maar al té goed, omdat er zelf deel van uitmaakt. Deze God kan zich ook inleven in dramatische situaties, en die benaderen met barmhartigheid, met mededogen, met liefde, met medelijden.
De laatste weken hebben we in de media gehoord dat sommigen wel héél snel klaar staan om te oordelen. En minder snel klaar staan om iets te laten voelen van Gods barmhartigheid, Gods medelijden, Gods begrip voor wanhopige situaties. Nee, "God heeft Zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen".
De Veertigdagentijd mogen wij beleven als een kleine zelfopgelegde crisis, als een soort vrijwillige ballingschap: een periode van evaluatie, bezinning, loutering. Onder ogen zien wat er allemaal is gebeurd, de slang in de woestijn onder ogen zien, de gemaakte fouten onder ogen zien. Dat heeft tijd nodig. Veertig dagen. Vandaag Halfvasten. Nu nog enkele weken. Dan opzien naar het kruis, het kruis onder ogen zien. Maar vooral het licht, het licht van Pasen.