Noodlot en zin (2009)

Je kunt soms in je leven momenten hebben, waarop je denkt: de dingen die gebeurd zijn waren vreselijk. Maar blijkbaar moest het toch zo zijn. Want ik ben er door gegroeid. Ik heb mezelf en de wereld beter leren kennen. Als je zo terug kunt kijken op een moeilijke periode, dan geeft dat aan dat je ermee in het reine gekomen bent, dat je de zin en de betekenis hebt ontdekt van gebeurtenissen. Eerder zag je ze alleen maar als totaal zinloos, als enkel maar slecht, als noodlot. Maar op een gegeven moment kun je zeggen: ik dank God ook voor deze periode van mijn leven. Ik dacht dat Hij me in de steek had gelaten. Maar blijkbaar was Hij toch vlak bij me. Hij was bij me toen ik worstelde met de hele toestand en met mezelf. Hij was bij me, zodat ik niet verbitterd ben geraakt, maar er juist sterker uit gekomen ben. Misschien hebt u wel van die momenten gehad.

In de beide lezingen gaat het in ieder geval ook over zulke momenten. De profeet Jeremia had de leiders van Israël bezworen: kom niet in opstand tegen de heersers van Babylon, het gebied dat nu Irak heet. Want dan wordt Jeruzalem verpletterd. Maar de leiders waren overmoedig. Ze moesten hun overmoed bekopen met de verwoesting van hun hoofdstad en met de deportatie van de bovenlaag van de bevolking naar Babylon. Dat moet verschrikkelijk zijn geweest. Ze konden geen status meer ontlenen aan hun macht, aan hun paleizen en aan de tempel. Maar ze zagen hun vernedering en hun verdriet onder ogen. De periode van 70 jaar ballingschap werkte wel heel louterend voor de mensen die waren weggevoerd. Ze bleven niet hangen in wrok en zelfbeklag. Ze kregen juist een intensere, meer innerlijke, meer persoonlijke band met God. Er zijn diverse psalmen bewaard uit de tijd van de ballingschap. Prachtige teksten, waarin we die groei in diepgang en in geloof kunnen aflezen. Daarom kunnen die psalmen ook zo troostrijk zijn voor ons. Ze geven ruim baan aan gevoelens van wanhoop en verdriet. Maar juist vanuit de bodem van hun ziel bleven de mensen God aanroepen. En stap voor stap groeiden ze toe naar een innerlijke doorbraak, waardoor ze weer oog kregen voor de aanwezigheid van God in hun leven. Er kon weer overgave groeien aan het leven, zoals het zich aandient. Er kwam weer ruimte voor inspiratie, voor een evenwichtiger beeld van de situatie, en voor hoop op een betere toekomst. Het is pas achteraf dat mensen het hele gebeuren hebben geduid als komend uit Gods hand. Het waren teruggekeerde ballingen, die in Jeruzalem opschreven: de ballingschap en de verwoesting van de tempel hebben we aan onszelf te wijten. We hoeven God daar de schuld niet van te geven. Maar Hij is met ons meegegaan naar Babylon; wij waren Hem ontrouw, maar Hij is ons wel trouw gebleven. En Hij, de Heer van de machten, heeft de Perzische keizer Cyrus gebruikt als een instrument. Door de opkomst van het Perzische rijk mogen we weer naar Jeruzalem terug. En we komen anders, innerlijk gelouterd, terug naar ons vaderland.

Zulke dingen kun je alleen maar achteraf zeggen. Het is grote waanzin als je tegen iemand die in de problemen zit zegt: het is je eigen schuld en God zal er wel een bedoeling mee hebben. Of er sprake is van schuld, en wat de rol van God in het geheel is, daar kan iemand alleen zelf achter komen. Wat je hoogstens kunt doen is met iemand anders bidden om kracht, en om Gods nabijheid. Want de ander kan zich heel verlaten voelen door God en de mensen. Maar als je precies denkt te weten wat Gods bedoelingen zijn in het leven van een ander, dan geeft dat niet alleen aan dat je jezelf verregaand overschat. Het geeft ook aan dat je niet in staat bent echt naast de ander te gaan staan in zijn of haar verdriet.

Ook de tweede lezing gaat over een afschuwelijk lijden dat uiteindelijk een grote positieve zin en betekenis blijkt te bevatten. Johannes beschrijft Jezus tijdens zijn aardse leven in een gesprek met Nicodemus. Hij legt Jezus woorden in de mond, die eigenlijk pas gesproken zijn door de leerlingen ná de dood en de verrijzenis van Jezus. Want toen pas beseften de leerlingen: Jezus moest wel worden overgeleverd aan het gerecht; Hij moest wel lijden en sterven aan een kruis. Hij moest wel omhoog geheven worden. Want door Zijn dood hebben wij deel gekregen aan het eeuwige leven. Door zijn door zijn wij gered. Dat zeiden ze; en dat liet Johannes Jezus zeggen tegen Nicodemus.

Het zijn natuurlijk moeilijke dingen, die hier gezegd worden. Het gaat werkelijk om een mysterie. Johannes gebruikt het beeld van het licht om dit mysterie als mysterie te verhelderen. Dit geheim kunnen we alleen verstaan met ons hart, in onze ziel, in onze diepste kern. Johannes zegt: in Jezus kwam het licht van God naar de wereld. Maar mensen die slecht waren hadden afschuw van dat licht en doodden hem. Maar wat uit liefde, wat in God is gedaan, dat kan door niets ongedaan gemaakt worden. Niet door het kwaad, niet door de dood, door niets. Christus, en het goede, en elke rechtvaardige, blijft door de dood heen bestaan bij God. Alles en iedereen die in God is heeft het eeuwige leven.

Met Pasen zullen we weer vieren dat Christus verrezen is. En we vieren ook dat de Geest van de verrezen Jezus in ons leeft. Misschien leven we nu in een voorspoedige periode. Laten we God dan danken voor alles wat Hij ons geeft. Misschien gaan we juist nu gebukt onder iets. Laten we dan God aanroepen vanuit het diepst van onze ziel. Opdat we zijn verborgen aanwezigheid weer op het spoor komen. Als we open staan voor Zijn inspiratie, voor Zijn leiding, dan komt er licht op ons pad door de duisternis. Dan raken we niet verbitterd, dan raken we niet vast in wanhoop of zelfbeklag. Want dan blijft het vuur van de hoop in ons branden, hoe klein de vlam ook is. En uiteindelijk zal blijken wat de zin is geweest van wat er gebeurd is; wat het met ons heeft gedaan, en hoe het onze relatie met onszelf, met de wereld en met God heeft verdiept. Dat we steeds blijven groeien aan het leven, dat wens ik ons allen toe.