Tot redding van de wereld (2009)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 121 niet laden
* Dit zijn woorden van Jezus tot Nicodemus, een Farizeeër van klasse, lid van het grote Sanhedrin, door de Joden zeer gerespecteerd. Geïnteresseerd voor Jezus zocht hij Hem op in de nacht uit vrees door collega's te worden opgemerkt. Meer aanzienlijken hadden Jezus willen aanhangen, maar durfden het niet uit vrees uit de synagoge verbannen te worden (Joh 12,42; 19,38). Toch heeft Nicodemus het ooit voor Jezus openlijk durven opnemen op het Loofhuttenfeest (Joh 7,50).
* Hij bezocht Jezus ‘in de nacht'. Het woord ‘nacht' heeft bij Johannes een bijzondere betekenis. Nacht wijst op Gods afwezigheid, op een wereld ondergedompeld in de zonde. Toen Judas het cenakel verliet, was het ‘nacht', nacht vooral in zijn ziel. Heel het Johannesevangelie is met het spel van licht en duisternis doortrokken. Jezus is het ware licht. Wij vertoeven nog in het donker.

1. Jezus zegt tot Nicodemus: "De Mensenzoon zal omhoog worden geheven zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn...".

- Hiermee roept Jezus het beeld op van de bronzen slang die Mozes tijdens de uittocht plaatste op een paal, opdat het opstandige godsvolk, door giftige slangen gebeten, bij deze aanblik zou genezen (Num 21,9). Mozes kwam uit het cultuurland Egypte. Israël had gedurende vier eeuwen in die beschaving zijn godsgeloof beleefd. In Egypte was het serpent een goddelijk en beschermend symbool. Het vertegenwoordigde het goddelijke op aarde. Daarom droeg Farao op zijn hoge muts (de psjent) het slangenteken. Deze positieve symboliek leefde ook bij de oude culturen van het Midden-Oosten en Griekenland. Juist vanuit deze positieve en genezende betekenis is de slang tot op heden bij ons blijven bestaan in de symboliek van de geneeskunde, bij dokters en apothekers.
- Later ging het Godsvolk Israël gaandeweg en steeds intenser in zijn eigen zuiveringsproces alle afgoderij en magie afzweren. Het verduidelijkte dat niet die slang uit zichzelf de genezende kracht gaf, maar God naar wie men bedoelde op te kijken (Wijsh 16,7). De koperslang die men bewaard had naast de staf van Aaron, die ooit ook in een slang was veranderd (Ex 7,8-13), werd precies om dezelfde reden enkele eeuwen later onder koning Hizkia verbrijzeld (2 Kon 18,4). Nog later werd in de ballingschaptijd het boek Genesis geschreven met het verhaal van het serpent dat Eva verleidde. Daar kreeg de slang nu een negatieve betekenis: zij zal juist oorzaak zijn van zonde en dood. De levengevende Eva kwam in tegenspraak met zichzelf. Tegenover deze fataliteit van de dood grijpt Jezus nu terug naar het positieve beeld van de reddende slang op de paal. In het Hebreeuws hebben slang en Messias dezelfde getalwaarde. De Mensenzoon gaat doorheen de dood op het kruis naar het leven om leven te geven. Waar de oude Adam met Eva bezweek voor het kwaad, en de dood in de wereld bracht, zal Jezus' dood bron van leven zijn voor de wereld. Zo leerden de eerste christenen opkijken naar de gekruisigde: "Richt uw ogen op Jezus" (Hebr. 3,1; 11,2-3). In de middeleeuwse kunst werd de slang geherwaardeerd, en als Christussymbool en sieraad opgenomen in de kromstaf van bisschoppen en abten, zoals op de standaard van Mozes.

2. Jezus vervolgt tot Nicodemus: "Want zozeer heeft God de wereld liefgehad dat Hij ons zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven opdat al wie in Hem gelooft eeuwig leven zal hebben".

- Het gaat om het geloofsmysterie van onze redding. Juist Christus' menswording, doorgetrokken tot in zijn lijden en dood, doorbrak de Godvervreemding van de mens. Dit wordt klaar als we begrijpen dat God precies bestaat door uit zichzelf te treden en a.h.w. zichzelf te verliezen. God zetelt niet strak en stijf op een troon. God is in beweging. Menswording en kruisdood zijn niet in tegenspraak met een oneindig volmaakte God, Maar ze leren ons die volmaaktheid kennen. God  is liefde. Hij liet hierin zijn mateloze liefde blijken. Onze geloofovergave is het raakpunt met deze reddende hand. Paulus schrijft: "Christus is het die ons door het geloof de toegang ontsloot tot die genade..." (Rom 5,2). Een echo ervan hoorden we in de tweede lezing: "Aan die genade dank jij je heil, door het geloof, niet aan jezelf" (Ef 2,8-9). In zijn boek "De toekomst van het geloof" (1971) schreef de toenmalige kardinaal Ratzinger: "Het geloof is de instemming aan God, waardoor wij hoop en vertrouwen ontvangen". De sleutel is dat wij geloven, ons aan Christus gewonnen geven.
- Daarom is het kruis een teken van hoop, een symbool van licht. In Jezus' verheffing op het kruis erkennen we tegelijk zijn verrijzenis en hemelvaart. Tot die verheerlijking zijn ook wij geroepen. In die boodschap is de Europese cultuur geworteld. Sinds Constantijn de Grote - "In dit teken zal je overwinnen" - heeft het kruis overal op Europese bodem zonder weerstand burgerrecht verworven. Moeiteloos werd het overal opgericht, ook op publieke plaatsen. Het kreeg als vanzelfsprekend zijn plaats in de woningen, in ateliers, in scholen, in ziekenhuizen, zelfs in gerechtshoven en andere officiële gebouwen. In naam van een verkeerd begrepen pluralisme wordt vandaag het kruisbeeld met het kruisteken, uniek teken van hoop geweerd. Men spreekt overal over verdraagzaamheid en meningsvrijheid; in feite groeit ongemerkt de politieke dictatuur van een geloofsvreemde ideologie: "Wij verkondigen jullie een gekruisigde Christus, voor de Joden een aanstoot, voor de heidenen een dwaasheid, maar voor ons die geroepen zijn: Gods kracht en Gods wijsheid" (1 Kor 1,23-24).