4e zondag van de veertigdagentijd (2006)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 201 niet laden
Van toeristen die verre reizen maken, hoor je wel eens dat het heel lastig is als je teksten op borden niet lezen kunt, als je mensen die je tegen komt niet verstaan kunt.
Stel je eens voor dat alle kranten en alle tijdschriften in het chinees geschreven zouden zijn, en dat er op de televisie alleen maar Chinees gesproken zou worden. Dan zouden we denk ik allemaal heel gauw Chinese les gaan volgen, want je wilt toch graag weten wat er staat en wat een ander zegt.
Communicatie met mensen die een andere taal spreken is altijd moeizaam. Maar soms geldt dat evenzeer voor mensen die wel dezelfde taal spreken: ook hier zijn er vaak misverstanden omdat zaken niet goed verwoord worden of, en dat is nog vaker het geval, omdat er slecht geluisterd wordt. Echte communicatie vraagt dat ogen en oren echt naar de ander gericht zijn, dat je in hoofd en hart op dezelfde golflengte zit.
In het evangelie hoorden we een klein stukje van een gesprek van Jezus met Nicodemus. Ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die denken: daar snap ik niets van, dat is Chinees voor mij. De teksten van Johannes zijn voor ons vaak moeilijk te begrijpen. Maar in feite zegt Jezus tegen Nicodemus: Het hapert vaak aan echte communicatie tussen God en de mensen, te vaak zitten mensen op een andere golflengte en dan kun je ook niet echt samen verder, samen iets delen.
Jezus zegt: God laat zijn licht schijnen in de wereld, maar mensen zitten vaak in het donker en zien dat licht niet, ze zitten vaak achter gesloten ramen en deuren en dan kan het licht niet tot hen doordringen. Gods licht schijnt in de wereld, niet waar mensen naar boven lopen te kijken, al helemaal niet waar ze alleen naar zichzelf kijken maar alleen waar mensen naar elkaar kijken, naar elkaar luisteren, waar ze ramen en deuren open zetten naar elkaar, en zelf licht zijn voor elkaar. Daar gaat het om in het Rijk van God. Dan krijg je een stukje hemel op aarde.
Er is een heel mooi verhaal van een man die nieuwsgierig was hoe de hemel eruit zag en hoe de hel eruit zag. En in een visioen mocht hij op beide plaatsen een kijkje nemen. Eerst kwam hij in de hel. Hij zag zichzelf in een grote zaal met allemaal tafels met heerlijk eten erop, een overvloed van het lekkerste van het lekkerste. Aan deze tafel zaten allemaal mensen, maar ze hadden allemaal dezelfde handicap. Ze hadden allemaal stijve armen en hoe ze het ook probeerden, ze kregen het niet klaar om iets van dat lekkere eten in hun mond te krijgen. Ja, dacht de man, dit is inderdaad een hel.
Toen bevond hij zich opeens in de hemel, en tot zijn verbazing zag die ruimte er precies hetzelfde uit: allemaal grote tafel en heerlijk eten erop. En alle mensen die aan de tafels zaten hadden stijve armen, en ze zaten allemaal te genieten van het heerlijke eten. Hoe? Met hun stijve armen reiken zij hun overbuurman het eten aan.
Deze hel en hemel bestaan op aarde. Als mensen alleen aan zichzelf denken, alleen voor zichzelf willen zorgen, wordt het donker, wordt zinvol leven onmogelijk. Als mensen echter aan elkaar denken, naar elkaar omzien, voor elkaar zorgen, dan wordt het licht, dan wordt gewoon geluk mogelijk voor iedereen.
Als in een gezin ouders en kinderen langs elkaar heen leven, als in een straat de buren langs elkaar heenleven omdat ze in een jachtig bestaan weinig of geen tijd hebben voor elkaar, dan wordt het leven daar heel koud en kil. Maar als ze echt in liefde met elkaar verbonden zijn en om elkaar geven, dan vinden ze een stukje hemel op aarde. En een hemel op aarde willen we toch allemaal.