4e zondag in de Veertigdagentijd B (2012)

Ik wil beginnen met de beginregel van de eerste lezing en de slotregels van het Evangelie. “In die dagen maakten ook al de voornaamste priesters en het volk zich herhaaldelijk schuldig aan de gruweldaden der heidenen en ontheiligden de tempel van Jeruzalem die aan de HEER gewijd was.” / “Ieder die slecht handelt heeft afschuw van het licht en gaat niet naar het licht toe uit vrees dat zijn werken openbaar gemaakt worden. Maar wie de waarheid doet gaat naar het licht, opdat van zijn daden moge blijken dat zij in God zijn gedaan.”

 

Hoe herkenbaar. Op 27 maart houden we in Sion bij de Jozefkerk in Wassenaar een avond naar aanleiding van het rapport Deetman. Het begin van de eerste lezing kan zo worden toegepast aan onze tijd: In die dagen maakten “een aantal priesters, broeders, bisschoppen en ook velen uit de bevolking” zich herhaaldelijk schuldig aan gruweldaden en ontheiligden de Kerk van Christus.

 

En het slot van het Evangelie kan zo worden toegepast op de neiging alles in de doofpot te stoppen en te verheimelijken. “Ieder die slecht handelt heeft afschuw van het licht en gaat niet naar het licht toe uit vrees dat zijn werken openbaar gemaakt worden.”

 

Er is niets nieuws onder de zon. Elk jaar vieren we de veertigdagentijd, elk jaar houden we boetevieringen, elke drie jaar lezen we deze lezingen, maar nu, in deze tijd krijgen ze toch een zwaarder gewicht, zo dichtbij staat dit alles. Dit gaat niet alleen over tweeëneenhalf-duizend jaar geleden. Het gaat over nu. En de bezwaren waren toen en nu ook dezelfde: wat er in de wereld gebeurt, dat is van de wereld, maar in Gods Volk, in Gods Kerk moet het anders zijn.

 

Dit weekend staan we met deze lezingen midden in het mysterie van licht en duisternis, van goed en kwaad. Nicodemus komt naar Jezus toe als het al donker is. Hij is op zoek naar licht, maar durft dat niet te erkennen. Hij zit vast in zijn omgeving: als je zoiets erkent, dan toon je dat je zwak bent, dat je niet alles weet, dan verlies je aanzien. Nicodemus lijkt op een moderne atheïstische wetenschapper in onze tijd, die heimelijk een gesprek met een katholieke gelovige vraagt, maar zich schaamt voor zijn medewetenschappers, omdat zijn collega's alles wat het geloof betreft belachelijk maken. Heel andere eeuwen en tijden, maar het zijn dezelfde mechanismen.

 

Jezus typeert de wereld toen en nu als Hij zegt: “Hierin bestaat het oordeel: het licht is in de wereld gekomen, maar de mensen beminden de duisternis meer dan het licht, omdat hun daden slecht waren.” Als mensen het licht van Christus, het licht van geloof ontwijken, dan heeft de duisternis mensen in de greep gekregen. Dat  betrof ooit koningen, priesters, schriftgeleerden, Farizeeën en oudsten in Israël. Dat betrof en betreft ook koningen, keizers, pausen,  bisschoppen, rechters, ministers, priesters, dominees, theologen en wetenschappers in die lange geschiedenis van de Kerk tot nu toe.

 

Daarom is het goed om in de veertigdagentijd die spanning tussen licht en donker, tussen goed en kwaad, niet ver weg te zoeken, maar gewoon in ons eigen leven, in onze eigen Kerk, in ons eigen dorp, in ons eigen gezin, bedrijf, sportvereniging, hier en nu.

 

We kunnen klagen dat de politiek partijdig is, dat de media het op de Katholieke Kerk gemunt heeft, dat journalisten selectief verontwaardigd zijn, we kunnen van alles noemen en vaak niet zonder reden, maar de eerste lezing houdt ons een heel andere spiegel voor.

 

Al die ellende waar de eerste lezing uit het boek Kronieken over spreekt, zoals de tempel die in vlammen opgaat, de totale verwoesting en deportatie van de bevolking, de ballingschap naar Babel, de slavernij, …  alles was het gevolg van eeuwenlang een koers gaan zonder God. Het zou een volledige generatie duren voordat er weer iets kon worden opgebouwd.

 

De schuld wordt in de eerste lezing niet geschoven op de koning van de Chaldeeën, niet op zijn soldaten of op wie ook, alles wat er gebeurde was een gevolg van de eigen ontrouw. Dit is de les uit het Oude Testament. Wat zegt het Nieuwe Testament ons?

 

Jezus respecteert deze oude verhalen. Hij gaat er zelfs op door als Hij op een goed moment de ondergang van Jeruzalem voorspelt. Maar tegelijk gaat het Jezus om iets anders als Hij zegt: “God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered. Wie in Hem gelooft wordt niet geoordeeld, maar wie niet gelooft is al veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de Naam van de eniggeboren Zoon Gods.” Zijn naam, “Jezus”, betekent “God redt”.

 

God heeft de wereld lief, ook die wereld die kwaad doet, die duistere wereld, die onderwereld die verheimelijkt en bedriegt. God heeft zijn Kerk lief, ook de zondaars in de Kerk, maar zijn Kerk pakt Hij soms eerder en harder aan, want zijn Kerk is als zijn Zoon. De wereld krijgt de gevolgen van haar keuzes, van haar slechte daden op een goed moment gepresenteerd, dat is het oordeel zoals dat steeds opnieuw werkelijkheid wordt. Dat geldt niet alleen voor nazisme of communisme, maar ook voor liberalisme, socialisme en kapitalisme. De wereld krijgt hoe dan ook de rekening gepresenteerd.

 

Daarom worden wij uitgenodigd om naar het licht te komen en in het licht te gaan staan. Dan kunnen we in die donkere wereld lichtdragers worden. Amen.