Veroordelen is zich afsluiten van de liefde van God

4e zondag van de veertigdagentijd    cyclus B                                             Ef    2, 4-10   

                                                                                                                                    Joh 3, 14-21

 

- Veroordelen is zich afsluiten van de liefde van God -

 

Beste vrienden,

 

De meeste mensen hebben graag dat het er in hun wereld klaar en duidelijk aan toe gaat. En dat betekent dan meestal dat alles naar twee zijden wordt ingedeeld. Helemaal zoals we het ook in het evangelie van Johannes dikwijls vinden.  Daar wordt alles en iedereen ook ingedeeld in bv: Licht en duisternis; redden en veroordelen; geloven en niet geloven. Als wij mensen dan die zienswijze overnemen, doen we dat meestal zeer grondig: daar vinden we dan goeden en slechten; vlijtigen en luiaards; linksen en rechtsen; Christenen en goddelozen enz..  Daar wordt geoordeeld, in laden gestoken, gebrandmerkt en veroordeeld. Voor ons is het nu eenmaal zo of zo!   En daarbij weten we maar al te goed dat een dergelijke zwart- wit tekening onze bonte werkelijkheid helemaal niet dekt; maar toch hebben we ze steeds weer vlug bij de hand.   

En hoewel we gevaar lopen om door die enge zichtwijze zelf ook wel eens buitengesloten te worden, is die zwart- wit schildering voor ieder van ons toch zo voor de hand liggend.   Als ik eerlijk ben moet ik toegeven: ik zou dikwijls maar al te graag een duidelijk onderscheid willen kunnen maken, werkelijk eens heel klaar kunnen zien wat juist of fout is, en het dan ook doelbewust en duidelijk benoemen.  Wat ik daarmee bedoel kan ik u misschien aan de hand van enkele voorbeelden duidelijk maken.  Neem nu een normale klas op school: als ge daar alle niet geïnteresseerden en alle stoorzenders verwijdert zou je, logisch gezien, met diegenen die overblijven toch rustig verder moeten kunnen werken. 

Of ik denk aan één of andere groep of vereniging die ik ken: hoe dikwijls wordt daar niet gekibbeld of geruzied.  Dat bindt dan zoveel aan krachten en geeft zo dikwijls aanleiding tot misverstanden, dat op de duur de werking lam ligt en alles verstart.   Zou het dan niet gemakkelijker zijn om alleen  nog met diegenen verder te werken die zeker zijn van hun zaak?  En dan heb je nog de cathechese- en huwelijksgesprekken: ouders en verloofden die hoog en heilig bevestigen dat ze goede christenen zijn, die om die reden ook kerkelijk willen trouwen en hun kinderen natuurlijk ook christelijk willen opvoeden.   En wie van hen zie je dan na dat huwelijk nog in de kerk? Hoeveel ouders komen er met hun gevormde kinderen? Af en toe bekruipt je dan wel de gedachte om in de toekomst duidelijker grenzen te trekken of meer te eisen.  

Als ik dat allemaal bedenk ben ik er blij om dat die gedachten worden doorbroken door een evangelie als dat van vandaag. Want als ik me in een stemming bevind waarin ik onze bonte werkelijkheid nog maar alleen in zwart-wit kan zien en ook alles in die zin ga indelen, treffen de woorden uit dit evangelie me als een mokerslag: “God heeft zijn zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te veroordelen, maar om door Hem de wereld te redden.”

Wat een belofte!  Terug verse mooie kleuren in mijn trieste zwart- witte wereldbeeld! Wat is dat toch voor een God die zulke tekens van zijn liefde zet – zonder enige voorwaarde – gewoon zo! “Zo zeer heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn enige zoon heeft gezonden, de enige” – waar zijn ganse Hart aan hangt. 

Daar is geen sprake van teleurstelling die eindelijk een definitieve streep wil zetten! Ook niet van ongeduld, die de zogenaamde onverbeterlijken wil wegsturen! Niet van veroordeling en radicale beslissingen met winnaars en verliezers, met lievelingetjes en weggestuurden!

In tegendeel: de tegenstelling tussen God en de wereld is helemaal overbrugd omdat er licht in de duisternis is gekomen.   Maar dat licht is de liefde van onze God. Een liefde die Hij, zoals het elders staat geschreven, laat stromen over iedereen, zowel de rechtvaardigen als de onrechtvaardigen. Voor ons betekent die liefde verzoening en een nieuw begin en niet veroordeling en verdoemenis.  Daarom geeft dit evangelie ons ook hoop tegenover al de angst en de zwartgalligheid van zo veel religieuze ijveraars, die God alleen maar als een hardvochtige onverbiddelijke boekhouder zien die elke fout en elke missstap registreert, om ons dan ieder afzonderlijk de rekening te presenteren.  Neen, God wil ons en de wereld niet oordelen, maar redden. Dat is het centrale thema van ons geloof en dat is ook juist wat ons fundamenteel van andere religies onderscheidt.    

God kan niet, zoals wij het zo dikwijls doen, kwaad met kwaad vergelden. Hij vergeldt kwaad veeleer met genade en medelijden en Hij verwacht ook van ons dat we medelijdende mensen zouden worden.  En als we dat met onze zwart-wit mentaliteit niet klaarspelen, dan verwacht hij van ons tenminste dat we zouden erkennen dat Hij anders is dan wij.  

In het evangelie van vandaag vinden we ook nog de volgende zin: „Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; maar wie niet gelooft, is al veroordeeld”.  Wordt dan toch weer alles in vraag gesteld of wordt mijn gedachtegang hier terug gerelativeerd?  Zeker niet; want er staat zeer duidelijk: “is al veroordeeld!” Voor mij betekent dat niets anders dan dat in het “niet kunnen geloven”, in het “geen vertrouwen kunnen hebben”, de kiem van de mislukking of van de veroordeling te vinden is.   Eigenlijk helemaal niet onlogisch. Want iemand die b.v. gedurig op kosten van zijn gezondheid leeft moet zich niet verwonderen dat hij zichzelf daardoor ten gronde richt.  En wie het b.v. nog nooit heeft geriskeerd om iemand te vertrouwen, die moet de problemen die hij zich door zijn angst en zijn wantrouwen op de hals heeft gehaald, zelf oplossen.   Zo begrijp ik nu ook de zin, die een bekende theoloog ooit zo heeft geformuleerd: „Veroordeeld betekent, jezelf afsluiten van Gods liefde”.   

Wie niet gelooft is reeds veroordeeld. Met die ene zin doorstreept de auteur van het evangelie van Johannes al de apocalyptische beelden die we uit andere plaatsen van de Bijbel kennen.  Hier wordt niet meer gesproken van geween, van tandengeknars en van alle straffen van de hel. Neen, wie Gods vraag om liefde niet wil aannemen; wie zijn liefde zelfs afwijst, die is reeds veroordeeld omdat hij in die draaikolk van radicale afwijzingen mee ondergaat en tenslotte misschien wel in een schuif, maar niet in het rijk Gods terecht komt.  God deelt geen straffen uit; het ongeloof daarentegen veroordeelt zichzelf. Want wie in het water ligt en dan de reddingsgordel die hem wordt toegeworpen weigert, die moet niet verwonderd zijn als hij wegzinkt en verdrinkt, ook al trappelt hij nog zo hard.  

Het evangelie van vandaag verstaat onder Geloven de vertrouwvolle sprong in de wijd geopende armen van God.  Het kan natuurlijk zijn dat ons vertrouwen reeds dikwijls werd beschaamd. Het kan ook zijn dat wij in onze tussenmenselijke betrekkingen reeds zo veel ontgoochelingen hebben beleefd, dat het ons niet gemakkelijk zou vallen om erop te vertrouwen dat God niet met onze gevoelens speelt maar het eerlijk met ons voorheeft, zonder eigen agenda.   

Stel u toch gewoon voor dat we ons in een brandend huis aan het raam op de derde verdieping bevinden. De brandweer heeft een springzeil gespannen, maar we durven niet springen omdat we bang zijn dat het zeil zal scheuren. Verbranden we dan liever levend? 

Daarbij weten we toch dat God nog nooit iemand in de steek heeft gelaten! Waarom is het voor ons dan toch zo moeilijk om dat te geloven? Het bewijs van zijn oneindige onvoorwaardelijke liefde hangt thuis toch aan de muur; het is ons herkenningsteken, het kruis van Zijn enige zoon! In Jezus wordt ons een Goddelijke liefde getoond die kan duren door de eeuwigheid.  God dwingt ons niet om zijn liefde te vertrouwen – Hij nodigt ons daartoe gewoon uit! Als wij zijn liefde vertrouwen kiezen we voor zijn manier van leven en van liefhebben. Zijn liefde zal ons vleugels geven bij die vertrouwvolle sprong in Zijn armen.  Amen. 

 

Gebed:

Goede God, Gij hebt ons eerst bemind. Als wij tekortschieten, laat Gij ons niet vallen. Als wij terneerliggen, helpt Gij ons weer op te staan. Als wij ons bekeren schenkt Gij ons een nieuw begin. Als we twijfelen hebt ge steeds een goed woord voor ons. Als we bang zijn voor de duisternis, geeft Gij ons licht.  Als we sterven, roept Gij ons ten leven. Wij danken U, en bidden U: Help ons de liefde die we van U hebben ontvangen verder te geven. Dat vragen we U, door Jezus Christus, onze broer en Heer. Amen.