Derde zondag van de veertigdagentijd B - 2015

‘Ik ben de Heer uw God. Gij zult geen andere goden hebben ten koste van Mij.’

Zusters en broeders, zo klinken de woorden in het begin van de eerste lezing.  Het zijn de woorden van de eerste wet, de goddelijke wet. De wet die wij kennen als eerste van de tien geboden: Bovenal bemin één God. Dat is de eerste wet: dat de Heer onze God de enige God is, en dat we niet in andere goden mogen geloven.

Precies om die eerste wet gaat Jezus van daag zo te keer. We zijn dat niet gewoon van Hem. Het is ook de enige keer in heel de Bijbel dat Hij zo hard en zo resoluut optreedt. ‘Maak van het huis van mijn Vader geen markthal’, eist Hij van de handelaars en de geldwisselaars. Want dat is de tempel: het huis van zijn Vader, de Heer hun God. Het is ook het huis waar zijn Vader en mensen elkaar kunnen ontmoeten. Maar die handelaars en geldwisselaars hebben andere goden: de goden van geld, van bezit, van winst. Zij denken niet eens aan de Heer hun God; zij denken alleen aan hun andere goden.

En zoals bij elk evangelieverhaal moeten wij ons afvragen: Waar staan wij in dat verhaal? Is de Heer onze God echt de Heer onze God, of hebben ook wij andere goden ten koste van Hem? Goden van ontspanning, van geluk in alles, maar dan ook echt in alles: van geluk in de lotto tot geluk in de liefde. Vereren we misschien ook de goden van populair zijn, van altijd gelijk hebben, van leuke reizen, van alleen maar beste vrienden?

We kennen al die goden, en wellicht hebben we ze graag in onze buurt. Daarbij vergeten we spijtig genoeg dat dit goden zijn van alles alleen maar voor onszelf. En als er één tijd is waar we daar best eens diep over nadenken, dan is het wel de vasten, de veertigdagentijd, de tijd van bezinning, van bidden, van delen met anderen. Tot dat laatste, tot delen met anderen, worden we vandaag, op de derde zondag van de veertigdagentijd, uitdrukkelijk opgeroepen door Broederlijk Delen.

We kennen de affiche van dit jaar, en daarop lezen we: ‘Marco is een boer. Hij wil dat blijven.’ Maar we zien ook graafmachines, kranen, dampende gebouwen en talloos veel muren, allemaal op een verschillende diepte. Want wat afgebeeld wordt, is de massale mijnbouw in Peru. De regering van dit bergachtige land heeft in meer dan zestig procent van zijn grondgebied mijnbouwvergunningen gegeven. Het gevolg daarvan is dat er overal reusachtige openluchtmijnen zijn, op zoek naar goud, zilver, koper, zink en allerlei middelen die gebruikt worden voor de productie van wereldwijd verspreide dingen als gsm’s, fototoestellen, iPods, iPads, en onnoemelijk meer zulke dingen. En het gevolg daarvan is dan weer dat de hele omgeving van die reusachtige openluchtmijnbouw onleefbaar wordt, dat het water volledig opgebruikt en vergiftigd wordt, dat landbouw onmogelijk is, dat zelfs leven in die buurt onmogelijk is. En wie durft protesteren, wordt vervolgd wegens rebellie en terrorisme.

Precies die kleine mensen op zoek naar leven in een bergachtig land wil Broederlijk Delen ondersteunen. Zoals altijd doen ze dat niet alleen, maar met een plaatselijke partner die het probleem door en door kent, en op wie ze volledig kunnen vertrouwen. Een partner met dezelfde doelstellingen als zijzelf, en dat is leven voor iedereen, en hulp aan mensen in nood.

Zusters en broeders, het klinkt misschien raar, maar voor de tweede keer vandaag moeten we ons afvragen waar wij staan in dit verhaal. Want de dingen waarvoor Peru kapot gemijnbouwd wordt, dat zijn dingen die ook wij massaal gebruiken en die we al even massaal onnodig vervangen. Dingen als gsm’s, iPods, iPads en allerlei andere apparaten waarin grondstoffen zitten die wij niet eens kennen, maar waarvoor in Peru hele regio’s vernietigd worden. Wellicht zijn we er ons niet van bewust, maar door onze drang naar altijd maar meer en altijd maar nieuwe dingen maken we andere landen onleefbaar, en helpen we mee de bron van alle leven te vernietigen, en die bron is water. Laten we ons daar dus over bezinnen, en niet worden zoals die handelaars en geldwisselaars in de tempel. Zij hadden hun eigen goden, net als de mijnbouwers in Peru, en die goden dat zijn de goden van rijkdom en bezit. Maar dat mogen onze goden niet zijn, want de Heer onze God is de Heer onze God, en we hebben geen andere goden ten koste van Hem. Hij alleen is de God die er is voor alle mensen. Laten we dus bidden dat we zijn weg mogen gaan. Een weg die er is voor alle mensen, ook voor mensen in nood. En laten we vandaag, meer dan anders, die mensen helpen. In Gods naam. Amen.