Evangelieprikje 2015

Het evangelie van de tempelreiniging is gekende koek. Het is een evangelietekst waarop Jezus die we vaak als een softie zien zich van een andere kant laat zien, of dat lijkt toch zo. Het is eigenlijk een evangeliestekst waarin Jezus een profetische daad stelt. Gebedshuizen en tempels zijn voor God bestemd en niet om er markt in te houden. Door dit op te schrijven heeft de evangelist echter nooit de situatie van vandaag voor ogen gehad waarin heel wat kerken wachten op een herbestemming. Vanaf het moment dat ze ontwijd zijn, zijn het geen gebedshuizen meer en dus is dit evangelie er niet van toepassing op. Dit evangelie doet sommige mensen denken aan de franchising die er is rond belangrijke bedevaartsplaatsen als Lourdes in Frankrijk. Voor zover ik het me herinner staan echter de meeste kraampjes buiten het heiligdom, maar dat neemt niet weg dat we als bedevaarder behoedzaam moeten blijven voor wat echt belangrijk is tijdens onze bedevaart. Wie naar Lourdes trekt om alle dagen op café te zitten en één keer het heiligdom binnen te stappen, is misschien geen voorbeeld waar we ons moeten aan spiegelen. Maar is dat nu het enige wat dit evangelie ons te vertellen heeft? Ik denk het niet. Bij Paulus lezen we dat ons lichaam de tempel is waar Gods Geest in woont. In die zin moeten we de tempel dus niet alleen bekijken als een gebouw van stenen, maar eerder als een heiligdom waarin God de ereplaats krijgt. Dat blijkt trouwens ook uit het antwoord van Jezus op de joodse kritiek. Maar dat betekent dus dat ook ons lichaam tempel is van Gods Geest. Dat is geen vrijblijvend zinnetje. Het betekent dus dat niet alleen wij het laatste woord hebben over ons lichaam. En het betekent zeker dat we ons lichaam met de nodige eerbied en respect moeten behandelen. Meer nog: in het verlengde van het evangelie worden we opgeroepen om van ons lichaam geen markthal te maken, vertaald: ons lichaam mag meer zijn dan "de carrosserie" van een consument. Voor wie zich afvraagt wat dat nu concreet betekent om je lichaam tot een tempel van Gods Geest te maken, krijgt hulp in de eerste lezing. Daar ontvangt Mozes de tien geboden, de tien wegwijzers. Het zijn tien concrete voorbeelden die je een richting willen aan geven om als vrij mens te kunnen leven. Het zijn geen geboden die je moet volgen, neen, het zijn geboden die je volgt als je er voor kiest als gelovige door het leven te gaan. Wie die weg kiest, zal de geboden niet als geboden zien, maar als concrete richtlijnen die ons kunnen helpen om op het jiste spoor te komen.

Wat er in de tien geboden staat, zou voor een christen algemene kennis moeten zijn. Net als Jezus mogen we ze samenvatten in het dubbel gebod waarmee de tien geboden beginnen: bemin God en je naaste. Liefde is dus het kernwoord. Nu is liefde een woord dat vele ladingen dekt en is het ook een woord dat zo dikwijls gebruikt en misbruikt wordt dat het voor sommige mensen een beetje versleten is. En toch moeten we het met dat woord doen. Als ze aan Jezus vragen wat het belangrijkst is in de Wet, dan antwoordt hij met het dubbel gebod: bemin God en je naaste als jezelf. Het begint dus bij jezelf liefhebben. Wij zijn allemaal kinderen van God, mensen in wiens Gods Geest wil wonen, we worden door God bemind. Dat op zich zou al een reden kunnen zijn om onszelf te waarderen. Maar het leven kan soms hard zijn en soms verliezen mensen het geloof in zichzelf en dus ook een stuk eigenliefde. Eerste opdracht is dus dat zelfrespect te herstellen. Daar zijn andere mensen voor nodig, dat kunnen we niet alleen. Het is dus meteen een oproep om mensen die het geloof in zichzelf verloren hebben, te helpen om dat vertrouwen te herstellen. Jezelf graag zien betekent niet zomaar alles doen waar je zin in hebt. Liefde wil het beste voor je, wil je vrij maken. Wie zichzelf graag wil zien, moet zich dus bevrijden van alle vormen van slavernij, dingen die je in je macht hebben. Dat kan van alles zijn. De vasten is de uitgelezen tijd om die verslavingen van je af te gooien. Ook daar is hulp van anderen welkom en aangewezen.

Liefde voor jezelf en voor anderen betekent ook dat voor jou de mens meer is dan een pion in onze wereldwijde economie. Tonen wij in onze levenswijze respect - in deze een van de synoniemen van liefde – voor onze medemensen? Broederlijk Delen leert ons dit jaar dat onze levensstijl enorm veel water kost. Dat water wordt onder andere overvloedig gebruikt voor de mijnbouw in Peru. Boeren als Marco lopen daardoor het risico onvoldoende water te hebben om als boer te kunnen overleven. Als we dat zien, voelen we toch dat er iets niet pluis is. Het kan toch niet de bedoeling zijn dat alles – ook mensenlevens dus – moeten wijken voor winstbejag van multi-nationals. Natuurlijk, het is niet allemaal mijn fout, het gaat hier om een collectieve schuld. Maar het kan geen kwaad om wat milieubewuster te worden, ook dat kan een vorm van naastenliefde zijn. Broederlijk Delen steunen in hun ijver om de plannen die men in het Zuiden heeft om een menswaardig leven op te bouwen, verdient onze steun.

En hoe zit het dan met onze liefde tot God? God ziet ons graag, zien wij Hem graag? Maken wij tijd en ruimte in ons leven, in ons hart voor God? Voeden wij ons met gebed en eucharistie? Pas als we daar "ja" kunne op antwoorden, kan de rest beginnen: liefde voor jezelf en liefde voor de naaste. Maar liefde berekent niet: je ziet iemand graag om wie hij of zij is, niet om wat hij of zij je kan opbrengen. Natuurlijk, liefde brengt altijd iets op, maar het mag niet de intentie van de liefde zijn. Dat geldt ook voor de liefde tot God. Voor een christen is die liefde voor God onlosmakelijk verbonden met die voor de mens. Een echte humanistische godsdienst dus vertrekkend vanuit een onvoorwaardelijke liefde van God voor de mens.