Ik ben de God die jou bevrijd heeft

Hoe mooi en spannend de lezing uit het evangelie ook is,

ik wil vanmorgen met u toch vooral eens nadenken

over de Tien Geboden uit de eerste lezing.

Dit omdat ik een paar maanden geleden

in het weekblad Elsevier een artikel las

over de Tien Geboden.

De strekking van het artikel was dat ze,

als het gaat om normen en waarden steeds vaker worden aangehaald,

maar dat ze eigenlijk volstrekt ongeschikt zijn als richtlijnen voor onze huidige tijd.

Het zouden voorschriften zijn die niet meer passen in een moderne samenleving,

ze zouden zelfs botsen met algemeen aanvaardbare rechtsbeginselen.

 

Zo kort door de bocht zou ik het niet willen verwoorden,

maar zo op het eerste gehoor lijkt het inderdaad net

alsof het alleen maar gaat over zaken die verboden zijn.

Je zult dit niet en je zult dat niet.

Je zou daardoor haast gaan denken dat geloven

op de eerste plaats betekent dat je vooral heel veel niet mag,

waardoor je voortdurend rondloopt met schuldgevoelens.

Maar als we nu eens goed kijken hoe die Tien leefregels

- want zo noem ik ze liever dan Geboden -  in de bijbel geplaatst zijn,

en in welke samenhang, dan blijkt dat de bedoeling toch heel anders is.

 

De Tien leefregels zijn om zo te zeggen niet los verkrijgbaar.

Niet los van het verhaal van de bevrijding uit Egypte.

En ook niet los van een ontmoeting.

Die Tien leefregels worden gesproken binnen een hele bijzondere geschiedenis.

Vlak van tevoren namelijk is verteld,

dat God naar zijn volk toekomt en afdaalt op de berg Sinai.

Maar ook – van de andere kant –

dat Mozes het volk uit het kamp naar de berg leidt, God tegemoet.

De Sinai is dus niet zomaar een of andere toevallige plek,

maar de plaats bij uitstek van de ontmoeting tussen God en mensen.

Daarom zijn de Tien leefregels geen onpersoonlijke voorschriften uit een wetboek,

maar zijn het de woorden van het Verbond, van een relatie dus.

Uit die samenhang moeten we de Tien Woorden dus niet losmaken.

 

Wat verder opvalt: er is iemand die spreekt, een ik.

En er is iemand die wordt toegesproken: een jij.

Telkens een tweede persoon enkelvoud.

Dat kom je in onze Nederlandse grondwet,

in onze wetboeken of in het kerkelijk recht nooit tegen.

Er staat niet: men zal de sabbat heiligen,

of: men zal niet knielen voor afgoden. Er staat telkens: jij.

Daar kun je makkelijk overheen lezen.

Maar wie zich houdt aan deze Tien Woorden,

moet dat niet doen omdat hij anders een bekeuring krijgt of gestraft wordt,

maar omdat hij zich persoonlijk aangesproken weet.

 

Er is nog iets waar we gemakkelijk over heen kunnen lezen.

En dat is de aanhef van de Tien leefregels.

Het begint met: Ik ben jouw God die je bevrijd hebt uit Egypte.

De aanhef luidt niet: “Ik ben Heer en Meester over hemel en aarde.

Je hebt dus maar te doen wat ik zeg”.

Er staat iets heel anders: Ik heb je uit het slavenhuis weggehaald.

En die aanhef zet de toon voor alle andere woorden.

 

Alle Tien leefregels vallen dus onder het hoofdje: uittocht uit het slavenhuis.

Ze zijn een handleiding om ook in de toekomst de bevrijding

niet verloren te laten gaan, maar juist te beschermen.

In de trant van: jullie hebben toch tot je verwondering meegemaakt

dat je uit die toestand van ellende en slavernij bent verlost? Nou dan.

Dan laat je jezelf toch niet weer onvrij maken door je te verslingeren

aan allerlei afgoden van bezit, macht of geldingsdrang?

Als je hebt ervaren, dat jou het leven wordt gegund,

dan zul je toch zeker niet het leven van anderen onmogelijk gaan maken?

Dan zul je je naaste toch niet bedriegen of beschadigen?

 

Want wat heel kort en krachtig geformuleerd staat:

niet moorden, niet inbreken in het huwelijk van een ander,

niet roven – dat is een gebeitelde samenvatting van: elkaar niet beschadigen.

“Je zult” is hier dus niet een dwingend bevel, maar vooral een belofte.

Een gevolg van je bevrijding. En wie bevrijd is, die zal ook een ander het leven gunnen.

 

Dus nogmaals: die aanhef ‘ik ben de God die jou bevrijdt heeft’,

zet al de Tien leefregels in een bepaald licht.

Ze zijn wegwijzers op onze tocht door het leven.

Een leidraad om mee op weg te gaan.

Daarom is het zo jammer dat die aanhef bijna altijd wordt weggelaten.

 

Natuurlijk is met die Tien leefregels niet alles gezegd.

Ze zijn ook geen pasklaar antwoord

op alle morele vragen waar wij nogal eens mee worstelen.

Ze ontslaan ons ook niet van de opdracht

om telkens opnieuw te zoeken naar een goede invulling er van in onze tijd.

Maar we mogen ons intussen wel verwonderen

over de onvervangbare levensvisie die er aan ten grondslag ligt.

Een visie die voor ons belangrijk is,

als het gaat om de visie op de mens en zijn of haar unieke plek in de samenleving.

 

De Tien leefregels geven ons een verrassend inzicht.

Er staat bijvoorbeeld nergens dat wij God allerlei offers moeten brengen.

Wel dat je op de zevende dag mag uitrusten.

En wat in het oude Oosten een revolutie was:

dat knechten en heren op dezelfde dag uitrusten!

Die wekelijkse rustdag blijft een van de meest originele

en kostbare geschenken van het oude Israel aan de wereld.

Dat we dus niet leven om te werken, maar dat we werken om te leven.

 

De Tien leefregels hebben ook iets onthullens.

Heel vierkant maken ze ons attent op iets

wat we niet altijd willen horen: er zijn ander goden.

Te kust en te keur.

Moderne afgoden die een behoorlijke en machtige invloed hebben

op een samenleving en ook op ons.

Ik moet niet zo naïef zijn om te denken dat ik daar allemaal boven sta.

 

In die zin zijn de Tien leefregels ook ontnuchterend.

En duidelijk wordt, dat ze ons ook ergens tegen willen beschermen.

Tegen bepaalde mechanismen in onszelf en in onze geschiedenis,

mechanismen die ons onvrij maken en daarom schade kunnen aanrichten

doordat ze mensen beschadigen.

 

En heeft Jezus niet vanuit de Tien leefregels geleefd en gehandeld?

Heeft hij er zelfs niet een gebod aan toegevoegd, het gebod van de liefde.

Dat bij alles wat we in naam van de Tien leefregels doen,

we nooit mogen vergeten dat het woorden uit liefde zijn.

Jezus zegt dat ze zeker onderhouden moeten worden,

maar nooit met de hardheid van het gebod, maar met de liefde van je hart.

Ze zijn bedoelt om mensen te beschermen en tot hun recht te laten komen.

In die zin hebben we als Kerk en als individuele gelovige

een grote verantwoordelijkheid voor diegenen

die in naam van de Tien Geboden zijn beschadigd.

Al is het maar om eerlijk toe te geven dat wij ze soms 

hebben opgelegd om mensen vast te zetten,

terwijl God ze bedoeld heeft om mensen te beschermen en te bevrijden.

 

Onze kinderen achter ons zullen dat nog niet altijd zo ervaren

als je als ouder uit een oprechte zorg soms dingen niet toestaat.

Meestal is het vooral stom en mogen anderen in hun beleving altijd veel meer!

Dan is het de kunst om hen te laten voelen dat je geen nee zegt om ze dwars te zitten

of vanwege frustraties uit je eigen jeugd,

maar omdat je van ze houdt en ze tegen bepaalde invloeden wilt beschermen.

Het valt niet altijd mee, dat weet ik.

En volgens mij bestaat er ook een boek over ‘hoe overleef ik mijn kinderen’, maar toch.

Mijn vader had vroeger wel een originele aanpak.

Zijn stelling was altijd: ik zeg nooit nee, tenzij ik er een goede reden voor heb.

Met die reden was ik toen meestal niet eens, maar hij legde het in ieder geval uit.

Dat gaf ruimte en het zette mij, naar mate ik ouder werd, wel aan het denken.  

 

En zo wil God ook met ons mensen omgaan

en ons laten ervaren dat wij mogen leven

zoals het leven door Hem zelf vanaf de schepping bedoeld is.

Vanuit die zorg heeft Jezus geleefd en worden wij opgeroepen zo ook te leven.

En dan blijken de Tien leefregels juist zeer geschikt voor onze tijd.

 

En dat brengt ons toch nog even bij het evangelie van vandaag.

Jezus het heeft over de tempel van Zijn lichaam, als iets heiligs en kostbaars;

als beeld van God zelf.

De tempelreiniging is dus niet alleen een spannend verhaal,

over het wegjagen van een paar louche verkopers,

die met hun rommel het zicht op het heilige belemmeren.

Het staat ook symbool voor alles wat in ons lijf:

hoofd en hart het zicht op God in de weg staat.

Alles wat ons leven negatief bepaalt of vasthoud,

moet weg om echt zicht te krijgen

op wat God ten diepste met ons leven bedoeld heeft.

En daar zijn de Tien leefregels de handvaten voor.

En dat is wat we met Pasen vieren:

je door God vrij voelen om opnieuw te mogen beginnen

en te ervaren dat Hij het is die jou echt vrij weet te maken.

Pasen is niet voor niets het scharnierpunt van de winter naar de lente,

van dood naar leven, van een nieuw begin.

‘Ik ben jouw God die je bevrijdt heeft.’

Het is een belofte die geldt tot op de dag van vandaag.

En door die belofte mogen wij dus ook weten

dat wij altijd in Zijn liefde geborgen zullen zijn.

Amen.