Geboden die bevrijden

3e zondag van de veertigdagentijd 2012                                                       Ex 20,1-3.7-8.12-17

                                                                                                                        Ev.: Joh 2,13-25  

 

- Geboden die bevrijden -

 

Beste vrienden,

 

Als we vandaag de balans van het leven in onze maatschappij opmaken dan staan we doorgaans met schaamrode kaken:  meer dan een derde van de huwelijken wordt gescheiden; kinderen worden door vertrouwenspersonen, ook door geestelijken, misbruikt, en door ouders die op zijn van de zenuwen, mishandeld.  De sociale zekerheid wordt bedrogen waar het maar kan, wat de gevolgen hiervan voor de echte behoeftigen in onze maatschappij ook moge zijn.  We wennen meer en meer aan de gedachte dat er nu eenmaal mensen met een goed betaalde job zijn en ook mensen die waarschijnlijk nooit meer een job zullen vinden.   

En als we de stroom van vluchtelingen en asielzoekers zien die ons land jaar na jaar bereiken dan staan we volledig hulpeloos tegenover het feit dat deze mensen door honger en armoe in de armen van corrupte handelaars en huisjesmelkers worden gedreven die hun situatie zonder scrupules uitbuiten.   Het is een opsomming die we bijna naar believen kunnen aanvullen en waar we zonder moeite als maar meer punten kunnen aan toevoegen. Dat allemaal draagt er mee toe bij dat bij de bevolking de roep naar nieuwe waarden en nog strenger geformuleerde regels en wetten als maar luider wordt.

Maar waar willen we die nieuwe waarden vandaan halen?  Wij, als Christenen, hebben in onze kindertijd toch allemaal de tien geboden geleerd. We  kennen ze misschien wel niet meer woordelijk uit het hoofd, maar hun inhoud is voor de meesten onder ons toch nog heel vertrouwd. Maar wat helpt ons dat als niemand er zich nog aan houdt?  Of, anders geformuleerd:  aan wat zou het kunnen liggen? 

Ik denk dat we te veel „verwend“ zijn, zeg maar: we zijn niet meer „gewend“ aan regels. En uit onze kindertijd weten we dat diegenen die “verwend” zijn altijd dat doen wat ze willen en wat hen op dat ogenblik bevalt.   Herinnert u zich nog de tijd van de anti autoritaire opvoeding: duidelijke regels waren toen taboe, er mochten alleen meerdere voorstellen worden gedaan: „Je kan dit doen of dat doen, maar je moet niet. Denk erover na! Je moet jezelf tot niets dwingen! Je kan alles doen wat je wil!“  Voor de enkeling is dat toch allemaal weinig concreet en vooral vrijblijvend.   

Dat alleen verklaart natuurlijk niet waarom wij vandaag met de tien geboden zowat op voet van oorlog staan.  Zou het kunnen dat de oorzaak daar in ligt dat ze in de gebiedende wijs “Gij zult” werden opgesteld?  Dat “Gij zult” wekt dikwijls de indruk dat die geboden ons willen betuttelen en erop uit zouden zijn om ons onze “heilige vrijheid” af te nemen.   En op dat punt zijn wij bijzonder gevoelig. Wie onze vrijheid aantast, die heeft er bij ons gelegen. 

Nochtans zouden we toch moeten weten dat het God nauw aan het hart ligt om met de mensen een liefdevolle relatie aan te gaan.  Op die manier wordt die vrijheid ons ook geschonken en behouden. Kijk maar in de geschiedenis: Het volk Israël is onderweg in de woestijn; op weg naar het door God beloofde land; de mensen zijn onderweg met in hun hart de hoop op “Vrijheid, gerechtigheid en waardigheid”. Maar ze zijn ook op weg met een bittere ervaring in hun lijf, de ervaring van de slavernij. Daar in Egypte, waar ze vandaan komen, daar werden ze afgebeuld, onderdrukt, van hun vrijheid en hun vrije meningsuiting beroofd. Zij waren de werkdieren voor diegenen die hen als lijfeigenen beschouwden.  Ze mochten niet gewoon leven maar moesten functioneren. Hun persoonlijk lot was niet belangrijk, wel hun werkkracht. Maar God erbarmt zich over zijn volk en leidt het weg uit deze slavernij. We weten allemaal wat er gebeurde: De straffen en plagen die Egypte teisterden en de Farao ertoe dwong Israël te laten gaan. Het paasmaal, de uittocht en dan de grote trek door de woestijn.   Mensen op weg uit de slavernij naar de vrijheid, op weg uit het donker naar het licht. En zowat in de helft van die weg ontvangt Mozes van die God die hen heeft gered de tien geboden: “Ik ben Jahweh, jouw God, die jou uit het slavenhuis van Egypte heeft bevrijd.”  Die zin maakt duidelijk waar het God in die tien geboden om gaat.  Hij wil niets anders dan dat wij mensen ons uit de gevangenissen en beperkingen van ons leven, zowel de innerlijke als de uitwendige,  zouden bevrijden.   En omdat God heel goed ziet dat wij nog altijd vastzitten in het klassieke op en af van onze levensweg en dat we zeker nog niet zijn aangekomen in het beloofde land van het volkomen mens zijn, wil Hij ons daarbij helpen en moed geven. 

Hij, de God van alle leven, spreekt ons toe: “Ik bevrijd je van de boeien die je gevangen houden.

En als we dat erkennen, dan zullen we buiten Hem ook geen andere Goden meer hebben of ons aan andere Goden onderwerpen. Als wij dat werkelijk erkennen, dan zullen we ook zijn naam niet meer misbruiken en we zullen één dag in de week de tijd nemen om ons vol vertrouwen tot Hem te richten, om van Hem ook nieuwe impulsen voor ons leven te krijgen.   Als we de liefde en de zorg van God voor ons, zijn schepselen, in die geboden herkennen, dan zullen we ook het leven van anderen respecteren; niet doden en ons ook geen voordelen verschaffen op de rug van anderen. In tegendeel: we zullen die anderen als zusters en broers zien en alles doen opdat er niets zou gebeuren wat onze onderlinge gemeenschap zou kunnen storen of negatief zou kunnen beïnvloeden. 

Merkt ge nu ook dat het ergerlijke “Gij zult” er voor ons dan eigenlijk niet meer moet staan? Eigenlijk mag er staan: Als je erkent wat God voor jou heeft gedaan, dan zal je ...  – en dat klinkt toch al heel anders. Maar ik kan me ook nu nog voorstellen dat er, bij sommigen onder u, ondanks alles toch nog een zeker onbehagen blijft hangen. In ons spraakgebruik blijven het toch altijd geboden en verboden!  Maar misschien kan het helpen als we ons er even aan herinneren dat het hier ook om een aanbod van Godswege gaat. God biedt ons aan om het anders te doen dan wat „men“ zo in de regel doet. 

Zijn aanbiedingen zijn voorschriften maar ook adviezen, die ons een weg tonen om onze vrijheid zo te behouden dat ze niet ten koste van ons of van de anderen wordt bereikt.   Maar als wij menen dat we alleen maar geacht zullen worden als we ons zo gedragen zoals iedereen zich gedraagt, dan gaat dat wel ten koste van ons en van onze naasten.  Naast de psychische druk om alles mee te moeten doen ontstaat dan ook de lichamelijke druk om al het mogelijke te doen om er toch maar bij te horen.  En dan beseffen we niet meer dat levensvreugde en levenslust ons daarbij geleidelijk ontglippen en dat elke verdere dag meer prestaties, gejaagdheid en dwang  met zich meebrengt.  Een gejaagdheid die zelfs de zondag ongenietbaar maakt, omdat we geen rust meer kunnen verdragen en we onze medemensen alleen nog maar bekijken onder het criterium: kan hij me nuttig zijn of niet! 

Nieuwe waarden, duidelijke normen – bestaan die werkelijk niet? Ze bestaan – en ze bestaan reeds sinds duizenden jaren. Duidelijke regels die me zeggen: het gaat hier om gelukkig leven – niet om het perfect functioneren. Ofwel volgen we die afgoden die ons, dikwijls heel ongemerkt, in een gedwongen of afhankelijke situatie brengen, of we volgen Gods aanwijzingen, die onze vrijheid wil en ons ook de vrijheid laat, om ons voor of tegen Hem uit te spreken.  Wij staan voor de keuze om ofwel gewoon maar te functioneren of met Jahweh, de God die altijd voor en met ons is, tot het ware leven te komen. Dat is de betekenis van de tien geboden. Ze zijn Gods aanbod om mijn leven in die zin zo uit te bouwen dat niet alles op de duur in chaos ontaardt. Daarom betekent dat “Gij zult” voor mij niets anders dan:  Je bent vrij! Kies voor het leven!  en: Kies voor die God die je in je leven helpt.   Laten we in de dagen die volgen altijd weer bewust kiezen voor diegene die reeds sinds lang voor ons, voor u en voor mij,  heeft gekozen. Dan worden zijn maatstaven en waarden vandaag misschien terug door ons gehoord en waargenomen.  Amen.