Evangelieprikje (2009)

We zien het af en toe nog eens opduiken op menukaarten: "op grootmoeders wijze". Meestal staat dat dan synoniem voor een gerecht dat op ambachtelijke wijze is gemaakt. Het is dus geenszins bedoeld als iets negatiefs in de zin van : "zo werd dat vroeger klaar gemaakt , voor dit of dat uitgevonden was". Het is één van de vele voorbeelden waarbij onze voorouders opgerakeld worden als wijze mensen die ons nog iets te leren hebben. Het is een mooie manier om te blijven beseffen dat een mens niet los staat van zijn voorgeschiedenis: de levensstandaard die we momenteel hebben in Vlaanderen, is iets waar generaties voor gewerkt, soms zelfs "gevochten" is. In Het evangelie van vandaag gaat Jezus ook het gesprek aan met Zijn geloofsvoorouders: Elia en Mozes. Hij heeft net aan Zijn leerlingen verteld dat Hij zal lijden en dat enkel diegenen die hun leven willen verliezen, het zullen winnen. Waarschijnlijk hadden de leerlingen wat anders voor ogen als ze het hadden over een Messias. De tijd die ze met Jezus doorbrachten was er een van successen: blinden en lammen werden genezen, doven konden weer horen, demonen werden uitgedreven, ... en dan dat slechte nieuws dat Jezus zal moeten lijden. Ze wisten ondertussen al dat Jezus niet overal vrienden maakte, maar toch hadden ze een ander vervolg voorzien. En zie, als de nood het hoogst is, komen de redders te voor schijn. Dat is tot op vandaag nog altijd zo: is het niet Zorro, dan is het Batman of een andere mysterieuze held. En wat ziet Marcus gebeuren, daar hoog op de berg? Is het een vliegtuig, is het een vogel? Neen, dat is het niet. Het zijn Mozes en Elia die daar op de berg staan. Mozes en Elia, twee krachtige namen uit het Oude Verbond.
Mozes is vooral blijven hangen als de figuur die zijn volk bevrijdde uit de slavernij van Egypte en hen door de woestijn naar het beloofde land voerde om daar als vrije mensen te kunnen leven. Om die vrijheid te kunnen bewaren, gaf hij het volk wegwijzers mee om met eerbied voor elkaar en voor God zijn levensweg te kunnen volgen. Maar Mozes heeft ook moeten afrekenen met onbegrip, met een volk dat liever een gouden kalf aanbad dan de god die hen bevrijd had uit Egypte.
En dan is er Elia, de voorzitter van de profetengilde van het Eerste Verbond, ook hij heeft aan den lijve ondervonden dat het godsgeloof in Jahwe niet simpel is. In het licht van hun geschiedenis zouden de leerlingen een beter zicht kunnen krijgen op de echte roeping van Jezus, wordt het wat helder voor hun ogen. Jezus is namelijk de man van het Tweede Verbond; Hij wil het joodse volk bevrijden uit de slavernij van een wettisme naar de letter om hen binnen te brengen in het Rijk Gods waar Gods liefde overheerst en waar de Wet naar de geest wordt nageleefd. Niet een regel, maar de liefde wordt de norm van de Wet. Die Jezus is ook eerst door de woestijn gegaan om de afgoden te bestrijden en heeft dan een duidelijke keuze gemaakt voor God. Rondom Hem zijn leerlingen gekomen die in Hem vooral een succesnummer gezien hebben. Hij probeert hen nu met Mozes en Elia aan het verstand te brengen wat God wat Hem en hen verwacht.

Het is zeker een mooi verhaal voor joden, alleen al omwille van het loofhuttenfeest waarnaar het verwijst. Maar voor christenen zeggen Elia en Mozes niet zoveel. Uiteraard weten we dat het belangrijke figuren zijn, maar de eerbied voor deze figuren zoals die er bij de joden is, hebben wij niet. Mogen we dit verhaal dan zonder meer klasseren? Neen, integendeel, het kan ook voor ons een oproep zijn om te kijken wat de echte betekenis is van het Messiasschap van Jezus. Is ook voor ons de bekoring niet groot, zeker in deze tijden waarin we ontdekken dat "hét verhaal" niet meer aanslaat, om te blijven hangen bij teksten over en van Jezus die zo algemeen menselijk zijn dat ze geen weerstand oproepen? Is het ook voor ons niet bekoorlijk enkel verhaaltjes te vertellen met enige morele inslag zonder te spreken over geloof? Het is een vraag.

Maar de tekst gaat voor mij nog dieper. Als het in mijn leven duidelijk wordt dat mijn geloof geen verzekering tegen tegenslag is, hoe zal ik daar dan mee omgaan? Hoe zal ik lijden rijmen met mijn geloof in een God die liefde is? Ook voor ons is het dan goed ons hart te luisteren te leggen bij grote mensen uit de kerkgeschiedenis die allemaal hun deel van het lijden gekend hebben maar waarvan wij geloven dat God hen nooit losgelaten heeft. Ik denk hier nu in het bijzonder aan Moeder Theresa die blijkbaar een groot deel van haar leven het gevoel had dat God haar "verlaten" had. Toch is ze blijven voortdoen, met ongekende kracht. Als vasten een tijd is waarin we nadenken over ons geloof, mogen we ook de moeilijkheden niet uit de weg gaan. Er zijn geen pasklare antwoorden op alle problemen waar gelovigen mee worstelen. Er is geen SOS Piet die je kan helpen om hét recept te vinden voor een geloof zonder twijfel (een contradictie trouwens), er zijn enkel een paar mensen die het gewaagd hebben en waarover de bijbel en andere bronnen ons informeren. Mogen wij in deze vasten de moed vinden om ook even de berg op te gaan, dicht bij God om duidelijker te zien wat geloven is. Daar op die berg kunnen we goed gezelschap aantreffen van mensen die dicht bij God geleefd hebben. Eens hun verhaal ons bevestigd heeft, kunnen we weer naar beneden, naar het geloven van elke dag. Bidden wij dat wij als geloofsgemeenschap er meer en meer in slagen elkaar een "bergmoment" te bezorgen waarbij we elkaar als broeders en zusters kunnen bemoedigen als het wat moeilijk gaat.