2e zondag in de veertigdagentijd

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Een tijd geleden heb ik een biografie van paus Johannes XXIII gelezen, de paus van het concilie. Daaruit is mij gebleken dat hij, wanneer hem een taak werd gegeven waar hij eigenlijk geweldig tegen opzag, na hooguit een dag bedenktijd toch deed wat er van hem verwacht werd. Zo ruilde hij zijn geliefde geboortestreek in voor het van de wereld afgesloten Albanië om daar pauselijk gezant te zijn. Geen protest, maar overgave. Toen hij veel later paus werd - hij was toen al een oudere man - besloot hij een concilie bijeen te roepen dat de kerk moest verjongen en vernieuwen. Toen bepaalde behoudende kardinalen, bang dat met de vernieuwing een stuk rijke traditie zou verdwijnen, zich inspanden om dat concilie eerst tegen- en daarna op te houden, klaagde hij bij vrienden zijn nood: Waarom geven ze zich toch niet gewonnen? Hij die zelf vaak dingen prijs had moeten geven, verbaasde zich erover dat zij het verleden maar niet wilden loslaten, en meer angst dan vertrouwen hadden.

Nu is het makkelijk gezegd dat behoudende mensen het ver-leden niet willen loslaten. Maar je kunt evengoed zeggen dat vooruitstrevende mensen de toekomst niet willen loslaten. Soms bijten ze zich vast in hun dromen.

Abraham, over wie ons de eerste lezing vandaag vertelt, wordt wel eens de vader van het geloof genoemd. Hij is iemand die - wanneer God hem daartoe uitnodigt - wegtrekt uit zijn land, en het verleden loslaat. Maar hij blijkt ook iemand te zijn die bereid is zijn toekomst uit handen te geven. Hij is bereid zijn zoon te offeren.

Tussen haakjes: dat lijkt een verhaal uit lang vervlogen en nog heel primitieve tijden, want wie offert er nu zijn kinderen op? Dat lijkt wel verleden tijd, maar ook nu nog worden er kinderen geofferd aan het geweld van grote mensen. Kijk maar naar Irak, Bosnië, Tsjetsjenië en andere plekken waar kinderen slachtoffer zijn. En offeren wij geen kinderen op aan onze eigen eer? Worden kinderen niet naar scholen gedaan die beter klinken voor de buitenwacht, maar het kind zelf geen goed doen? Moeten kinderen niet ten onrechte beantwoorden aan de dromen van hun ouders? Worden zij geen slachtoffer van te veel ambitie van anderen? Dat is soms even erg als te weinig aandacht en zorg; als ze slachtoffer worden van gebrek aan ouders die hen echt stimuleren.

Lang geleden al kwam Abraham tot de ontdekking dat zijn God, onze God, niet wil dat wij kinderen opofferen aan welk waanidee of aan welke afgod ook. Abraham is dus een man die het verleden en de toekomst, maar ook vaste ideeën wil loslaten.

Wie durft loslaten wat hem gevangen houdt, krijgt meer terug dan hij losliet, zo leert ons de heilige Schrift. Geef, zegt de Bijbel, en u zal gegeven worden; zaai, en vruchten krijg je in honderdvoud, zegt Jezus.

Wie liefde geeft, krijgt liefde terug; wie vertrouwen schenkt, wordt vertrouwd; wie vriendschap geeft, is nooit meer alleen. En het omgekeerde is ook waar: wie liefde eist, krijgt haat terug; wie vertrouwen beveelt, wordt gewantrouwd; wie vriendschap claimt, komt op den duur alleen te staan. De hele Schrift is een schreeuw om mensen die niet grijpend, maar gevend, niet gesloten, maar open in het leven staan.

Jezus was zo'n mens op en top. Petrus nog niet; die moet nog veel leren. ‘Laat ons hier drie tenten bouwen', zegt hij. Maar Jezus stuurt hem de berg af, naar de begane grond. Hij moet nog leren op te breken. Hij moet nog leren - zegt het evangelie - dat je niet met je hoofd in de wolken moet gaan lopen, blij om je eigen geluk, zolang er aan de voet van de berg nog mensen tobben, zolang er nog kleine mensen worden opgeofferd aan de verkeerde dingen.