Als licht en schaduw wisselen

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
"Wat ik nu beleven mag, Heer, dat is heerlijk, dat moet blijven." Zo ongeveer horen wij Petrus tot Jezus zeggen. Ik kan deze wens van Petrus begrijpen. Petrus wil het fascinerende, dat hij op de berg met Jezus beleven mocht, vasthouden en het niet loslaten. Hij wil de hemel naar deze aarde trekken en hem hier op aarde vastleggen. Kunnen we onszelf in deze wens van Petrus niet terugvinden? Al hebben wij geen blik in de hemel mogen werpen, toch zagen we misschien iets als een lichtflits uit de hemel, een bevrijdend inzicht waarbij wij God als heel nabij mochten ervaren. Wij hebben van Jezus gehoord, van zijn leven, van zijn verrijzenis en hoe in zijn leven een stukje hemel op aarde voor Hem openging. Met dat voor ogen was het voor ons niet moeilijk om in Hem te geloven. Maar onze geloofservaring is niet alleen geluk, bevrijdend licht. Er zijn jammer genoeg ook schaduwzijden. Wij ervaren God meestal als de gans andere, die anders handelt dan wij willen; zo wordt God voor ons onbegrijpelijk en zijn wegen ondoorgrondelijk. Hoe dikwijls word ik mij bewust - en anderen met mij - dat ik aan God vraag om de hemel in beweging te zetten, om mijn leven te verlichten: genees mijn ziekte, breng mijn huwelijk weer in orde, laat mij in mijn examen slagen, bewaar me toch van het leed... Ja, deze onbegrijpelijkheid van God kan nog veel verder gaan, dat ik het bijna wenend uitroep: waarom treft mij deze dodelijke ziekte, waarom moeten er zoveel onschuldige kinderen van honger sterven, waarom die natuurrampen, die oorlogen?

De God van ons geloof is een "verborgen" God. Dat wordt duidelijk in het leven van Jezus, die toch tot ons kwam om ons Gods liefdevolle nabijheid te openbaren. De genezing van de zieken, de vergeving van de zonden en ook deze openbaring op de berg Tabor, die het evangelie van vandaag ons verhaalt, zijn evenzoveel lichtpunten. Maar er blijven ook duistere kanten, vooral in wat er na deze gedaanteverandering met Jezus gebeurt: zijn lijden, zijn doodsangst, het kruis. Niet zonder reden plaatst Markus dit verhaal van de gedaanteverandering juist voor de lijdensvoorspellingen van Jezus. Het Marcusevangelie eindigt met de roep van Jezus aan het kruis: "Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?" Het is de roep van mensen tot op de dag van vandaag. Mensen, die aan deze godverlatenheid zijn blootgesteld in catastrofen, in de vernietiging van hun eigen leven of van hun dierbaren. Licht en schaduw wisselen voortdurend af en in deze (bijna) onbegrijpelijke wisselwerking openbaart God zich aan de mensen. Petrus wilde, zo leert het evangelie, een leven zonder duisternis. Maar het wordt hem niet gegeven. Hij moet de weg van Jezus gaan in duisternis. Jezus hield zich niet vast aan zijn godheid, maar heeft al het menselijk leed met de mensen gedeeld. Aan Petrus, die alleen de lichtkant wil antwoordde Hij: "De leerling is niet beter dan de Meester". Mijn weg is uw weg.

Als wij, als gelovigen, de weg met Jezus willen gaan, dan moeten wij zoals de leerlingen afdalen van de berg van de verheerlijking naar het dal van leed en duisternis. Als we bewust deze weg gaan, zullen we zicht krijgen op de werkelijkheid zoals die is, met licht en duister. Het helpt ons ook om in het zicht van het lijden een bemoedigende verhouding met Jezus te bewaren. Hij helpt mij het leed als een deel van mijn leven te aanvaarden. Daaruit zal voor mij de zekerheid groeien dat God ook in leed en lijden aan mijn zijde blijft, dat Hij mij ook in het lijden nooit verlaat.