2e zondag van de veertigdagentijd B- 2021

Zusters en broeders,

Wat een gruwelijk verhaal hoorden we in de eerste lezing: Abraham moet zijn zoon Isaak de keel oversnijden en als brandoffer aan God opdragen. Inderdaad, een afgrijselijk, een gruwelijk verhaal. Maar ten minste even afgrijselijk en even gruwelijk is het feit dat dit verhaal vandaag keiharde werkelijkheid is.

Want talloos zijn de kinderen, jongens zowel als meisjes, die als brandoffer worden opgedragen om in onmenselijke omstandigheden aan mijnbouw te doen, katoen te plukken, tapijten te knopen en nog zoveel meer. Meisjes, nog echte kinderen, worden tot prostitutie gedwongen, moeten het hele huishouden doen. Jongens moeten aan straathandel doen, of als kindsoldaat aan gewapende gevechten deelnemen. Scholen worden overvallen, en honderden leerlingen worden ontvoerd. Zijn het meisjes, dan is de kans groot dat ze als seksslavin verkocht worden. Tot zo’n gruwelijk leven worden honderdduizenden kinderen gedwongen, soms door hun ouders, en anders dan in het Bijbelverhaal is er voor hen geen engel van de Heer die vanuit de hemel roept: ‘Raak dat kind met geen vinger aan en doe het niets.’ En nog minder verheffen plaatselijke heersers hun stem in die zin, integendeel, vaak zijn zij door hun machtsmisbruik en hun corruptie de oorzaak van de ellende waarin de kinderen, maar ook hun ouders zich bevinden.

Een heel ander verhaal horen we in het evangelie. Een verhaal over Jezus die zijn aardse leven overstijgt. Een verhaal dat nog een diepere betekenis krijgt door een stem die door de wolken heen zegt: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, luister naar Hem.’ En als we dat doen, als we dus luisteren naar Jezus’ woorden en daden van liefde en vrede, van inzet en hulp, van waarheid en gerechtigheid, zullen we niet meer onverschillig blijven tegenover de ellende en het onrecht in de wereld, maar zullen we ons naar best vermogen inzetten om mee te bouwen aan een wereld die God bij zijn schepping voor ogen had: een aards paradijs voor alle mensen.

Daarom moet onze veertigdagentijd meer zijn dan een passief uitzien naar de verrijzenis van Jezus, maar moet het ook een tijd zijn van toegroeien naar zijn woorden en daden en naar zijn enige wet ‘Hou boven al van God en hou even veel van uw naaste als van uzelf.’ En onze naasten zijn niet alleen mensen om ons heen, maar ook mensen in verre landen. We weten dat Broederlijk Delen ons helpt om ook voor hen aandacht te hebben.

En misschien weten we het niet, maar Broederlijk Delen viert dit jaar zijn zestigste verjaardag. Door al die jaren heen heeft het zich ingezet tegen armoede en tegen onrecht, heeft het plaatselijke verenigingen geholpen en in heel veel landen in Afrika, Latijns-Amerika en ook in Palestina echt wonderen tot stand gebracht. Wonderen van nu ontwikkelde vrouwen en mannen die zich inzetten voor sociale gelijkheid en tegen uitbuiting. Wonderen van geen honger meer, van kinderen die naar school kunnen gaan, zelfs tot in de universiteit. Wonderen van bewustwording dat het anders kan, van delen en herverdelen, van gezond en duurzaam leven. Dit jaar gaat de aandacht naar Congo, Bolivia en Palestina, met inzet voor gezonde landbouw en respect voor jongeren. Laten we ons nu al voornemen dat we de acties van Broederlijk Delen zullen ondersteunen. Wellicht zal dat niet in de kerk kunnen gebeuren, omdat het niet zeker is dat de kerken weer zullen opengaan. Maar je kunt alles vinden op het internet. Als je Broederlijk Delen 2021 intikt, kom je zo uit op de Campagne 2021, en vind je alles wat je wil weten. Je kan natuurlijk ook een gift doen, en hoe meer je bijdraagt, hoe meer fiscaal voordeel je er via de belastingen aan overhoudt.

Zusters en broeders, in de eerste lezing zegt God de Heer tegen Abraham: ‘Door uw nakomelingen komt er zegen over alle volkeren van de aarde, omdat gij naar Mij hebt geluisterd.’ Als christenen horen wij bij die nakomelingen. Laten we er ons dus voor inzetten dat Gods zegen inderdaad over alle volkeren van de aarde kan komen. Het zou goed zijn als we zo naar Pasen, naar God, naar Jezus zouden toegroeien.  Amen.