1e zondag van de veertigdagentijd (2000)

Een regenboog. Een paar weken geleden reed ik richting Den Haag, op weg naar huis en zag een schitterende regenboog, heel vol, heldere kleuren, van begin tot einde zichtbaar. Zo zie je ze maar zelden. Dan begrijp je meteen iets meer van de geweldige ervaring van de schrijver van het boek Genesis, waaruit de eerste lezing genomen is.

Je kunt natuurlijk ook met de ogen van de wetenschapper kijken naar zo'n fenomeen. Het licht breekt in de kleine regendruppels en maakt zo voor onze ogen een halve circel van gebroken licht zichtbaar, net zoals bij een prisma. Maar met louter natuurkunde zou je voorbijgaan aan de betovering waarmee eens een sprookjesschrijver heeft geschreven over de pot met goud aan het einde van de regenboog.

Het gaat om het fascinerende van een boog die van de aarde oprijst tot aan de hemel en weer terugkeert naar de aarde; een boog die hemel en aarde verbindt, het eerste symbool van het Verbond tussen God en ons. Daarover ging ook de eerste lezing en dat heeft de schilder van de hongerdoek uit Haïti heel mooi in beeld gebracht. De hongerdoek heet dan ook: "Leven onder de regeboog".

Maar voordat we daar verder op ingaan eerst nog iets over dat verbond tussen God en ons. Denk even terug aan wat er allemaal gebeurd was in het verhaal over God en de mensen. Voordat de ark weer op de grond stond en Noach een offer kon brengen was daar het verhaal van de zondvloed. God had de sluizen van de hemel open gezet, want het kwaad was zo over de aarde verbreid dat het God speet dat Hij de mens geschapen had. Hij wilde er een punt achter zetten. Tot zijn oog viel op Noach. Noach, .... nog één rechtschapen mens, die zijn handel en wandel zuiver had gehouden, nog één mens die wist te luisteren met de oren van zijn hart, die met zijn ziel open stond voor Gods bedoelingen. Één mens was genoeg, want met die mens maakte God een nieuw begin.

Dat is de voorgeschiedenis. Het is goed om dat in gedachten te houden, anders denken we alleen aan die mooie grote boot, met al die dieren, als een soort Bijbels sprookje dat we graag aan kinderen vertellen. Maar, het ging over een ramp, een catastrofe voor de hele schepping. Noach is hier de sleutelfiguur. Dankzij hem komt er een nieuw begin, en dankzij hem zegt God hier: "Nu ga ik mijn verbond aan met u en uw nageslacht, met alle levende wezens, met al het gedierte van de aarde". En wat is dat verbond, wat houdt het in? "De wateren zullen nooit meer zwellen tot een vloed om al wat leeft te verdelgen".

Wat betekent dat voor ons? God belooft hier dat Hij van zijn kant alles eraan zal doen om de aarde te behoeden, het leven te beschermen, de mens een toekomst te bieden. Dat is Gods aandeel in het verbond.

En wat is ons aandeel? Meedoen met God. Net zo zorgzaam zijn als Hij, behoedzaam om het leven te beschermen. Wat is ons aandeel in het verbond? Ons leven inrichten naar Gods raadgevingen, zijn adviezen, de tien geboden. Nadenken over de rechten van mensen, individueel en als gemeenschap, rechten van dieren en de natuur, nadenken over Gods rechten.

Nu terug naar de hongerdoek. Een regenboog omgeeft het geheel van 12 tafereeltjes. Het stormachtige water onderin kunt u zien als een variatie op de zondvloed. Het water spoelt alles wat kwaad is weg. Je ziet er paniek, je ziet er oorlog, je ziet er mensen die hun eigen toren van Babel bouwen en elkaar naar beneden trappen. Maar je ziet ook helpende handen en een rustige Jezus in de boot. Die donkere dreiging staat in schril contrast met het liefelijke tafereel bovenaan, met Adam en Eva in de puurheid van het begin, met de vruchten van de levensboom, de gezamenlijke maaltijd en de tien geboden met de rechten van de mens.

Het is meteen duidelijk dat Jezus hier de verbindende figuur is. Zijn kruis is een levensboom die onder met boven verbindt. Maar onze aandacht gaat vandaag vooral naar Jezus links in het midden, staande tussen de wilde dieren. Het is het tafereel uit het Evangelie van vandaag. Hij was in de woestijn bij de wilde dieren en de engelen dienden Hem.

Jezus staat daar majesteitelijk, als overwinnaar. De bekoringen, de beproevingen hebben Hem niet klein gekregen. Daar, in die woestijn begint de nieuwe ordening, daar keert het Paradijs weer terug. Het is goed daar nog wat bij na te denken. de Evangelist Marcus noemt de bekoringen niet. Wij mogen ze dus zelf invullen. Hij wil ermee zeggen dat we ons geen bekoring in kunnen denken, of Jezus heeft hem ook moeten weerstaan, op de ergste manier. Hoe groter de geest, hoe gevoeliger de mens, des te krachtiger en omvattender de bekoring. Daar, in de woestijn heeft Jezus de keuze gemaakt volledig in dienst te gaan staan van God en de mensen. Daar is Hij de dienaar van de Heer geworden. En daarmee begint het Nieuwe Verbond.

En dan wij. Onze veertigdagentijd is ook begonnen. Wij zullen ook onze beproevingen en bekoringen hebben. Jezus vastte veertig dagen. Hij oefende de onthouding, de soberheid, de vrijwillige beperking. Want later zal Hij ook momenten hebben van woestijntijd, als mensen Hem in de steek laten, als Hij honger krijgt naar een troostvol woord, naar erkenning van zijn zending en het niet krijgt. Zijn lichamelijke behoeften worden een tijd lang niet vervuld, zo kan Hij later volhouden als ook zijn geestelijke behoeften niet worden vervuld. Dan haakt Hij niet af, dan is Hij getraind, dan gaat Hij door om zijn zending te vervullen.

Dat brengt ons bij het slot. Zijn zending is deze verkondiging: "De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij; bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap".

Laten wij nadenken hoe zijn oproep ook op ons van toepassing is. Waarin hebben wij nog bekering nodig? Laten we kritisch zijn naar onszelf en niet te snel zeggen: "het gaat wel goed". Maar ..... Waarin kan ons geloof nog verder groeien? Dat is het waartoe Jezus ons oproept als Hij zegt: "gelooft in het Evangelie".

Wanneer we zijn Woord aannemen, dan klimmen wij op langs de levensboom, dan dragen wij met Hem het kruis en dragen ook wij goede vruchten. Zo zal Hij ons brengen naar het paradijs. Deze Eucharistische maaltijd is daarvan reeds een geweldige voorproef. Amen.