Woestijn van leven (2003)

Soms zou je kunnen denken, wat een vreemde God, die we zo door de Bijbel leren kennen. God is zo anders dan wij ons een God zouden wensen. God, zoals Noach Hem heeft leren kennen is heel anders dan de goden die in andere landen worden vereerd. Dat zijn stuk voor stuk goden, naar mensenmaat gemodelleerd.

Ik zat in het vliegtuig uit Ghana op de terugweg en aangezien ik niet kon slapen heb ik naar een film op de monitor gekeken. Het was de laatste James Bond film. Dat deed me denken aan hoe mensen zich in onze tijd God zouden kunnen modelleren. Een ‘James Bond god': Strijden tegen machten van het kwaad, knokken, klappen incasseren, maar toch wel de sterkere zijn. Genieten van de strijd, genieten van het leven en natuurlijk altijd een mooie vrouw in de buurt waarmee het goed vertoeven is. De ‘James Bond god', mooi, sterk, onafhankelijk en weten te genieten. Bij zo'n god voelen moderne mensen zich vast wel thuis.

In de tijd van Noach hadden ze andere goden, passend bij hun cultuur. Een vruchtbaarheidsgod. Dat is een god die je vereert omdat de vruchtbaarheid zo belangrijk is. Wat heb je aan koeien en schapen die geen jongen geven. Wat heb je aan mannen en vrouwen die geen kinderen verwekken en het leven doorgeven. Wat heb je aan akkers waar niets op groeit? De vruchtbaarheidsgoden zijn machtig en krijgen veel aandacht, allerlei offers, ja en als het erg droog was en hongersnood op de loer lag, dan konden de offers niet groot genoeg zijn. Mensenoffers waren dan geboden.

Wij hebben in onze tijd God ook naar onze maat gemodelleerd. God lijkt soms een vriendelijke oude baas geworden, een soort lieve opa, bij wie je jouw verhaal kwijt kan, die begrip heeft voor je uitspattingen of je dommigheden. Een die op zijn tijd wel even de andere kant opkijkt, maar bij wie je altijd weer terug kunt komen. Alleen hebben we moeite met de gedachte dat God almachtig is, dan had Hij de dingen toch wel wat beter kunnen regelen, want eigenlijk vinden we het niets dat er toch nog ellende is en verdriet. Dat zou er niet moeten zijn.

Noach leert God heel anders kennen. God, zo merkt Noach laat niet zomaar alles over zijn kant gaan. God heeft verwachtingen van de mensen. God verwacht dat mensen goed doen, niet zomaar af en toe een beetje, maar altijd, met inzet. En de praktijk laat zien dat het een harde keuze is. Kies je niet consequent voor het goede, dan ligt het kwaad op de loer en voor je het weet heeft het de hele wereld in de greep. Noach leert God kennen op twee manieren.

God laat het kwaad niet op zijn beloop. Hij laat de mens kiezen, maar het kwaad is een verzengende kracht en God laat de mens voelen hoe vernietigend dat kwaad is, opdat de mens leert. Dat God met Noach een andere weg kan gaan, komt omdat Noach iemand is die bereid is te luisteren en die op God durft te vertrouwen. Noach hoeft niet door schade en schande wijs te worden, zoals de enorme schade van massa's doden. Noach leert van God wat een weg ten leven is. Zo leert hij God kennen. Geen gemakkelijke God, geen James Bond god, geen vruchtbaarheisgod van de macht met het grote aantal. Geen oude opa, die alles goed vindt. Maar een God die met zijn macht ver boven alles staat en toch aandacht heeft voor die ene man Noach en zijn gezin en die door Noach een nieuw begin maakt.

Ook Jezus leert ons wat dit alles betekent, Jezus leert wat de consequentie is om om Gods Zoon op aarde te zijn. De geest drijft Hem naar de woestijn. Daar wordt Hij op de proef gesteld. God stelt ons op de proef. Waarom? Om ons te testen. God heeft Noach beproefd, Abraham, Mozes, David. God beproeft ook Jezus.

Wat houdt die beproeving in? De oudste bekoring, die we al in het verhaal van Adam en Eva tegenkomen is de bekoring je leven in eigen hand te nemen, zelf te bepalen wat goed of niet goed is. Het is ook het wantrouwen in God, gebrek aan vertrouwen dat God je zal geven wat je nodig hebt. Noach vertrouwt helemaal op God in dat angstige avontuur met een boot in de zondvloed. Jezus wordt beproefd door de bekoorder, de Satan. Die bekoringen worden bij Marcus niet apart genoemd, dus kunnen we zelf over een invulling nadenken. De kern zal in ieder geval zijn, bereik ik door eigen kracht mijn doel, bepaal ik voor mijzelf mijn doel, sta ikzelf in het middelpunt? Of wordt mijn leven een dienst aan God, een dienst aan de mensen. Laat ik God bepalen wat goed en kwaad is? Stel ik mijn talenten in dienst van God of in dienst van mijzelf. Jezus moet de oerbekoring van Adam overwinnen, ... en Hij overwint.

Wij staan in diezelfde werkelijkheid en deze veertigdagentijd is een kans om je eigen zwakheden op het spoor te komen, de bekoringen die grip op je hebben, je neiging tot eigenmachtigheid en egocentrisme. Een gezegende tijd om ze op het spoor te komen en om ze aan te pakken, niet opnieuw door eigen kracht, niet door een soort ascetisch geweld, maar door je te oefenen in het doen van de wil van God, door in de praktijk te oefenen in soberheid, in dienstbaarheid, in vertrouwen, in ontvankelijkheid. Niet grijpen maar ontvangen, niet dwingen maar vragen.

De groten uit de geschiedenis van God met de mensen, in de geschiedenis van Gods Verbond met ons, die groten staan hier ten voorbeeld in onze veertigdagentijd. Probeer deze tijd te gebruiken, want het is doodjammer wanneer je aan het einde zegt, hij is al voorbij en ik heb er niets mee gedaan. De veertigdagentijd is een kans door God in de Kerk aan ons aangeboden. Ik wens u een goede tijd, om met een gezuiverd hart, vernieuwd en verfrist, als herboren naar Goede Vrijdag en Pasen op te gaan. Amen.