1e zondag van de veertigdagentijd (2006)

Het is vandaag de eerste zondag van de veertigdagentijd. We staan aan het begin van de vasten. Een periode die in het teken staat van inkeer, van soberheid, van delen.
En vandaag is het de eerste zondag. En het is dan ook niet voor niets dat we vandaag naar deze lezing uit het Evangelie hebben geluisterd. De lezing over Jezus, die veertig dagen de woestijn ingaat.

Voordat Jezus begint met zijn optreden, voordat Hij onder de mensen komt om te zeggen wat Hij te zeggen heeft, om te doen wat Hij te doen heeft, gaat Hij eerst de woestijn in. En waarom? Dat staat er niet bij. Een periode van bezinning wellicht, een periode waarin hij zich voorbereidt op de taak die hij heeft gekregen.
En die periode is voor ons symbool geworden voor een tijd van bezinning. Wij trekken deze veertig dagen als het ware met Jezus mee door de woestijn. Wij worden deze dagen opgeroepen tot inkeer, tot soberheid, tot delen.Wij worden opgeroepen om na te denken over wat echt belangrijk voor ons is en waarom, om na te denken over onszelf en over onze relatie met de ander en met God.

Bekeert U, komt tot inkeer, keer je om naar je naaste en keer je om naar God. Dat is de oproep die deze dagen klinkt. Maar dat is niet het enige dat klinkt. Er staat nog iets naast. Naast het `bekeert u', staat: `en gelooft in de blijde boodschap'. Gelooft in de Blijde Boodschap.
Zo helemaal aan het begin van deze veertig dagen tijd klinkt niet alleen de oproep tot inkeer, tot soberheid, maar ook tot geloof, tot geloof in de Blijde boodschap.
Maar wat is die blijde boodschap dan precies? Waar moeten we in geloven?

Misschien is het goed om daarvoor terug te gaan naar de eerste lezing die we hebben gelezen.
Het is het slot van een bekend verhaal, het verhaal van Noach. De zondvloed is geweest, de aarde is verwoest, en alleen Noach, zijn vrouw en kinderen en de dieren in de ark hebben het overleefd.
Daar staan ze; alles moeten ze vanaf het begin weer opbouwen. Daar staan ze dan en dan klinkt de stem van God, dan klinkt de belofte van God dat Hij nooit weer zijn schepping in de steek zal laten. Dat Hij zich nooit weer van de aarde en alles wat daarin is zal afkeren.
In dit verhaal van Noach horen we hoe God zich aan ons mensen verbindt. En als teken van dat verbond verschijnt er een boog tussen de wolken. Een teken van de belofte dat God met ons mee zal gaan, met ons mee zal trekken, wat er ook gebeurt. Als teken van de belofte dat Hij ons niet in de steek zal laten. God verbindt zich aan ons en vraagt er niets voor terug.
Hij spreekt niet over voorwaarden. Hij heeft geen verlanglijstje, waar wij onze handtekening onder moeten zetten, maar Hij belooft met ons mee te gaan, onvoorwaardelijk. En of wij erop ingaan, of wij het zien of ervaren of niet, dat lijkt er niet toe te doen; het verbond blijft staan.

En die belofte die God aan Noach, aan zijn nakomelingen, die Hij aan heel de schepping heeft gedaan, die wordt zichtbaar en tastbaar in Jezus. God heeft belooft dat Hij met ons mee zal gaan, en in Jezus wordt dat heel concreet. In Jezus komt God onder de mensen wonen om te laten zien wie Hij is, om te laten zien dat Hij een God is die omziet naar mensen, arm of rijk, ziek of sterk. Laat Hij zien dat Hij met ons mee wil gaan op onze weg. In het leven van Jezus, in alles wat Hij doet en zegt, wordt zichtbaar dat God op ons betrokken is, op ieder mens. In Jezus wordt zichtbaar dat God zich aan de belofte houdt die Hij heeft gedaan aan Noach; Hij gaat met ons mee op onze weg.
En dat is de blijde boodschap: de tijd is aangebroken, het is zover. God komt onder ons leven om met ons te leven en met ons mee te leven.

En daarmee wordt ons ook om een antwoord gevraagd. Wordt ons gevraagd om dat eenzijdige verbond dat God met ons heeft gesloten wederzijds te maken. Om ja te zeggen. Om ook met Hem mee te gaan, zoals Hij met ons meegaat.

Een `ja' dat we de ene keer volmondig kunnen zeggen. Een ja dat we kunnen zeggen, wanneer we God in ons leven ervaren door een ontmoeting die ons raakt, door iets wat gebeurt. Wanneer we kunnen komen tot gebed en in die stilte God ontmoeten.
Een `ja' dat we soms niet zo van harte kunnen zeggen. Omdat het lijkt alsof we in de woestijn zitten, ver weg van God en niet te bereiken. Omdat het lijkt alsof God meer Iemand is waar we over horen, dan Iemand die onszelf aangaat en raakt. Maar juist ook dan klinkt die belofte van God dat Hij met ons mee zal gaan. Dat Hij naast ons gaat.

Ook al ervaren we God niet, ook al hebben we het idee dat we er alleen voor staan, dat we alleen lopen, ook dan mogen we vertrouwen op de belofte van God `Ik ga met je mee'. De belofte die God aan Noach heeft gedaan en aan alle wezens, geldt ook voor ons. En dat wordt zichtbaar in Jezus. In Jezus laat God zien wie Hij is: Iemand die met ons meetrekt, Iemand voor wie iedereen telt, arm of rijk, ziek of gezond, met al onze moeilijkheden en dingen waar we dankbaar voor zijn.

Er is een mooi gedicht dat hierover gaat, het is een bekend gedicht. Het heet `voetafdrukken op het strand'. Misschien herkent u het.

Op een nacht droomde ik dat ik wandelde langs het strand, samen met God.  
Tegen de blauwe lucht tekenden zich perioden uit mijn leven af.
Voor iedere periode zag ik voetafdrukken in het zand.
Soms zag ik twee paar voetafdrukken.
Dan weer een paar. 
Dat stoorde mij.
Vooral omdat ik merkte dat tijdens de moeilijke perioden van mijn leven, er slechts een paar voetafdrukken te zien was.
En ik vroeg aan God:
"God, U beloofde mij om altijd met mij mee te gaan.
Maar ik merk dat tijdens de moeilijkste perioden van mijn leven er maar een stel voetafdrukken te zien zijn in het zand.  
Waarom was U er niet toen ik U het meest nodig had?"
En God antwoordde:
"De keren dat je maar een paar voetafdrukken ziet, dat zijn de keren dat ik je heb gedragen"

Amen.