Door de Geest naar de woestijn geleid (2006)

Net als Jezus was Noach in een woestijn terechtgekomen. Niet een van droogte en hitte, maar van water dat alle leven wegvaagt. Noach dobberde op dat water, een leven als overleven. Het is een verhaal dat verteld wordt om de belofte van God te laten klinken: "Nooit meer zal Ik het water zo laten stijgen dat alles wat leeft wordt vernietigd."
We realiseren ons als mens met enige regelmaat dat we kwetsbaar zijn, en de angst door rampen getroffen te worden is van alle tijden. Daartegenin is dit verhaal geschreven over redding uit de nood, over een rechtvaardige die behouden bleef en over de belofte van God dat Hij trouw zal blijven aan wat Hij heeft geschapen. Zie de regenboog, en telkens als je die ziet: Denk dan aan God die zijn schepping niet los zal laten. Al lijkt het leven voor velen zo vaak op overleven, als in een woestijn.
Jezus wordt de woestijn in gedreven. Daar begint het evangelie mee vandaag. Nog maar net had hij het doopsel ontvangen van Johannes in de Jordaan, de hemel was opengescheurd en de Geest was als een duif op hem neergedaald. Het is allemaal nog maar koud gezegd of Jezus wordt de woestijn in gejaagd, door diezelfde Geest.
De woestijn ingejaagd, als een uitgestotene. Naar de plek waar Hagar heen vluchtte, toen zij door Sara werd weggejaagd. De plek waar Mozes de kuddes van zijn schoonvader hoedde, toen hij gevlucht was uit Egypte nadat hij daar een man had neergeslagen. Woestijn is vluchtplek, verbanningsoord; alles wat niet Kanaän is; niet het goede land van belofte. Later in het evangelie zullen we horen dat er schriftgeleerden zijn die Jezus het liefst zouden wegjagen, dat er mensen zijn in de religieuze top die hem liever kwijt dan rijk waren, maar hier is het uitgerekend de Geest die Jezus de woestijn injaagt.
De woestijn kan daarom niet enkel negatief zijn. Zeker, er wordt mee bedoeld: dor land, zonder schaduw, zonder veel water, weerbarstig bestaan, een strijd om te overleven. Woestijn was het waar het volk Israël terecht kwam nadat het was gevlucht uit Egypte. Al snel kwam daar de vraag: Waren we niet beter in Egypte gebleven, we waren dan wel niet vrij, maar kwamen ook niet om van de honger! Het antwoord dat het aloude verhaal ons telkens opnieuw geeft is: Nee, de woestijn is dan toch beter. Niet om er te blijven, maar soms moet je erdoorheen. De woestijn moet worden doorkruist om in beter land te komen. Het volk Israël was ook wel degelijk door de Geest de woestijn in gedreven toen ze op het gewaagde idee kwamen om te vluchten uit Egypte, gedreven door een droom van een beter leven, in vrijheid. Natuurlijk ontstond er later ernstige twijfel aan dat plan. Want ook twijfel hoort bij de woestijn. Het is een van de beproevingen die het leven daar zwaar maken. Het goede land kan ver weg en onbereikbaar lijken, en hou dan de moed er maar eens in. Dat gaat de ene dag beter dan de andere.
In het evangelie van Marcus is woestijn bijna een van de eerste woorden die valt. Het evangelie opent met een citaat uit de profeet Jesaja: "Een stem roept in de woestijn, maakt recht de weg van de Heer." We worden als het ware naar de woestijn geroepen, want daar is werk aan de winkel. Het is de plek waar mensen zouden kunnen wonen, als het er niet zo onherbergzaam was. Nu overheersen er de wilde dieren. Maar God roept zijn mensen de woestijn in: Dat het een bewoonbare plaats wordt, ontgin de aarde opdat het land tot bloei kan komen en niet langer woestijn is.
En die woorden hebben de eeuwen door geklonken met dezelfde waarde: Maak woestijn tot bewoonbaar land, zie waar de woestijn is in onze dagen, waar onze steden woestijnen van beton zijn, waar armoede mensen afhoudt van geluk. Maak de aarde daar bewoonbaar waar mensen zich opgesloten voelen in armoede, in ziekte, in verdriet. Trek de woestijn in om in goed land uit te komen, ooit, eens, soms al even.
Door de Geest gedreven ging Jezus de woestijn in. Net zoals Gods volk ooit veertig jaar; Jezus was er veertig dagen. Hij werd er door satan op de proef gesteld. Een beproeving om te zien of Jezus zich toch niet tegen het Woord van God zou verzetten, of hij niet verleidt kon worden door wat waarschijnlijk de grootste is van alle verleidingen is voor een mens: dat van het recht van de sterkste. Want Jezus was sterk. Johannes de Doper had het gezegd: na mij komt een die sterker is dan ik. Er is kracht nodig om je roeping te volbrengen, maar die kracht kan ook gebruikt worden om je wil door te drijven of om mensen te gaan overheersen. En dan loopt het volbrengen van Tora uit op het tegendeel van zichzelf: het gaat er immers om op te komen voor het recht van de zwakste.
Jezus kwam de woestijn uit en ging naar Galilea, waar hij vandaan kwam. Het Galilea waar op neergekeken werd, die bedenkelijke noordstreek van het land, waar joden en heidenen dwars door elkaar leven en waarvan niet veel te verwachten viel. Daar begint Jezus met zijn verkondiging en daar zoekt hij ook zijn eerste leerlingen. "Bekeer je", zegt Jezus, en hij zegt dus niet tegen mensen die de dienst uitmaken, maar mensen die niet veel in te brengen hebben. En waar de oproep tot bekering niet gericht is tot sterke mensen maar tot zwakke mensen, dan houdt hun bekering in dat zij hun moedeloosheid vaarwel zeggen, dat ze hun hoofden opheffen, dat ze hoop durven koesteren en weer ergens in gaan geloven. De goede boodschap van Jezus is niet in de eerste plaats gelegen in de inhoud van die boodschap, maar in de ruimte die het schept om te gaan geloven.
En zo worden we vandaag, eerste zondag van de veertigdagentijd, door de lezingen aan het denken gezet over de woestijn, op meerdere manieren. We hoorden de oproep om de woestijn in te gaan, om te zien waar er woestijn is om ons heen. We hoorden hoe Jezus zelf de woestijn inging, en het daar moeilijk kreeg, zoals het volk Israël het moeilijk had in de woestijn. Het is lastig, om om te gaan met twijfel aan waar je aan begonnen bent, om gedreven te zijn en tegelijkertijd mild, vastberaden en tegelijkertijd bescheiden. Er is kracht voor nodig om je telkens te bekeren tot waar het je eigenlijk om ging, en niet te verzanden in tegenslagen en teleurstellingen. En we hoorden dat bekering ook kan betekenen dat je opstaat uit moedeloosheid en geloof hervinden.
Mogen we dan in het spoor van Jezus, de Geest vinden om waar we kunnen, woestijn om te vormen tot goed land. En met Noach mogen we weten dat God ons niet zal overleveren aan de chaos, maar dat Hij ons dragen wil. Hij laat ons niet los, dat heeft Hij beloofd.
Amen.