Nooit meer

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Er wordt, welgeteld, in de lezing uit het boek Genesis drie keer gezegd: nooit meer. Nooit meer zal enig levend wezen door het water van de vloed worden uitgeroeid... Nooit meer zal er een vloed zijn om de aarde te verwoesten... Nooit meer zullen de wateren zwellen om al wat leeft te verdelgen...

Wij gebruiken die twee woorden ook wel eens. En meestal zijn ze dan emotioneel sterk geladen. Het meest hartgrondig worden die woorden gezegd, als je er ontzettend veel spijt van hebt, dat een goede harmonie kapot is gegaan, als er een verwoestende oorlog is geweest, als je in een driftbui iets heel moois vernield hebt. Dan zeggen we: dát nooit meer!

Zo klinkt die uitdrukking in het boek Genesis. De lezing heeft het over een verschrikkelijke wanorde. De elementen hadden zich tegen de mens gekeerd. De mens had zich tegen God gekeerd. En God had zich tegen de mensen gekeerd. Er was ruzie, onenigheid, woede, vernietigingsdrang aan alle kanten. En toen de ramp niet meer te overzien was, gebruikte God dat woord, dat wij zo goed kennen: dat nooit meer.

Toen zette God een regenboog op de aarde. De betekenis daarvan was in de rijd dat men nog schoot met pijl en boog duidelijker dan voor ons. De boog werd zo op de aarde neergezet dat niemand er meer een pijl mee kon schieten. Dat is de regenboog. Symbool van vrede. Symbool van het neerleggen van alle wapens.

Ook in onze tijd dreigen de elementen zich tegen de mens te keren. Het verdwijnen van de ozonlaag maakt de zonnestralen voor ons kanker verwekkend. Het gif in de rivieren geloosd, het gif gewoon gedumpt in de grond, het gif uitgestoten door schoorstenen: dit alles gaat zich tegen ons keren. Wij moeten weer goed worden voor het milieu, dan zal het milieu weer goed worden voor ons.

Maar niet alleen de elementen dreigen zich tegen ons te ook mensen keren zich tegen ons. De Franse filosoof Jean Paul Sartre heeft gezegd: de ander is voor mij de hel. Wat moet deze filosoof een ellende hebben ervaren van zijn medemensen om zoiets te kunnen zeggen. Als voor ons hetzelfde geldt, dat de ander voor ons de hel is, en als voor de anderen geldt dat wij voor hen de hel zijn, dan moeten wij teruggrijpen naar de lezing uit Genesis: dat nooit meer. Want woede, kwaadheid, toom en wraak hebben nog nooit iets opgelost. Er is geen oorlog die ooit vrede heeft gebracht. Dan moeten we de boog neerzetten, zodat er geen pijl meer in kan. Een regenboog.

De veertigdagentijd is een tijd om alle wapens weg te hangen.