De Geest dreef Jezus naar de Woestijn (Mc 1, 12-15) en leidt hem eruit

Elk jaar trekken we met Jezus op de eerste zondag van de veertigdagentijd naar de woestijn. We mogen het schilderij ophangen van Gustave van de Woestyne, Jezus in de woestijn. Onze gidsen zijn de drie synoptici. In het leesjaar B is het de beurt aan Marcus. Hij houdt het nogal bondig. Wij hadden graag meer uitleg van hem over de veertig dagen van Jezus in de woestijn.

Waarom dreef de Geest Jezus naar de woestijn, kort nadat Jezus het doopsel had ontvangen en de stem had gehoord dat hij Gods geliefde zoon is? Moest hij niet veeleer naar de mensen gaan in plaats van naar de woestijn. Wanneer de Geest op Pinksteren over de apostelen, kwam, duwt deze hen naar buiten en houdt Petrus zijn pinksterpreek. In de Handelingen van de Apostelen zet de pinstergeest hen aan op straat te gaan om te verkondigen.

Een verblijf in de woestijn kan heilvol zijn. De woestijn is vaak een beeld voor gebrek aan leven, maar is ook een plek van goddelijke nabijheid. Ze kan een plek van bezinning zijn. In de stilte groeit de actie. God is ook in de woestijn. Dit mocht Israël ervaren. In de woestijn heeft het volk zijn God ontmoet, zijn zorg ervaren. De Heer, “Hij vond het volk van Jakob in een dorre woestijn, in een niemandsland vol van gevaar. Hij omringde het met zorg en met liefde, koesterde het als zijn oogappel. Zoals een arend over zijn jongen waakt en voortdurend erover blijft zweven, zo heeft de Heer zijn volk geleid” (Deut. 32,10-12). Maar ook in de woestijn heeft het volk tegen God gemord.

Elia is als een ontmoedigd man de woestijn ingetrokken en heeft er de stem van God gehoord (1 Kon.19). Profeten hadden voorspeld dat de weg van bevrijding zou gebaand worden door de woestijn. Johannes de Doper was in de woestijn geweest en brengt van daar een oproep tot bekering. Jezus treedt in die traditie, die later door woestijnvaders zal nagevolgd worden en die ons met hun woorden uit de woestijn rijke gedachten aanreiken. De meeste woestijnvaders leefden in de vierde en vijfde eeuw na Christus in de Egyptische woestijnen.

Een late echo op de waarde van de stilte in de woestijn is een uitspraak van Thomas a Kempis: “Hoe heilzaam is het, hoe aangenaam en zoet is het, te zitten in eenzaamheid en te zwijgen en met God te spreken.”

Jezus, de nieuwe Adam

En wat deed Jezus in de woestijn? Wat zag hij daar? Heeft hij daar andere mensen ontmoet? “Jezus vast, en zijn innerlijkheid staat voór God. Hoe kunnen we zeggen wat dáár gebeurt! Eenmaal, op de Olijfberg mogen wij schouwen in de innerlijkheid van zijn gebed, daar zien wij dat het bestaat in de loutere overgave van de eigen wil aan de wil van de Vader. Misschien had het gebed in de woestijn dezelfde inhoud, doch thans in de blijde wijdte van het begin” (Romano Guardini, De Heer, p.42).

Marcus zegt niets over het gebed en het vasten van Jezus tijdens zijn verblijf in de woestijn. Marcus geeft aan dat Jezus er door de satan beproefd wordt. De eenzaamheid heeft zijn charme, maar wanneer ze te lang duurt, komen allerhande vragen en leidt dit tot vereenzaming. Met de vraag zelfs of God zijn volk heeft verlaten. Het kan de duivel zijn van de ontmoediging? Waarom overkomt me dit of dat? Wat haalt mijn werk en inzet uit?

Woestijnervaring

In de kersttijd zonden Johan en Stefaan aan hun priesters confraters volgende groet. “Misschien is de Corona-crisis ook voor u een zware beproeving: uit menselijke solidariteit verstoken van deugddoende ontmoetingen, van diepmenselijk contact.

Noodgedwongen beleefden we een ‘woestijntijd’, misschien zelfs een kluizenaarsbestaan. Ja, met zovelen kijken we uit naar betere tijden: dat we mekaar opnieuw normaal mogen ontmoeten.

Maar misschien heeft die ‘woestijnervaring verdiepend gewerkt en zijn we ontvankelijker geworden voor die unieke boodschap die het evangelie ons aanreikt en door schilders als Giotto zo menselijk in beeld brengt: God zelf is ons in Jezus nabijgekomen en zijn Geest wil ons blijvend bewonen. Moge Hij ook nu onze wereld vernieuwen.”

Optimisten raden aan om te kijken naar positieve ervaringen, zelfs in de coronatijd. Welke zijn de goede dingen die we zouden willen behouden. Dat we digitaal meer contact hadden met elkaar. Dat wij geroepen werden om te zien waar er nood was en hoe we eraan kunnen verhelpen. Dat wij beseffen waar de hedendaagse woestijnen en wildernis zich bevinden. Dat we beseffen dat gans de wereld één geheel vormt en roept naar solidariteit. Dat we luisteren naar stemmen die de grote kloof tussen armen en ijken aanklagen en ons meer betrekken bij de zorg voor de schepping.

Marcus plaatst Jezus tussen de wilde dieren, maar het lijkt of deze hem niet kunnen deren. Hij heeft er de steun van engelen. “Het infrahumane verteert hem niet, en zelfs het bovenmenselijke, de engelen, zijn hem onderdanig en erkennen zijn heerschappij. In bondige, suggestieve taal zegt de tekst dat Jezus als een nieuwe Adam zegevierend uit de beproeving opstaat. Heel de schepping schaart zich rondom hem zoals hij bij de aanvang rondom de eerste mens, vóór de zondeval” (B. Standaert, De Jezusruimte, p.79).

Een nieuw geluid

Jezus, die sterker is dan de satan, kan nu uit de woestijn terugkeren en beginnen aan zijn verkondiging in dorpen en steden. Zijn boodschap is kort en bondig: “De tijd is vervuld en het rijk Gods is nabij. Bekeer u en geloof in de blijde boodschap.”

Wij hebben deze woorden al vaak gehoord. We krijgen ze elk jaar mee op Aswoensdag. In welke mate raken ze ons? We beseffen dat onze wereld nood heeft aan verbetering. Wij gaan niet vooruit door verdeeld tegenover elkaar te staan.

Bij de inauguratie van Joe Biden als president van de verdeelde Verenigde Staten van Amerika sprak de jonge, zwarte dichteres Amanda Gorman (22 jaar) in haar

inauguratiegedicht over de weg naar De hoge heuvel die ons wacht.

Inderdaad ja we zijn lang niet volmaakt

lang niet ongerept

maar dat betekent niet dat we

naar een perfecte eenheid streven

Wel willen we bewust eenheid smeden

Een land vormen dat de cultuur, kleur, aard en levensbeschouwing

van elke mens respecteert

En dus richten we onze blik niet op wat ons scheidt

maar op wat vóór ons ligt

We dichten de kloof omdat de toekomst eerst komt

dus willen we eerst onze verschillen overwinnen

We leggen onze wapens neer

zodat we elkaar

kunnen omarmen

We wensen niemand kwaad toe, willen eendracht voor iedereen

Laat de hele wereld weten dat dit waar is:

Ook toen we verdriet hadden, bleven we groeien

Ook toen we pijn hadden, bleven we hopen

Ook toen we moe waren, bleven we volharden

Zegevierend blijven we voor altijd verbonden

Niet omdat we geen nederlaag meer zullen kennen

Maar omdat we geen verdeeldheid meer zullen zaaien

De Bijbel leert ons dat iedereen

onder zijn eigen wijnstok of vijgenboom moet zitten

Zodat niemand hem nog bang kan maken

Als we voldoen aan de eisen van onze tijd

Wordt de zege niet gebracht door het zwaard

Maar door alle bruggen die we hebben geslagen

Dan worden we naar de beloofde beemden gebracht

op de hoge heuvel die ons wacht

Bekeer u. Elke dag kunnen we ernaar streven dat de toekomst beter kan zijn dan het verleden en het heden dat wij kennen. Als christen geloven we in de kracht van de Bijbelse boodschap. Laten we trouw blijven aan die boodschap die ons is gebracht en elke dag meer gelijken op Jezus, die ze heeft beleefd. Door hem zijn wij broeders en zusters van elkaar, want hij bemint elke mens en hij is voor ons de weg gegaan naar Jeruzalem om vanaf zijn kruis allen tot hem toe te trekken.

Charles de Foucauld

In zijn brief Fratelli Tutti roept paus Franciscus de figuur op van de zalige Charles de Foucauld (1858-1916). Deze heeft de woestijn doorkruist en is erin gaan wonen en was er de universele broeder. Hij vroeg aan een vriend: "Bid tot God dat ik werkelijk de broeder van alle zielen mag zijn." Hij wilde uiteindelijk "de universele broer" zijn. Maar alleen door zich met de geringste te identificeren, werd hij uiteindelijk de broer van allen. Moge God deze droom in ieder van ons leggen (Fratelli Tutti, 286-287).

De tocht van veertig dagen al of niet door de woestijn moge ons dichter brengen bij Jezus, bij zijn boodschap en bij het sacrament van de broeder en de zuster, met wie we deze wereld delen.