Aswoensdag (2009)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 602 niet laden

Er zit blijkbaar iets tegenstrijdigs in de lezingen van Aswoensdag. De profeet Joël roept op om met vasten, geween en rouwklacht ons terug tot God te keren. Terwijl Jezus ons waarschuwt voor alle uiterlijkheden bij dat vasten. Voor Hem gaat het om een vasten in het verborgene, gaat het om onze binnenkant, wat ook voor God zichtbaar is.
Eigenlijk zinspeelde Joël daar ook op door te zeggen dat we bij het vasten ons hart moeten scheuren en niet onze kleren, wat in die tijd de gewoonte was in een vastenperiode.

In feite hebben we dus geen maatstaf om te beoordelen of we goed vasten of niet. De buitenkant geldt niet als maatstaf en de binnenkant... dat is alleen voor de hemelse Vader die in het verborgene ziet. Zo werd door de Kerk ook het uiterlijke vasten van minder eten en drinken alleen nog maar bewaard voor Aswoensdag en Goede Vrijdag, de eerste en de voorlaatste dag van de Veertigdagentijd. Dan worden wij geacht slechts één volledige maaltijd te gebruiken. Zoals ook al jaren het niet eten van vlees op vrijdag is afgeschaft.

Waarom heeft de Kerk die vastenpraktijk zo sterk gemilderd? Ongetwijfeld wilde men voorkomen dat het vasten alleen maar iets uiterlijks zou zijn. Het gaat meer om de innerlijke bekering van het hart.
Alleszins is de invulling van de veertigdaagse vastentijd iets persoonlijks geworden, dat wat ieder van ons er zelf wil van maken. En voor sommigen zullen dat uiterlijke dingen zijn, zoals matig en sober omgaan met de goede dingen van het leven. Maar het kan ook een innerlijke invulling krijgen: hoe zit het met mijn relatie tot God, hoe is het in mijn leven gesteld met goed en kwaad? Gaan we weer op zoek naar de wortels, naar de levensgrond waarin wij geplant zijn, naar God, de schenker van al wat bestaat?
Zijn wij bereid om zo voor God te gaan staan dat Hij in ons binnenste kan kijken? Zijn wij bereid ons te laten zien door God? Wat ziet Hij eigenlijk als Hij bij ons in het verborgene ziet? Ja, wat laten wij van onszelf aan God zien in deze vastentijd?

Toch heeft het iets goeds in zich dat wij hier vandaag samen zijn, dat wij aan mekaar laten zien dat we van deze Veertigdagentijd iets willen maken. Want alleen is maar alleen. Zonder de steun van mekaar houden we het misschien niet vol om met God alleen te zijn in het binnenste van ons hart. En al komt het niet op de buitenkant aan, het helpt soms wel als wij van buiten laten zien hoe het van binnen met ons gesteld is.

Daarom is het goed dat wij op deze eerste dag van de Veertigdagentijd ook aandacht besteden aan de buitenkant en dat wij ons laten tekenen met as.
Ja, as, gewoon stof, meer is het niet. Dat waartoe ook wij ooit zullen vergaan. Eigenlijk wonder dat God zich daarmee bezig houdt. God heeft ons lief, Hij ziet ons graag en toch zijn we eigenlijk maar stof en as.

Wij laten ons vandaag tekenen met as, dat wat er uiteindelijk van een palmtak, van een boom of een huis na een brand overblijft, en ook van een mens. Die as wordt het teken dat wij ons willen bekeren en we weer de mensen willen zijn zoals God ze bedoeld heeft. Zo maken wij vandaag een uiterlijk begin met wat zich verder moet afspelen binnen onze ziel. Want dáár moet het gebeuren opdat wij Gods beeld zouden worden, Gods eigen heiligheid, schreef Paulus aan de Korintiërs.

We kunnen alleen maar hopen en bidden dat wij oprecht zijn in wat wij hier aan elkaar laten zien. De lezingen zijn dus toch niet zo tegenstrijdig dan we op het eerste luisteren zouden denken. Ze zijn aanvullend: het is van binnen te doen, maar vandaag sporen we mekaar aan om er werk van te maken. En om te vertrekken vanuit de Bron, vanuit God die zich als een Vader het lot van al zijn kinderen en vooral van de allerarmsten aantrekt. Bidden, vasten en aalmoezen geven vormen als vanzelf één geheel, omdat zij gericht staan op Diegene die ons kent en ziet, tot in ons binnenste toe.

De Veertigdagentijd is dus niet zozeer een gezondheidskuur voor het lichaam, evenmin een tijd van besparing of van grootse prestaties, maar een engagement waartoe wij als mens met hart, geest én lichaam én als gelovige gemeenschap uitgenodigd worden. En dan mogen we met Pasen samen vreugdevol vieren, zonder as, met het nieuwe vuur! Dan mogen we weer de blijde boodschap horen dat God voor ons leven in petto heeft, leven voorbij de dood, voorbij de as en het stof! Die vreugde mogen we samen delen. Maar dan zijn we wel veertig dagen verder!

Inspiratie: o.a. Tijdschrift voor verkondiging, 81ste jg., jan/feb 2009