Aswoensdag (2009)

Beste Dorpsgenoten,

Aswoensdag, as kruisje, waar komt die as vandaan? Wij weten dat nog: toen er nog op een ouderwets fornuis gekookt werd, bleef er as over in de asbak. Het zelfde met de kachel in de kamer, die werd gestookt met kolen of hout en er bleef as over. Als je een sigaar, sigaret of pijp rookt, blijft er as achter. Over vijftig jaar zal niemand meer weten waar as vandaan komt. Wat zal Aswoensdag dan nog voorstellen?

En als het askruisje op ons voorhoofd getekend wordt, wordt die ceremonie begeleidt door de woorden: "Bedenk dat gij stof zijt en tot stof zult wederkeren." Woorden uit het boek Genesis (3, 19): "In het zweet zult gij werken voor uw brood, tot gij terugkeert naar de grond, waaruit gij zijt genomen: gij zijt stof, en tot stof keert gij terug.

As en stof? Is dat alles? Dat geloven we toch niet meer!
Zijn wij niet meer dan wat er over blijft als het vuur is uitgebrand? Zijn wij wat er in de asbak zit en dat bij de afval gegooid wordt? Ik kan me voorstellen dat de Schepper zou zeggen:"Maar zo heeft die dichter in de bijbel het niet bedoeld."

Als we kijken naar Jezus, dan denken we niet aan stof en as. Dan zien we iemand die tot in zijn diepste wezen voelt dat hij wordt vastgehouden, verder wordt gebracht, ver voorbij zijn menselijke grenzen. Jezus heeft veertig dagen gevast en toen heeft hij laten zien wie sterker was, hij of de duivel.

In het evangelie hebben we zojuist gehoord: "Als gjj vast, zalf dan uw hoofd, en was uw gezicht, om niet aan de mensen te laten zien dat gij vast, maar vast voor uw Vader, die in het verborgene is en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden."
Hier worden we aangesproken op onze waardigheid, op wat wij diep van binnen waard zijn, en worden we herinnerd aan de Vader, die ons van binnen kent, zoals Hij Jezus kende en Jezus hem.

Van binnen zijn wij vuur dat blijft gloeien, vuur dat verwijst naar vurige tongen en Heilige Geest op Pinksterdag.

Vuur dat blijft gloeien, dat zou je goud kunnen noemen. Kunnen we niet beter met die mentaliteit de vasten beginnen: Er zit goud in ons, in plaats van "Gedenk dat gij stof zijt?"
En daarom zal ik andere woorden gebruiken als ik u dadelijk teken met as.
Ik zal zeggen: "Gedenk dat gij goud zijt, dat wacht om gedolven te worden."
Deze vastentijd kan een gelegenheid worden, waarin wij, samen met de Vader, die in het verborgene kijkt, in de stijl van Jezus, kijken naar onszelf en zoeken naar het goud dat er op wacht om gedolven wil worden, dat aan de oppervlakte wil komen, en dat gedeeld wil worden met mensen die niets hebben, en dat wil glanzen en gloeien als een vuur dat niet uitgaat.