Aswoensdag (2009)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 477 niet laden

WELKOM

Op deze eerste dag van de veertigdagentijd, de vasten, slaan we een nieuwe weg in. Terwijl de wereld angstig is omdat 'het allemaal minder wordt', beginnen we vol vreugde met onze voorbereiding op Pasen. Als wij kiezen om met minder genoegen te nemen, weten wij dat er ons juist meer geschonken zal worden. Uiteindelijk zal deze weg van versterving uitlopen op het Leven dat van God zelf komt en dat nooit weggenomen zal worden.
In deze vasten worden we ons meer bewust van onze afhankelijkheid van God en van onze verbondenheid met de wereld om ons heen. Dit jaar wordt aandacht besteed aan een project voor een parochie in het Heilig Land.
Voor een aantal mensen wordt dit jaar een bijzonder paasfeest omdat zij in de paasnacht gedoopt en gevormd zullen worden.
Van harte welkom.

Hiltje, Jan, Joost, Marius, Martin en Monique,
jullie zijn al enkele maanden bezig met de voorbereidingen en deze zullen jullie binnen voeren in het geloof en in onze kerk. Jullie hebben zelf al een hele weg afgelegd. Voor ieder is dat een bijzondere weg waarbij je hebt gemerkt dat God je bij de hand neemt, je inspireert en bemoedigt. We denken aan Marjan die graag bij ons had willen zijn, maar door een ernstige ziekte getroffen is. We bidden om herstel voor haar.
Vanavond worden jullie gezalfd als doopleerling en geloofsleerling. Op die manier worden jullie op bijzondere wijze verbonden met de kerk. Christus zal jullie op de verdere weg begeleiden.

zalving geloofsleerlingen

HOMILIE

Hoe groot is je aanpassingsvermogen? Kun je je leven bijstellen als de omstandigheden veranderen en moeilijker worden? De veertigdaagse vasten is een oefening in het menselijk aanpassingsvermogen, waarbij de mens kan groeien in levenskunst en naderen tot het mysterie van God die ons het leven heeft geschonken.
Eerst was er Carnaval en nu vasten en bezinning. Er was veel muziek en feest, vrolijkheid en dans, nu is er stilte en rust. Soms reiken de bomen tot in de hemel en dan weer moet de broekriem aangehaald worden. Eigenlijk is er niets nieuws onder de zon.
Het aanpassingsvermogen is voor Israël altijd noodzakelijk geweest. Steeds weer bedreigden rampen het volk, zoals nu ook in Joël wordt verteld. Rampen die op onbegrijpelijke wijze het volk treffen. Israël heeft nooit een afdoende verklaring voor het lijden kunnen bieden. Wel reikt de schrift ons een adequate reactie aan. Wanneer onheil het land heeft getroffen, door natuurrampen of door aanvallen van de vijanden, en de mensen in rouw zijn gedompeld, dan zegt de profeet: men is God vergeten en dat betekent dat het fundament is weggeslagen en de zin van het leven is verdwenen. Dat moet hersteld worden opdat het volk weer geluk zal kennen.
Kan men zich aanpassen en zich opnieuw toewenden naar God? Dat betekent een beweging van het hart, een innerlijke ontwikkeling die de mens bevrijdt van plichtplegingen en van uiterlijk vertoon. De mens die het aangezicht van God zoekt, moet het aandurven om keuzes te maken, waarbij niet iedereen die keuze begrijpt en mee kan maken.
De vraag naar het aanpassingsvermogen is in onze tijd actueel. We zijn gewend aan groei en vooruitgang. Nu er stilstand en zelfs teruggang lijkt te komen, weten veel mensen zich geen raad. Het leven is immers ingericht op groei en vooruitgang.
De vastentijd is een periode van een hersteld evenwicht en Jezus roept ons op in zijn bergrede waar de perikoop van vandaag uit is genomen, om dat evenwicht te laten groeien vanuit het innerlijk. Dat innerlijk blijft vaak verborgen voor buitenstaanders, maar daar ervaart de mens ten diepste zijn relatie met de levende God ervaart. Alle ervaringen van buiten worden met dat innerlijke leven in evenwicht gebracht.
Er zijn ervaringen die dit innerlijke leven voeden, zoals de ontmoeting met de naaste, zoals het vieren van de liturgie en het ontvangen van de sacramenten. Er zijn ook ervaringen die dit innerlijk afbreuk doen en het innerlijk tot zwijgen brengen. In deze periode die voor ons ligt zoeken we mogelijkheden om meer ervaringen op te doen die het innerlijke voeden en onze relatie met God verdiepen. We laten het niet op zijn beloop, maar we kiezen voor een aangepaste dagindeling, een aangepast uitgavenpatroon en een versterkt gebedsleven.
De drie handreikingen die Jezus doet in de bergrede, betekenen een zekere afstand tot de dagelijkse praktijk en de wereld waarin we leven. We nemen een ander tempo aan en we leggen andere accenten. Dit is geen negatieve houding, waarin bepaalde zaken als slecht worden afgewezen. Het is juist een positieve houding waarin het wezen van de mens, namelijk het schepsel dat God beeltenis in zich draagt, meer naar voren kan komen. We willen meer zicht krijgen op de mens als boodschap van Gods liefde, de mens die het lijden en het verdriet niet uit de weg gaat, maar trouw blijft in de naam van Christus. Hij is de lijdende dienaar die trouw bleef aan zijn opdracht die Hij van de Vader heeft ontvangen. Zijn leven werd een gave voor de mensen, geen bezit, geen verdienste, maar een gave voor de ander, voor ons.
In die zin wil het vasten ons gevoelig maken voor de gave van het leven. Kunnen wij van ons leven ook een gave voor de ander maken? Of blijft het uitsluitend een bezit van onszelf? Als we ons eigen leven kunnen zien als een gave voor de wereld, voor de mensen om je heen, misschien wel voor mensen verder weg, dan groeit het aanpassingsvermogen en zijn we meer in staat om vanuit het innerlijke te leven, vanuit Gods Woord en Gods nabijheid.
Mogen wij deze weken steeds gevoeliger daarvoor worden, door vasten, aalmoezen en gebed.
Amen