Getekend met as (2006)

De woensdag is eigenlijk een speciale dag. Steeds meer zie je dat mensen de woensdag in het bijzonder proberen vrij te houden omdat de werkweek dan zo mooi gebroken wordt.
Maar het is niet altijd zo geweest dat de woensdag een positief gevoel opriep bij mensen.
De naam van deze dag: ‘woensdag’ is ontleend aan de oude Wodan, de oppergod van onze voorouders. Toen diezelfde voorouders het christelijke geloof hadden aangenomen wilden ze natuurlijk niet meer zo aan hun heidense verleden worden herinnerd.
In de middeleeuwen werd de woensdag een dag die bijzonder aan Maria was toegewijd en hij werd ook als dag om te vasten gezien. De dag van vandaag is nog de enige woensdag die dat karakter heeft behouden.
Men zag de woensdag ook als een ongeluksdag. Immers de woensdag zou de dag zijn waarop Judas de Heer had verraden, kinderen die op woensdag werden geboren waren ongelukskinderen en de woensdag was de dag waarop de zogenaamde gevallen meisjes trouwden of de dag waarop huwelijken in stilte werden voltrokken. Belangrijke zaken, bv. verkoop van vee probeerde men niet op woensdag te doen…..

‘Aswoensdag’ heeft zijn naam gekregen in de tijd dat de kerk de openlijke boete nog kende. Degenen die in het openbaar hun zonden hadden beleden, aan het begin van de vasten, kregen een boetekleed aan en ze werden met as bestrooid. Bij de oude Grieken en Romeinen en ook in het Eerste Testament was de as het –vanzelfsprekende- teken van de vergankelijkheid en nietigheid van alles wat bestaat.
Toen de openlijke boetepraktijk verdween en vervangen werd door de biecht, bleef nog de ritus van de as-uitstrooiing. Sinds het einde van de 11e eeuw werd, zoals wij nog steeds doen, de as van palmtakken van het vorige jaar gebruikt. Als wij ons vandaag laten tekenen met een kruis van as dan beseffen we dat we aansluiten bij een heel oude traditie en dat het een zichtbaar teken is van onze bereidheid om tot inkeer en boete te komen en om ons te doen beseffen hoe vergankelijk alles is wat leeft: Gedenk mens dat ge stof zijt en tot stof zult wederkeren.

Onwillekeurig komen schiftwoorden in ons op als uit psalm 144:
“HEER, wat is de mens dat u om hem geeft, de sterveling dat u aan hem denkt? Een mens is vluchtig als een ademtocht, zijn dagen glijden als een schaduw weg. “
De mens in zijn onbeduidendheid en vergankelijkheid wordt geconfronteerd met God die groot is en eeuwig…
Het gaat hier over vragen waar wij geen antwoord op weten.
We vermoeden wel dat wat we zijn, zijn we dank zij God. Dat vermoeden werpt ons terug op onze oorsprong, God, de schepper van alle leven. We leven, uiteindelijk, door zijn wil, Hij heeft ons bij name geroepen, ieder van ons.

Aswoensdag, de dag waarop de veertigdagentijd begint, de dag die ons terugverwijst naar onze oorsprong, de dag die ons doet beseffen wat we zijn: stof van de aarde genomen en naar de aarde terugkerend. Dat is ons begin en ons einde en de tijd die daartussen ligt is in Gods handen.

Zo meteen zullen we het askruisje op ons voorhoofd krijgen.
Het is een teken met meerdere lagen.

Het is het teken van ons begin dat we aan God te danken hebben.
Tegelijkertijd is het een teken dat ons verwijst naar het einde van ons aardse leven.

Het is een teken van leven: als we iets in onze tuin verbranden, dan is het verwonderlijk wat de uitwerking van de as kan zijn, de as werkt als hij wordt uitgestrooid als een meststof die iets laat groeien en nieuw leven kansen geeft.

As heeft nog een andere wondere kracht, het is ook een middel waarmee je andere zaken kunt reinigen, je vindt dan nog wel in boeken met grootmoeders huishoudelijke tips. Zo wordt ook begrijpelijk dat mensen die zich bekeerden en boete deden voor hun zonden in zak en as zaten, dat was een teken van reiniging van het kwaad dat de mens in zijn greep kan houden.

Als we ons met de as laten tekenen is dus daarmee ook de bede verbonden dat wij nieuw mogen worden, als nieuwe mensen kunnen leven, mensen die gericht zijn op God onze schepper.

Als we de as ontvangen bidden we tot God dat hij ons zal helpen om zuiver te worden, innerlijk zuiver, bevrijd van zonden en alles in ons wat verkeerd is. De profeet Joël en Jezus zelf roepen ons in de lezingen van vandaag op
om tot inkeer te komen,
om als verantwoordelijke mensen door het leven te durven gaan,
om de tijd die God ons geeft zo door te brengen en te besteden dat we steeds meer op God gericht zijn.
We worden vandaag uitgenodigd de relatie met God, de barmhartige, te blijven onderhouden en te verzorgen en daarbij vooral de naasten niet te vergeten.

De Vastentijd is een prachtige gelegenheid om deze levenshouding bewust te worden en in te oefenen.
Hoe dat ware vasten er uit ziet geeft het evangelie in enkele woorden aan:
eerlijk zijn ten opzichte van jezelf en de medemens,
het masker van de huichelarij afleggen,
het belang van de ander steeds in het oog houden,
geven aan wie dat nodig heeft.
Het gaat er vooral om in Gods ogen gerechtigheid te doen, dat wil zeggen zo leven dat je tot je recht komt naar Gods bedoelingen.

We worden met as getekend in de vorm van een kruis – het kruis, voor iedere christen hét symbool van verlossing.
De as, het teken van vergankelijkheid wordt in het kruisteken een brug naar het eeuwige leven. Met het kruis worden we getekend: de basis van onze hoop. Zoals Paulus schrijft: ‘De dood is opgeslokt en overwonnen. Dood, waar is je overwinning? Dood, waar is je angel?’ (1 Kor. 15,55) de steen is weg, het graf is leeg.
Aswoensdag staat aan het begin van een tijd die eindigt met de paasnacht. Dat perspectief op de opstanding geeft ons inspiratie en motivatie om te vasten en bezig te zijn met onze vergankelijkheid.

Ik hoop dat het onze geloofsgemeenschappen als geheel en ieder van ons persoonlijk gegeven mag zijn om ons in deze veertigdagen ons van harte voor te bereiden op dat paasfeest.
Dat het vertrouwen in ons mag groeien dat de duisternis van onze beperkingen wordt verdreven door het Licht van de Levende. Het antwoord op het ‘gedenk mens dat je stof bent…’ zal weerklinken in het ‘alleluja, verheug u om de verlossing en het leven’