Een tijd van versobering

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
'Wij moeten ons een meer sobere levensstijl aanmeten.' Dat is een uitspraak, die niet alleen uit de mond van profeten en religieuze leiders komt. Ook politici, economen en geneesheren hoor je het zeggen. Een uitspraak die alleen zin heeft in een samenleving, die in ieder opzicht leeft in overvloed.

De in de vastentijd zo benadrukte versobering heeft veel aspecten. Sociaal gezien houdt dit in dat we in een periode van grote werkloosheid moeten gaan nadenken over een rechtvaardige herverdeling van de arbeidsplaatsen. Economisch gezien staan er dringende besparingen voor de deur, maar een religieus geïnspireerde versobering zou ons moeten aansporen tot een collectieve reflectie, om te vermijden dat niet de meest kansarmen getroffen worden. Medisch gezien moeten niet alleen de zieken gaan diëten, maar moeten we allemaal nieuwe levensgewoonten aankweken. Een inspanning die je als groep moet leveren, opdat echte veranderingen tot stand zouden komen. We moeten ons bevrijden van de oude idee, die vasten en versobering als louter privé-zaak zag.

Versoberen is meer dan enkel de noodzakelijke maatregelen treffen en voor de rest voortborduren op een consumptie- en prestatiemaatschappij. We moeten nadenken over fundamentele waarden en zoeken naar een nieuwe ethiek om tegen de gangbare gewoonten in aan die waarden gestalte te geven. Dat vraagt veel overleg en een gemeenschappelijk verlangen naar iets nieuws, anders vervalt men in enkele goedkope, agressieve slogans en blijft men vastzitten in een sfeer van hopeloze beschuldiging. Er is nood aan een moratorium, een tussentijd of een voorlopige ruimte om effectieve stappen te zetten.

In de bijbel tref je dikwijls het beeld aan van de woestijn om deze tussenperiode te benoemen; alsof het niet voldoende was dat het volk zich losrukte van de Egyptische vleespotten en wegvluchtte uit de slavernij. Eerst moest er een tijd van omzwerving komen vooraleer het beloofde land werd bereikt. Het is precies in deze tussentijd dat de echte vrijheid gestalte kreeg. In de woestijn ontstond de Thora, maar er was ook gemor om de ontbering en om de leegte die een transcendente God naliet. In de woestijn, dat niemandsland zonder goden en wetten, leerden de Israëlieten hoe ze elkaar moesten voorthelpen en beschermen. En worstelend met deze harde aardse gegevens ontdekten ze een naamloze, nergens te plaatsen God: de Andere, die in geen beeld te vatten is en daarom zo intiem de mens nabij kan zijn.

Was het bittere ellende of een idyllische tijd, zoals de profeten achteraf zeggen? Alles hangt af van het feit of men in deze tussentijd erin slaagt tot die diepere grond door te dringen en van daaruit te gaan leven.

Deze tussentijd moet concrete invullingen krijgen waarin vrijheid concreet kan worden: door een versobering in de godsvoorstelling, door ethische herbronning of verinnerlijking van de wet, door elkaar te vergeven, gerechtigheid te doen, of, zoals Samuël, meer en meer in het spoor van de profeten te treden.