Toetssteen

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
De veertigdagentijd begint met een ouverture in grote stijl. De thema's die in de komende periode te horen zullen zijn, worden hier al duidelijk aangegeven: aalmoezen geven, bidden en vasten. Het gaat over de drie grote terreinen waarop ons bestaan zich afspeelt: onze houding tegenover de andere mensen, tegenover God en tegenover onszelf. Het loont de moeite ze even van naderbij te bekijken.

Met aalmoezen geven wordt alles bedoeld wat een mens doet - en moet doen - voor de andere mensen, vooral als die in nood zijn. Het omvat heel de sector van wat wij vandaag onze sociale inzet noemen. Het bidden slaat uiteraard op onze directe, persoonlijke omgang met God, zoals die gestalte krijgt in taal en gebaar. Het vasten heeft betrekking op de manier waarop we onze persoonlijke noden en behoeften bevredigen. Dat zijn de drie hoofdterreinen waarop wij ons bestaan, in vrijheid en verantwoordelijkheid, dienen uit te bouwen.

Jezus haalt fel uit naar degenen die hun gerechtigheid beoefenen voor het oog van de mensen, om de aandacht te trekken. We kunnen Hem daarin zonder veel moeite volgen. Een godsdienstigheid die het van uiterlijk vertoon moet hebben, verliest alle geloofwaardigheid. In het geloof komt het veeleer aan op de innerlijke gezindheid, op de oprechtheid tegenover God en onszelf.

Toch blijft die passage uit de Bergrede ons uitdagen, al merken we het misschien niet meteen. Het verrassende is namelijk dat God zich bemoeit met alle drie genoemde terreinen. Dat God van ons verwacht dat wij bidden, is al bij al nog aannemelijk. De Vader zoekt mensen die Hem in Geest en waarheid aanbidden. Dat Hij zich echter ook inlaat met onze sociale inzet, ligt minder voor de hand. Hij eist dat wij anderen helpen, zeker als zij gebrek hebben aan eten, kledij en onderdak. Dat is meer dan een kwestie van medemenselijkheid. Wie het niet doet, gaat zelfs voor God niet vrijuit, Of omgekeerd gezegd, wie oprecht met God wil omgaan, zal daarvan de gevolgen voelen... tot diep in zijn portefeuille.

Vreemd is ook dat God zich inlaat met de bevrediging van onze persoonlijke behoeften, met eten, drinken, kledij, woning en alles wat we nodig hebben om ons vege lijf in stand te houden. Tussendoor even dit: de echte vernieuwings- en herbronnings-bewegingen in de Kerk hebben bijna altijd ook dit soort vasten weer in praktijk gebracht. Vasten is meer dan be¬sparen op eigen consumptie om dan te kunnen delen - broederlijk delen - met mensen in nood. Het is vrijwillige beperking van eten en drinken, vanuit het besef dat de mens niet leeft van brood alleen. Wie vast, bevredigt zijn lichamelijke honger niet helemaal om aldus letterlijk aan den lijve te voelen dat de diepste honger van de mens alleen maar gestild kan worden door de Vader, die in het verborgene ziet en het zal vergelden.


versie 8: Toetssteen...

‘Spaar uw volk, Heer, laat niet met uw erfdeel spotten, laat niet de heidenen het overheersen. Moet men onder de volkeren zeggen: Waar blijft hun God?' (Joël 2,17).

We beginnen de vasten met deze tekst van de profeet Joël, die ons vraagt God om genade te smeken voor de wereld, voor onze families, en voor onszelf. Hij vraagt dat niet alleen, hij zegt ons ook hoe we dat moeten doen. Hij geeft ons een gebedsstrategie.

Karl Barth, die zijn stempel op zo veel in de theologie van onze eeuw drukte, zei eens dat bidden niets anders is en doet dan God aan Gods beloften te herinneren. Joëls gebedsvoorstel doet juist dat. Joël raadt ons aan God dringend te vragen om naar ons gebed te luisteren, en om trouw te blijven aan Gods volk. Hij raadt ons aan zover te gaan, dat we God waarschuwen tegen het spotgelach van de ongelovigen. We dienen dat te doen om God te overtuigen ons, en al degenen die in God geloven, niet in de steek te laten.

Het is dezelfde soort tactiek die Jezus zijn leerlingen aanbeval toen die hem vroegen: ‘Hoe moeten we bidden?' Jezus zei hun - en ons - toen te bidden: ‘Abba, geheiligd zij uw naam, uw koninkrijk kome...!‘ Of in andere woorden: ‘Moge het u goed gaan, o God, bron, schepper en voorouder van ons allen, maar vergeet ons en al datgene wat wij nodig hebben daarbij niet. Vergeef ons onze schulden, zoals wij dat doen aan hen die onze schuldenaars zijn. En spaar ons de bekoring! Laat ons niet op de proef gesteld worden!'

We vragen God ons genadig te zijn, omdat wij genadig zijn. We vragen God ons te helpen, omdat wij bereid zijn anderen helpen. We maken onze barmhartigheid de toetssteen voor Gods barmhartigheid. Vandaag laten we onszelf met as tekenen om God die houding van ons te tonen, en om onze heer en meester aan die beloften te herinneren.

Joëls gebedsstrategie vraagt om een moedig en gedurfd gebed. Het is een uitdaging. Hij durft tegen God te zeggen: ‘Erken in ons uw eigen houding!' Een moed die uiteindelijk niet God, maar onszelf toetst. We dagen niet alleen maar God, maar ook onszelf uit. En daarom besprenkelen we onszelf met de as van alles wat vergeten, vergeven en verbrand moet worden.