Pinksteren

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
De Heilige Geest is Gods Geest. Hij is Jezus' Geest. Hij is Geest van liefde. Wie om Hem vraagt moet weten dat hij om de liefde vraagt. Hij zal die krijgen, gratis. Maar het zal niet goedkoop zijn.

De Geest wordt gegeven om te helpen. 'Wanneer de Helper komt', zegt Jezus. Wie niets wenst te doen heeft geen helper nodig. Voor hem is een helper zelfs vervelend. Niets is zo vervelend als een helper die een luiaard in een werk wil meesleuren. of die voor een werk geen interesse heeft.

'Hij zal over Mij getuigenis afleggen. Maar ook gij moet getuigen', zegt Jezus. Wie niet wil getuigen heeft de Geest niet nodig. De Geest loopt hem in de weg. Hij zal er zeker niet om vragen. 'Veni Sancte Spiritus', 'Kom, o Heilige Geest'!, is een gebed dat hij niet over zijn lippen krijgt. Het werk waarvoor de Helper nodig is, is namelijk dat getuigenis over Jezus. Maar wie niet wil getuigen.

'Wanneer Hij echter komt, de Geest der waarheid, zal Hij u tot de volle waarheid brengen'. Wie zich geen vragen stelt over de waarheid, wie zich niet afvraagt hoe waar en hoe waarachtig zijn leven is, waar de leugens verborgen zitten in zichzelf en overal rond zich heen, wie er geen behoefte aan heeft of wie er bang voor is dat de leugens aan het licht zouden komen, wie de halve waarheid liefheeft, wordt nooit tot 'de volle waarheid' gebracht. Hij luistert ook niet naar dát woord van Jezus, die in de Helper de volle waarheid belooft. Hij verwacht Hem niet. Hij heeft zelfs liever dat Hij niet komt.

Wie nooit met een paar andere mensen spreekt, wie zelfs niet 'uit schrik voor de Joden', in een vergadering durft zitten of wie als die vergadering uitbreekt en een leider ervan het woord neemt liever maar weer niet gaat luisteren, nooit de straat opgaat, nooit een manifestatie in de ogen ziet, laat staan zelf een vlag durft dragen of een micro in de hand durft nemen, die zoekt niet 'de volle waarheid', en ook zijn halve waarheden vallen uit zijn handen. Neen, voor hem is het geen Pinksteren. De Geest moet voor hem niet komen. Van werk, van getuigenis, van waarheid, van liefde, wil hij niets weten. Een helper heeft hij beslist niet nodig.

'Hij zal u de komende dingen aankondigen', zegt Jezus nog. Wie wil dat altijd alles blijft zoals het is, wie door niets bezield is, omdat ziel leven betekent en omdat leven beweging betekent, wie tegen geen enkel geluid bestand is, wie elk levensgeluid alleen maar last vindt, wie geen geschrei en gelach van een kind verdraagt, wie elk nieuws vermoeid naast zich neerlegt, wie nooit weet heeft van een nieuw boek, wie nooit een film gaat zien, nooit een schilder of een beeldhouwer ontmoeten wil, moet zeker het 'gedruis' van Pinksteren vermijden, moet zich beveiligen tegen de 'hevige wind' die vandaag kan opsteken en zeker tegen al wat 'op vuur' of op 'tongen' gelijkt. Alléén moet hij zitten, in zijn eigen huis, niet bij anderen, niet in deze kerk! Gedruis en wind en vuur en tongen, daar heeft hij niets mee te maken. Ze zouden hem kunnen spreken van de Geest, van God, van werk, van getuigenis, van waarheid, van liefde, van de Helper die hem opschrikt!

Toch is het vandaag uitgerekend zijn feest. Toch is hij het die, meer dan de anderen, 'de komende dingen' moet horen, ze moet beluisteren, ze zoeken, erom vragen, eerst alleen, dan met anderen, die ook eerst uit schrik bijeenkwamen. Vandaag is het ook voor hem, vooral voor hem, weggelegd, dat de Helper hem verder brengt, hem verlost uit zijn boeien, uit zijn dodelijk bestaan, uit zijn leven dat geen leven is.

Vandaag kan hij een andere mens worden.