De Geest slaat deuren open

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
De eerste werking die de heilige Geest in de jonge Kerk teweegbracht, was een ervaring van nieuw leven, dynamiek en beweeglijkheid. Luister maar naar die sterk geladen woorden: plotselinge wervelwind, beweeglijke tongen van vuur, opengeslagen deuren. Al die dingen verwijzen naar wat de Geest bewerkte in het hart van de apostelen. Hun levenswijze wordt totaal anders. Petrus verlaat zijn afgesloten ruimte en neemt in het openbaar het woord. Angstige mensen worden moedige mensen, zwijgende mensen worden welbespraakte getuigen. Uit een gesloten gemeenschap groeit een open gemeenschap, waarin ruimte is voor iedereen die in Jezus wil geloven. Uit een nationale groep ontstaat een wereldkerk.

Pinksteren wordt beschreven als een overrompeling van de Geest, die alles vernieuwt en verandert. Het pinksterwonder is het begin van de Kerk, die bijgevolg het werk van de heilige Geest is. Het zaad dat Jezus zaaide, laat Hij ontkiemen en rijke vrucht dragen. Gedurende tweeduizend jaar heeft Hij, ondanks alle menselijke fouten en zelfs boosheid, het goddelijk leven uit de Kerk als uit een bron overvloedig laten stro¬men. Op periodes van verval volgden telkens weer periodes van grote bloei voor de Kerk. De Kerk is immers niet iets dat onveranderlijk de tijd trotseert. Zij wordt geleid door de heilige Geest door middel van mensen, die zoals wij kinderen van hun tijd waren en niet vrij van verkeerde opvattingen. Daarom zijn er in de loop van de eeuwen concilies gehouden om scheefgetrokken opvattingen en situaties weer recht te trekken.

Daarom ook heeft paus Johannes XXIII met de opening van het Tweede Vaticaans Concilie de ramen en deuren van de Kerk opnieuw geopend: opdat Gods Geest een nieuwe wind zou doen waaien door de Kerk: een geest van vernieuwing en dialoog met alle mensen van goede wil. Paus Paulus heeft de gesloten ruimte van het Vaticaan verlaten om te gaan spreken voor de UNO over vrede en gerechtigheid. Paus Johannes Paulus doorkruist opnieuw de wereld om persoonlijk alle mensen op te roepen tot bekering en rechtvaardigheid.

Als christenen moeten wij bidden opdat die Geest van vernieuwing, van verandering en dynamiek opnieuw zal waaien in onze tijd en de Kerk van Jezus het gelaat zal schenken dat God haar voor deze tijd heeft voorbehouden.

Als christenen moeten wij wennen aan de gedachte dat de Kerk niet hetzelfde kan blijven. Zonder mannen als Paulus en Stefanus, die door de heilige Geest geleid werden, zou de Kerk joodsnationalistisch gebleven zijn. Zonder de vele missionarissen, die in Gods geest werken, zouden we wellicht alleen kunnen spreken van een Europese Kerk. En als de heilige Geest nu werkt in de harten van de mensen die het voor de Kerk opnemen, dan kunnen we spreken van een Kerk van de dialoog, en de openheid, een Kerk van de armen.

Het Pinksterfeest nodigt ons uit om de vertrouwde instellingen en verworven rechten even opzij te zetten. Niet dat wij een Godsvolk mogen zijn dat op hol slaat, maar ook geen dat op stal blijft. Wij zijn een Godsvolk dat samen op weg is om de anderen uit te nodigen om van deze wereld van Babel een stad van vrede te maken. De Kerk is een levend gebeuren, dat voortdurend in beweging is en zich ontwikkelt. Een van de basiswetten van het leven is toch verandering, aanpassing van het verworvene voor een betere toekomst. In het leven gelden geen slogans die de opgang van de mens vastleggen: 'Laat me met rust!', en: 'Alles moet blijven zoals het is'.

Een kind moet na negen maanden de moederschoot verlaten... Later moet het de geborgenheid van de huiskring prijsgeven om op ontdekking te gaan in de school... Maar je kunt niet eeuwig student blijven: een beroep ligt in het verschiet... Om een nieuw gezin te stichten, moet je de vertrouwde huiskring verlaten en rekening houden met de dagelijkse levenswetten, die je in je jeugd geleerd hebt.

Voor het leven in de Kerk zijn er ook maatstaven. Volgens sommigen moet daar alles blijven zoals het is, volgens anderen zou alles volledig moeten veranderen. De bekende vergelijking van het kind en het badwater gaat ook hier op. Men moet echter onderscheid maken tussen vorm en inhoud. De inhoud moet ongewijzigd naar betekenis in een nieuwe vorm, in een nieuw kleedje, gestoken worden. De opdracht die paus Johannes XXIII aan het concilie meegaf, kwam hierop neer: de aloude waarheden in nieuwe, aan onze tijd aangepaste bewoordingen vatten. De Kerk kan geen nieuwe, geen andere boodschap verkondigen, maar zij moet ze wel aanpassen aan de tijdsomstandigheden. Men mag het werk van de Geest niet verstikken en niet belemmeren.

Pinksteren is een feest dat opnieuw doet ademen, dat de angst voor vernieuwing moet wegnemen, omdat we weten dat Gods Geest de motor van de Kerk is, en Hij zeker elke wildgroei en afwijking van zijn waarheid zal doen verdwijnen. Maar Hij werkt naar menselijke maatstaven nogal traag: de tijd werkt immers voor God. Wij geloven toch dat Gods Geest allen wil samenbrengen tot één volk van God, één volk dat lief en leed samen delen wil, waar de boodschap van Pinksteren tot volle bloei komt.

Dit Pinksterfeest kan ons meer bewust maken van het feit dat Gods Geest ons dwingt om meer schip te zijn en minder anker, meer stroom en minder rots, meer leven en minder instituut, meer geweten en minder wet.