De Geest is krachtig

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Op de eerste bladzijde van de Schrift, nog voor het scheppingswerk begint, is er al sprake van de Geest van God: als een krachtige wind jaagt Hij de wateren op. Ook Jezus vergelijkt de Geest met de waaiende wind, die we niet kunnen zien maar wiens kracht we voelen. Op Pinksteren, zo gaat het verhaal van de Handelingen, was het ‘alsof er een hevige wind opstak', die het hele huis vulde.

De Geest zelf is, zoals de wind, onzichtbaar en ongrijpbaar, maar Hij grijpt mensen aan en maakt ze ‘geest-driftig'. Wanneer Hij neerdaalt, komen de bange leerlingen uit hun schuilplaats tevoorschijn en worden ze plotseling moedige verkondigers. Het hele boek van de Handelingen staat bol van hun enthousiasme. Het succes blijft dan ook niet uit: de jonge Kerk kent een razendsnelle uitbreiding, over Israëls lands¬grenzen heen tot in Rome, de hoofdstad van het Romeinse Rijk. Enthousiasme en geestdrift zijn geschikte woorden om uit te drukken wat de Geest teweegbrengt. Toch zijn ze ook dubbelzinnig. Hitler bijvoorbeeld kon zijn volk geestdriftig en enthousiast maken voor zijn plannen. Hij was wat men noemt een ‘charismatisch' leider. Zijn succes bleef niet uit... Maar de vruchten van die ‘geest' logen er dan ook niet om. De Geest van God brengt heel andere vruchten voort.

Van de (heilige) Geest wordt gezegd dat wij niet weten vanwaar Hij komt en waarheen Hij waait. Maar niet alles wat waait, is heilige Geest! Niet alle geestdrift komt van Hem. Paulus zal dan ook proberen uit te maken welke geest betrouwbaar is. Wat komt van God en wat niet? Er is een duidelijk criterium: alle enthousiasme dat van Jezus wegdrijft en tegen Hem ingaat, is verdacht en gevaarlijk. Het is dus niet zonder meer waar dat we niet weten vanwaar de Geest komt en waarheen Hij waaien wil. Hij is de ‘Geest-van-Jezus-Chrisrus'. Preciezer nog: de Geest is de liefde van de Zoon voor de Vader en van de Vader voor de Zoon. Wie zich door een bepaald enthousiasme gedragen weet, moet altijd nagaan of zijn of haar gedrevenheid wel overeenstemt met de liefde die Jezus bezielde.

Er is nog een tweede criterium. De komst van de Geest is een weldaad voor allen. Waar Hij vaardig wordt, verstaan mensen elkaar, groeit de bereidheid tot vergeving en de dienstvaardigheid voor elkaar. Dat is een onfeilbare graadmeter. De Geest brengt mensen bijeen, en wel zo dat allen er wel bij varen, er beter van worden. Dat ‘allen' is zeer belangrijk. Paulus noemt joden en Grieken, slaven en vrijen. Hij zou de rij nog kunnen aanvullen met alle grote verschillen die verdeeldheid (kunnen) zaaien in de wereld. Van alle ‘geesten' die mensen tegen elkaar in het harnas jagen, kunnen we met zekerheid zeggen: die komen niet van God.
De Geest die wel van God komt, ‘maakt weer zacht wat is verstard en koestert het verkilde hart'.